Vogelaar was gedoemd te mislukken

Ex-minister Vogelaar werd op pad gestuurd met een onmogelijke missie, betogen Rolf van der Woude en Wouter Beekers...

De leiding van de Partij van de Arbeid zegde donderdagavond haar vertrouwen op in minister Vogelaar. De felle kritiek die zij in de Tweede Kamer kreeg, omdat zij de uit de hand gelopen investeringen van de corporatie Woonbron in een Rotterdams recreatieschip geen halt had toegeroepen, was een van de vele druppels die de emmer deden overlopen. Maar is het geruchtmakende Rotterdamse project wel een goede illustratie van wat er mis zat in het volkshuisvestingsbeleid van de bewindsvrouw?

Bij haar aantreden werd Ella Vogelaar in de frontlinie geplaatst, met de opdracht de leefbaarheid in de grootsteedse wijken veilig te stellen en te bevorderen. Een kwestie die al lang op de politieke agenda stond en waarvan het duidelijk was dat er iets aan moest gebeuren. Vooraf was zonneklaar dat het hier om een ingewikkelde kwestie ging, die een lange adem zou vergen. Die tijd heeft Vogelaar niet gekregen.

Lag de oorzaak in de persoonlijke en beleidsinhoudelijke kwesties die haar en Wouter Bos vanaf het begin uit elkaar dreven? Politieke motieven speelden ongetwijfeld een rol, maar de werkelijke oorzaak lag dieper. Eigenlijk werd minister Vogelaar met een onmogelijke missie op pad gestuurd. Haar mislukking was in zekere zin onvermijdelijk.

Deze stelling is op historische gronden te verdedigen. De Woningwet uit 1901 – nog altijd de basis van de volkshuisvesting in ons land – bestond in de kern uit een verdeling van taken. De gemeente werd de spil in de beleidsmatige kant van de sociale woningbouw. Zij stelde kaders in bestemmingsplannen, bouwverordeningen en dergelijke en zorgde voor de benodigde financiën. De corporaties speelden een rol bij de bouw en waren geheel verantwoordelijk voor de exploitatie en het beheer. Zo werd het volkshuisvestingsbeleid ook in de maatschappij verankerd.

Maar vrijgelaten werden de corporaties zeker niet. Achteraf volgde een strenge controle. Het was een verdeling van taken die paste bij de corporatistische structuur van de samenleving. Daarin speelde de overheid een voorwaardenscheppende en controleerde rol. De corporaties hadden een uitvoerende rol, maar wel met duidelijke verantwoordelijkheden voor de woon- en leefomgeving.

Na de Tweede Wereldoorlog veranderde deze verdeling van taken en verantwoordelijkheden. De overheid nam steeds meer het voortouw en de corporaties gingen daarin mee. Zij kregen steeds meer huizen in bezit en daarmee steeds meer kapitaal en macht. In de loop van de jaren tachtig meenden overheid en corporaties dat de volkshuisvesting wel op eigen benen kon staan. De overheid trok zich terug en de corporaties kozen onder het mom van sociaal ondernemerschap voor een vlucht naar voren.

Fusie volgde op fusie, professionalisering en verzakelijking werden toverwoorden. Er is in deze fase zonder meer veel goeds voor de volkshuisvesting gebeurd, maar omdat de corporaties de tucht van de overheid misten, kwamen zij onder de tucht van de markt te staan. De incidenten in de sector – van torenhoge salarissen, uit de hand lopende projecten, poenerig gedrag – zijn er een symptoom van.

Hoe reageert nu de overheid? Door corporaties bij de leest te houden? Nauwelijks. In plaats daarvan is zij gepreoccupeerd met de vraag hoe ze de vermogens van de corporaties zo snel mogelijk kan ‘afromen’ om zo zelf de beschikking te krijgen over het omvangrijke kapitaal. Maar als het gaat om de effecten van een doorgeslagen ondernemerszin, geeft het ministerie te vaak niet thuis. Bij onacceptabele salariëring of onbeperkte fusiedrift blijken bevoegdheden plots beperkt en betreft het interne aangelegenheden.

In die lijn past ook de truc van de coalitie. Een nieuw ministerie werd gecreëerd om een belangrijk deel van de kerntaken van de corporaties over te nemen, namelijk te investeren in de leef- en woonomgeving van wijken met grote sociale en huisvestingsproblemen. Zoals te verwachten was, hebben de corporaties zich hevig verzet. Sommige proberen zelfs via een juridische weg onder het overheidstoezicht uit te komen. De oplossing van de problemen, zowel in de wijken als in de corporaties, is verder weg dan ooit.

Vogelaar heeft een opdracht aanvaard die zij niet kon volbrengen. Bovendien keek de overheid weg van haar beleidsvoorbereidende, taakstellende en controlerende taak ten aanzien van de corporaties. De wijken leefbaar maken en houden is een taak die vanouds bij de corporaties hoort. Wil de nieuwe minister van Wonen, Wijken en Integratie niet in eenzelfde impasse geraken, dan zal hij deze historische les ter harte moeten nemen. Terug naar de bron, terug naar de Woningwet. Overheid en corporaties, houdt u bij uw leest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden