VOGELS IN DE LIFT

Van de 250 Nederlandse vogelsoorten staan er 57 op de Rode Lijst van bedreigde of beschermde dieren. Toch gaat het eigenlijk heel goed met de Nederlandse avifauna, zeggen deskundigen....

Over de grutto, de eidereend, de ransuil en de gierzwaluw kunnen in Nederland sombere verhalen worden verteld en dat gebeurt dus ook volop. Het gaat met deze en tientallen andere vogelsoorten slechter dan dertig jaar geleden. De oorzaak is bekend en komt er doorgaans op neer dat het natuurlijk leefgebied van de dieren krimpt door toedoen van de mens.

Het lot treft met name weidevogels en soorten die floreerden in het kleinschalig agrarisch en dorps landschap dat vrijwel uit Nederland is verdwenen. Zelfs de mus is hierdoor, tot veler leedwezen, niet meer de meest voorkomende broedvogel van Nederland.

Verdwijnende soorten zijn zorgwekkend, vindt het natuurminnende Nederlandse publiek. Zodoende beschikken sommige vogels over een eigen gironummer, een eigen vogelwerkgroep en een eigen beschermingsplan dat de ongewenste trend moet keren. Ook de overheid is bezorgd en steekt honderden miljoenen in de bescherming van vogelgebieden. Vogelbescherming Nederland staat met 125 duizend leden in omvang op de zesde plaats van de nationale natuurorganisaties, en boekt na een dipje vorig jaar weer ledenwinst.

Het lijkt er dus op dat het slecht gaat met de Nederlandse vogels, zoals het ook op wereldschaal beroerd gaat met deze dieren. Afgelopen week nog berekende milieuorganisatie UNEP van de Verenigde Naties het aantal bedreigde vogelsoorten op 1183: 12 procent van het aantal vogelsoorten op aarde. Maar zo simpel is het niet, althans niet in Nederland. Met veruit de meeste vogels gaat het hier juist prima. En daar zijn, zegt vogelkenner Fred Hustings van Sovon Vogelonderzoek Nederland, 'zelfs heel positieve verhalen over te vertellen'.

In het hoofdkantoor van Sovon in het Limburgse Beek-Ubbergen heeft Hustings de laatste maanden gewerkt aan de nieuwe Broedvogelatlas die binnenkort wordt gepubliceerd. Vooral bij dit stugge cijferwerk valt op hoe vaak er sprake is van een positieve trend. Met veel soorten gaat het beter dan hij tien jaar geleden durfde dromen. De eindbalans is er nog niet, maar Hustings vermoedt dat het lijsje positieve berichten langer zal uitvallen dan de opsomming van vogelsoorten in mineur.

Dat is niet altijd zo geweest en evenmin de boodschap die organisaties als de Vogelbescherming doorgaans laten horen. Van de 250 vogelsoorten die in Nederland algemeen zijn, staan er 57 op de Rode Lijst van bedreigde of beschermde dieren. In het het ledenblad van de vogelbeschermers is het voor hen regelmatig 'vijf voor twaalf' en is het aantal sombere berichten nauwelijks te tellen.

Schetst de organisatie een te somber beeld? 'Helemaal niet', zegt woordvoerder Kees de Pater. 'Wij zijn juist géén organisatie die zegt dat het altijd slecht gaat. We brengen een genuanceerd verhaal waaruit blijkt dat het beschermen van vogels echt helpt. Natuurbescherming is geen hopeloze zaak en er zijn veel vogelsoorten die dat bewijzen. Tegelijk blijft het een feit dat het op wereldschaal wel degelijk slecht gaat.'

Natuurbescherming is maar één oorzaak van de opwaartse trend bij vogelsoorten, benadrukt Hustings van Sovon. In vrijwel alle gevallen spelen er meerdere oorzaken tegelijk en vaak zijn die van structurele aard.

'Zo is het areaal bos in Nederland de laatste dertig jaar sterk uitgebreid en zijn de bestaande bossen ouder geworden. Veel vogelsoorten hebben daarvan geprofiteerd. Daarnaast is het cultuurlandschap geïntensiveerd, kregen vogels wettelijke bescherming en kwam er een verbod op pesticiden. Ook de waterkwaliteit is veranderd: voor vogels zowel in positieve als negatieve zin.'

Ook klimaatverandering speelt waarschijnlijk een rol, hoewel de Limburgse expert dat 'een best moeilijk onderwerp' blijft vinden. Dat de omvang van de vogelstand sterk beïnvloed wordt door het weer staat vast, net als het gegeven dat een opeenvolging van strenge winters er behoorlijk in kan hakken bij soorten die daar slecht tegen kunnen. De afgelopen tien jaar werd het warmer. Het aantal insecten nam waarschijnlijk toe en sommige vogelsoorten kwamen door het grotere aanbod van voedsel vaker tot broeden.

Maar ook in het verleden hebben warme en koude perioden elkaar opgevolgd, zegt Hustings. Aan echte conclusies over het klimaateffect is hij daarom nog niet toe. 'Voor bijvoorbeeld de kleine zilverreiger kan ik me voorstellen dat klimaatverandering een rol speelt, maar met soorten als de hop en de nachtzwaluw ligt het al moeilijker. Het verband wordt gelegd, maar die enkele hop die nu langskomt zegt me weinig. Vermoedelijk is de vogel in het verleden ook niet verdwenen vanwege het klimaat maar door de slechtere voedselsituatie.'

Veranderingen die voor de ene soort slecht zijn, pakken juist gunstig uit voor andere. 'Broedvogels zoals de grutto lijden onder de intensivering van het grasland, maar de ganzen varen er wel bij. In de lage delen van Nederland is de laatste jaren veel bos gekomen, waardoor de bonte specht overal oprukt. Terwijl leeuweriken juist de pest hebben aan bomen. Andere soorten profiteren van de veroudering van het bos, maar bijvoorbeeld de nachtegaal moet het hebben van laag bos en open kapvlakten.'

Dat ook beschermde en bedreigde vogels van de Rode Lijst het slachtoffer worden van verandering, is daardoor soms all in the game, vindt hij. 'De kuifleeuwerik is twee eeuwen geleden naar Nederland gekomen en zal over twintig jaar wellicht verdwenen zijn. Het is een gevolg van de veranderde bouwmethode van nieuwbouwwijken waar de vogel broedt. Ik zou het jammer vinden, maar je kunt je energie beter ergens anders in steken dan in geforceerde pogingen de kuifleeuwerik hier te behouden.'

Op het water geldt voor de fuut: hoe meer bulkvis hoe beter. Daardoor profiteerde de fuut van de 'vermesting' van het Nederlandse binnenwater door overvloedig stikstofgebruik in de landbouw. Die intensivering heeft tot wel meer merkwaardige vogelsuccessen geleid. Vermesting van het IJsselmeer was tussen de jaren zeventig en negentig een belangrijke oorzaken voor de explosieve groei van het bestand aalscholvers. De ooievaar, die in 1991 uit Nederland verdween, heeft haar succesvolle herintroductie mede te danken aan het foerageren op regenwormen, die op het rijk bemeste grasland volop te vinden zijn.

Vraag de Sovon-vogelteller dus niet of hij blijer is met de ene soort of met de andere. De opvattingen daarover zijn volgens hem per definitie subjectief, en veranderen hem net iets te snel. 'Dertig jaar geleden werden roofvogels enorm belangrijk gevonden. Ze stonden hoog in de voedselpiramide en er waren er niet veel van. Tegenwoordig is de buizerd bijna een ordinaire soort. Van de grutto kun je zeggen dat we er een bijzondere verantwoordelijkheid voor hebben omdat de helft van de wereldpopulatie in Nederland broedt. Dan ben je ook snel uitgepraat, want dat geldt verder voor geen enkele vogel.'

Op het hoofdkantoor van de Vogelbescherming in Zeist heeft Johan Thissen, hoofd Belangrijke Vogelgebieden van de organisatie, een overzicht samengesteld van vogelsoorten waarmee het beter gaat. Alles bij elkaar blijken dat er tussen de vijftig en zestig: een indrukwekkende en soms verrassende lijst, vindt hij ook zelf. Maar actieve bescherming en natuurbeheer zijn volgens Thissen wel degelijk een belangrijke motor achter die vooruitgang.

Veel positieve resultaten zijn geboekt in nieuwe natte natuur zoals de Oostvaardersplassen, de verbeterde randzone rond het Naardermeer en de aangelegde nevengeulen (kunstmatige zijstromen) langs de grote rivieren, waar nieuwe natuur ontstaat. En ongeacht de eventuele andere oorzaken heeft wettelijke bescherming van vogels sinds de eerste Vogelwet van 1912 de belangrijkste voorwaarde geschapen voor het overleven en opnieuw opveren van talloze soorten, zegt hij.

De kerkuil is gered dankzij het plaatsen van achtduizend nestkasten, waardoor meer dan de helft van de populatie in speciaal voor hen gemaakte behuizing is ondergebracht. In 1990 bedroeg het aantal grauwe kiekendieven nog maar tien paar; nu zijn het er dankzij actieve bescherming vele malen meer. Oeverzwaluwen profiteren van kunstmatige broedwanden en de ijsvogel snerpt over de Nederlandse beekjes dankzij natuurlijk oeverbeheer. En toch óók wel vanwege de klimaatverandering, want tegen ijs en koude winters is juist de ijsvogel slecht bestand.

In Nederland leven ontelbaar veel vogels. Toch schat Fred Hustings dat er nog steeds minder broedvogelpaartjes zijn dan mensen. 'En dat valt eigenlijk nog tegen, wanneer je je realiseert hoe nadrukkelijk de dieren vrijwel overal te horen zijn.'

De merel scoort met rond de miljoen paartjes het hoogst, gevolgd door de mus, de vink en het roodborstje met elk vele honderdduizenden paartjes. Daarna worden de aantallen per soort al rap minder.

Vol is de Nederlandse lucht nog niet; druk soms wel. Aan het einde van het voorjaar, met al het jonge grut erbij, kan het aantal individuele vogels oplopen tot ver boven de vijftig miljoen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden