Opinie

'Vogelaaraanpak heeft juist erger voorkomen'

De investeringen in een aantal probleemwijken hebben veel meer vruchten afgeworpen dan uit het SCP-rapport kan worden opgemaakt, vindt Ed Goverde, voorzitter van de de deelgemeente Rotterdam-Charlois.

Een voetbalkooi in Rotterdam-Charlois. Beeld null
Een voetbalkooi in Rotterdam-Charlois.

Is de conclusie van de SCP-onderzoekers dat de 'Vogelaaraanpak' is mislukt terecht? Integendeel, zou ik willen zeggen. Nuanceverschil is dat de onderzoekers het liever over het lege halve glas hebben, terwijl ik graag kijk naar de andere helft die al is gevuld en die als inspiratie wens te gebruiken voor het doorpakken in de aanpak van grotestadsproblemen.

Minister Vogelaar begon in 2007 met het krachtwijkenbeleid vanuit het juiste besef dat we er nog lang niet waren met de vernieuwing van de grote en middelgrote steden en dat er een vervolg moest worden gegeven aan het zogenoemde grotestedenbeleid. Om écht het verschil te kunnen maken in kwetsbare wijken, betoogde zij dat minstens tien jaar investeren noodzakelijk zou zijn.

Helaas, na nog geen vier jaar bijzondere aandacht trok het eerste kabinet-Rutte de stekker uit deze aanpak. En ook het kabinet-Rutte 2 heeft tot nu toe niet echt ruimte geschapen om de vernieuwing van de probleemwijken in grotere steden van een nieuwe impuls te voorzien. Voeg daar vijf jaar crisis aan toe, en het is niet zo verrassend dat de onderzoekers opschrijven dat de krachtwijken zich (nog) niet echt gunstiger hebben ontwikkeld in vergelijking met de 'referentiewijken' die net niet tot deze categorie behoorden.

Omgekeerde vraag
Tegelijk moet je echter de omgekeerde vraag stellen en durven beantwoorden: wat als een dergelijke investeringsimpuls in die betreffende vier jaar achterwege was gebleven? Zoals in het rapport nota bene expliciet wordt gesteld: 'We moeten de absolute ontwikkelingen niet uit het oog verliezen: de tevredenheid met de woonomgeving nam toe, de verloedering nam af en de sociaal-economische eenzijdigheid werd geleidelijk minder, ook/zelfs in de recente crisisjaren.' Dat, ondanks alles, de lichte positieverbetering van deze lagestatuswijken breder geldt dan alleen de aandachtswijken, doet niets af aan het resultaat in juist die aandachtswijken. Het benadrukt slechts de aloude stelregel: volhouden loont pas echt.

Een andere kanttekening die bij dit SCP-rapport te maken is, betreft de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd, waarbij ik met name denk aan het feit dat woonwijken heel simpel tot hele stadsdelen bij elkaar worden geveegd. Conclusies trekken op het niveau van zoiets als Deventer-Rivierenwijk is iets heel anders dan hetzelfde doen op het niveau van Rotterdam Oud Zuid: in het eerste geval gaat het echt om een wijk met slechts 6.500 inwoners, in het tweede om een gebied van meer dan 100 duizend inwoners.

Moeizame vooruitgang
In het Rotterdamse geval gaat het om minstens acht afzonderlijke wijken, die in stand van aanpak en resultaat een totaal verschillend beeld kunnen laten zien. Wijken als Bloemhof en Hillesluis boeken inderdaad slechts moeizaam vooruitgang tot nu toe, maar Katendrecht/Afrikaanderwijk/Kop van Zuid zijn geslaagde voorbeelden van grotestedenaanpak en intussen 'booming' locaties geworden. En wat te denken van de naoorlogse wijk Pendrecht: tussen 1998 en 2006 een wijk die ook nationaal werd geassocieerd met 'alles wat slecht is', maar dankzij een overtuigende aanpak mede dankzij de Vogelaargelden nu op de weg terug omhoog als groene, ruime stadswijk waar het prima wonen is.

Met het noemen van Pendrecht kan trouwens nog een bewering van de onderzoekers worden gecorrigeerd, als zou de aanwijzing als 'probleemwijk' demotiverend hebben gewerkt in de betrokkenheid en participatie van bewoners. Natuurlijk: niemand ziet zijn woonomgeving graag bestempeld als no-go-area. Maar juist hierin vond een grote groep actieve bewoners elkaar om in een gezamenlijke campagne de 'helden' en het goede van de wijk naar boven te halen, hetgeen mede fungeerde als aanjager van verdere vernieuwing, óók in sociale zin.

Nationaal programma
Ik hoor de vraag al stellen: waarom is er dan nog steeds een Nationaal Programma Rotterdam-Zuid nodig? Precies om de reden waarmee ik begon: investeren in stedelijke vernieuwing vraagt een lange adem, consistentie van beleid en de durf om vast te houden aan een ingeslagen weg.

Maar we willen gewoon te snel resultaten zien. We zijn er in Rotterdam-Zuid gewoon nog niet. Laat het SCP-rapport in die zin nu juist een bevestiging zijn van mijn stelling dat we als politici en bestuurders moeten uitstralen en laten zien dat we kunnen doorpakken. Ga door op de ingeslagen weg, breng meer focus aan en gooi daar een schepje bovenop; het was ook precies de essentie van het rapport-Deetman-Mans in 2010 over Rotterdam-Zuid.

Ed Goverde is voorzitter van de deelgemeente Rotterdam-Charlois.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden