Vogeltjesdans in kimono

Ze is humeurig, cynisch, vaak verveeld en te herkennen aan haar bijzonder lange, dunne neus: Tomoyo Ogawa. Ze is Japans en een creatie van tekenaar Mark Hendriks....

door Joost Pollmann

ALS er iemand is die vastzit aan het uiterlijk van zijn personages, dan is het wel de striptekenaar. In het tweedimensionale beeldverhaal zijn de characters noodgedwongen flat: wat je ziet is wat je krijgt. Wij lezers herkennen de buitenkant van de stripfiguur en nemen voetstoots aan dat de binnenkant - voorzover aanwezig - daarmee overeenkomt.

Umberto Eco heeft in de jaren zeventig een artikel over Superman geschreven om zijn ideeën over semiotiek te illustreren. De gedachte was dat een stripverhaal functioneert bij de gratie van strikte gehoorzaamheid aan conventies: bolle wangen zijn gezellig, geprononceerde jukbeenderen verdacht. Maar soms misleiden de tekenen en sturen ze ons het bos in. Dan is het personage een leeg omhulsel. We herkennen weliswaar gelaatstrekken, kledingstukken, decors, maar er zijn geen gedragingen die daar consequent mee sporen.

Tekenaar Mark Hendriks (1971) heeft de figuur Tomoyo Ogawa gecreëerd. Haar belevenissen, die je misschien beter non-belevenissen kunt noemen, zijn gebundeld in het tweeluik Hong Kong Love Story en Ikayaki. Zoals deze titels al aangeven speelt Azië een rol in beide boeken, maar het blijkt bij nadere lezing een figurantenrol te zijn. Tomoyo is een Japanse vrouw van dertig-en-nog-wat die vooral te herkennen is aan haar bijzonder lange, dunne neus. Ze is humeurig, cynisch en vaak verveeld.

Haar brood verdient ze met het acteren in B-films en pornofilms. Dat deprimeert haar, maar ze heeft niet de energie om haar leven een andere wending te geven. Haar liefdesleven biedt weinig troost, want veel verder dan one-night-stands met vreemde mannen schopt ze het niet en haar partner uit Hong Kong Love Story is een vrouw, met wie ze vrijwel terloops een seksuele relatie heeft.

In beide boeken worden filmscènes door het eigenlijke verhaal heen gemonteerd, zodat we Tomoyo in verschillende gedaanten zien optreden, werkelijke en onwerkelijke. Ze verschijnt bijvoorbeeld enkele malen als geisha, compleet met pennen in het opgestoken haar.

Soms, als ze zich erg ongelukkig voelt, trekt ze zich terug in een gefantaseerd landschap vol marsmannetjes door wie ze zich zowaar laat troosten. Haar medemensen zijn daar blijkbaar niet toe in staat. Het treurige is vooral dat zelfs die intieme fantasie op een B-film lijkt.

Tomoyo's misantropie, die wellicht de misantropie van Mark Hendriks zelf is, komt het sterkst tot uiting in het deel Ikayaki. Hierin staat een hoofstuk dat zich afspeelt in ons eigen Nederland. Het blijkt dat Tomoyo al heel lang een penvriend heeft en ze besluit 13 duizend kilometer te reizen om hem op te zoeken.

Bij aankomst op Schiphol blijkt hij niet de lange, blonde Germaan die ze zich had voorgesteld, maar een vette Sjonnie met stekelhaar en oorring. Hij neemt haar meteen mee naar de snackbar: 'Hier hebben ze goeie Belgische friet, maar je moet wel uitjes bij je frikandel vragen.' Bij hem thuis is het al niet veel beter. Moeder de vrouw is dik en dom, het zoontje idem.

Tomoyo brengt een toeristisch bezoekje aan het strand van IJmuiden, pal naast de Hoogovens. Daar word je al niet vrolijk van, maar het kan nog treuriger. Eenmaal thuis bij haar gastheer ontdekt ze een pornovideo in de slaapkamer, waarin zijzelf de hoofdrol speelt. Als geisha. Op de laatste bladzijde van het boek vliegt ze terug naar Tokio; de gezagvoerder meldt dat er technische problemen zijn en door het raampje zien we de horizon inderdaad akelig hellen. Tomoyo glimlacht boosaardig, en opgelucht.

Wie het Verre Oosten associeert met poëtische geheimzinnigheid, komt bij Hendriks van een kouwe kermis thuis. Het aardige en merkwaardige van de dialogen die hij in de mond van zijn personages legt, is de volstrekte banaliteit ervan. Hollands realisme gehuld in een fraai getekende kimono. Wat de ware identiteit van Tomoyo verraadt, is namelijk haar taalgebruik. Ze zegt: 'Ga toch fietsen stelen, skinhead.' Of: 'Waarom droom ik nu uitgerekend over die EO-trut?' En: 'Ik heb nog zo'n shirt, maar dan met een Nijntje-print.'

Zulke uitspraken rieken eerder naar spruitjes dan naar sashimi. Je hoort er bij wijze van spreken een Jordanese tongval bij. En eigenlijk is zelfs haar lichaamsbouw on-Japans, want ze is net zo lang en dun als haar neus.

Waarom kiest een auteur voor een exotische couleur locale als hij niet van plan is de bijbehorende folklore te benutten? Het kan niet anders of Hendriks heeft deze vervreemdingstruc met opzet toegepast. Hij kiest ogenschijnlijk voor het cliché, maar houdt zich niet aan de wetten die dat cliché voorschrijft. Zegt Tomoyo: 'Kom, dansen we de vogeltjesdans, of hou je daar niet van?' De vormgeving klopt, de tekst niet. Met die discrepantie bereikt Hendriks dat de lezer verdwaalt tussen verwachting en vervulling. De ogen van de lezer vieren vakantie op tropisch Okinawa, maar zijn oren horen de regen in IJmuiden. Dat is een domper en daarom gepast, want dompers zijn dominant in het leven van Tomoyo, actrice zonder inspiratie.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden