Voetnoten bij een wandelonderzoek

Bewering:

'Aan de loopsnelheid kun je zien of iemand met parkinson nog weleens buiten komt.'


Het is belangrijk dat ouderen af en toe buiten komen, niet alleen voor de lichaamsbeweging maar ook voor de sociale contacten. Voor mensen met de ziekte van Parkinson is dat lastig, want zij lopen slecht en langzaam en zijn vaak bang om te vallen. Hoe kom je nu te weten of mensen met parkinson weleens op stap gaan?


Als buitenstaander zou je zeggen: vraag het ze gewoon - die mensen hebben parkinson, geen afasie of alzheimer. Maar zo makkelijk gaat dat niet in de wetenschap, althans niet volgens onderzoekers van de University of Applied Sciences Leiden (dat is de hogeschool) en het Move-instituut in Amsterdam (zeg maar de Vrije Universiteit). Wat je moet doen, zeggen zij, is de gemiddelde loopsnelheid van een parkinsonpatiënt meten. 'Geklokte wandelsnelheid is een valide maat voor het voorspellen van community walking bij parkinsonpatiënten,' zo schrijven Roy Elbers, Erwin van Wegen, John Verhoef en Gert Kwakkel in een artikel in de jongste Journal of Rehabilitation Medicine. Maar, waarschuwen ze, je moet daarbij wel nagaan of de patiënt misschien bang is te vallen.


Om tot deze bevindingen te komen, vroegen zij allereerst aan 153 parkinsonpatiënten of ze de laatste weken weleens buiten waren geweest, en of ze toen ook de straat waren overgestoken. Wie op beide vragen volmondig ja of ja-met-moeite antwoordde, gold als community walker. Vervolgens werden de patiënten (afkomstig uit Newcastle, Leuven en Amsterdam) aangespoord een stukje van tien, desnoods zes, meter te lopen. 'De waarnemer gebruikte 1, 2, 3, start als aftelreeks. Op het moment dat start werd uitgesproken, werd de stopwatch aangezet. Nadat de patiënt 1 voet voorbij de eindstreep had gezet, werd het klokken beëindigd.' Iedereen moest de oefening drie keer doen, waarna de gemiddelde loopsnelheid over de drie oefeningen werd berekend. 150 mensen volbrachten de opdracht, al staat boven de tabel 153.


Ten slotte werd iedereen ook gevraagd naar leeftijd, geslacht, huwelijkse staat, duur en ernst van de ziekte, bewegingshinder, evenwicht, 'bevriezing', angst om te vallen, eerder vallen, cognitieve functies, uitvoerende functies, vermoeidheid, angst en depressie. Die gingen, zoals dat gaat, in een multivariaat model.


Nadat de statistiekpakketten hun werk hadden gedaan, bleek dat 0,88 m/s een mooi afkappunt was. Wie daarboven zat, was met 70 procent zekerheid de laatste tijd weleens buiten geweest en een straat overgestoken. De gemiddelde loopsnelheid, over alle patiënten, was 0,84 m/s, dus dat scheelde 0,5 seconde over tien meter. Op onzekerheden in de tijdopneming gaan de auteurs niet in.


Het kan overigens best interessant zijn om te kijken naar de factoren die wandelen beïnvloeden - het is misschien zelfs verrassend dat ernst van de ziekte geen rol lijkt te spelen. Maar de onderzoekers presenteren hun bevinding uitdrukkelijk als diagnostisch instrument: door de loopsnelheid te meten, kun je goed voorspellen of iemand op straat komt of niet.


Waarmee de belangrijkste vraag van de buitenstaander nog steeds onbeantwoord is: voorspelt de loopsnelheid beter het buiten wandelen dan ernaar vragen? Die vraag kunnen de onderzoekers uiteraard niet beantwoorden, want ze hebben juist hun criterium voor de loopsnelheid gevonden door aan mensen te vragen of ze wel eens buiten komen.


De op een na belangrijkste vraag dan: voorspelt de loopsnelheid beter het buiten wandelen dan er niet naar vragen? Onder de 153 patiënten waren 70 buitenwandelaars, dat is 46 procent. Door te voorspellen dat iemand geen wandelaar is, heb je dus al een kans van 54 procent dat je goed zit. Nadat je drie keer met een stopwatch in de hand de loopsnelheid klokt en daarvan het gemiddelde bepaalt, en je houdt rekening met angst om te vallen, verbeter je je kans het goed te hebben tot 70 procent. Als de onderzoekers zich zouden hebben beperkt tot alleen maar vragen, hadden ze het 100 van de 100 keer goed gehad.


Oordeel:

Kun je dat niet beter gewoon vragen?


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden