Voetballer in het tenue van een Afrikaans politicus

Een land dat het WK wil houden, mag FIFA-baas Blatter best paaien. Sterker nog: dat moet. Op stap met George Weah (43), voormalig topvoetballer, nu politicus....

Voorbij Utrecht, gekomen van Amsterdam en op weg naar Nijmegen, observeert George Weah het Nederlandse landschap. Plat, alles plat. ‘Wij hebben meer bomen. Veel meer bomen.’

Opeens wijst hij naar links, naar oneindig weiland. ‘Kijk, Gullit.’

Vanaf een billboard kijkt Ruud Gullit lachend naar het verkeer. Weah, de beste voetballer van de wereld in 1995 en als politicus kandidaat voor het presidentschap van Liberia bij de verkiezingen van 2011, vraagt om uitleg. ‘Wat doet hij daar?’

Gullit is dus president van het zogenoemde bid voor het WK van 2018.

Weah, ingetogen: haha. Meer toelichting dan: op 14 mei levert hij de geloofsbrieven van Nederland in bij FIFA-baas Blatter. Weah: ‘Haha. Ik ken Goelit.’ Weah weegt de kansen van de lage landen: ‘Elk land dat zich kandidaat stelt voor het WK, heeft een kans. Natuurlijk kunnen Nederland en België samen een WK houden. Jullie hebben de faciliteiten, jullie moeten de wereld alleen overtuigen.’

Later, bij een lunch in Nijmegen, stelt hij ‘pro-pro-pro Blatter’ te zijn. Zelfs toen Issa Hayatou uit Kameroen in 2002 tegenkandidaat was, was hij pro Blatter. ‘Of je zwart of blauw bent, interesseert me niet. Het gaat erom wat je kunt. Hayatou heeft niets gedaan voor het Afrikaanse voetbal. In vijftig jaar is de organisatie nog steeds slecht. Als ik jullie was zou ik een beetje aardiger zijn voor Blatter.’

Het dagje Weah is begonnen op de gracht in Amsterdam, bij zijn hotel. Hij is naar de tandarts geweest. Het zat niet goed en de wangen zijn wat opgeblazen van de ingrepen en de medicijnen. Het is sowieso moeilijk in deze ietwat uitgedijde man met de studentikoze bril de wereldspits te zien die op kracht en techniek menig defensie doorkliefde. Hij draagt een blauw streepjespak en een gele stropdas. Tenue politicus.

We vertrekken van de gracht met de vraag of Zuid-Afrika geschikt is om het WK te houden. Verstoord kijkt hij op. ‘Zuid-Afrika is veilig. Overal is criminaliteit, ook hier in Amsterdam. De Zuid-Afrikaanse regering zal alles doen om het WK te beschermen. En Zuid-Afrika is het belangrijkste toeristische land van Afrika.’

Maar al die moorden dan? Weah, bozig: ‘Overal ter wereld worden mensen vermoord. Er worden geen mensen vermoord omwille van de wereldbeker. Als er al mensen worden vermoord, komt dat door de criminaliteit. En die is overal, dat heb ik je al gezegd. De veiligheidsmaatregelen zullen immens zijn. Weet je: ik ken mensen die bepaalde aspecten van Nederland, van Amsterdam, niet veilig vinden. Daarom moet je nooit zo snel kritisch zijn op anderen.’

Als de auto de snelweg opdraait, duidt Weah het belang van het WK voor Afrika. ‘Stel je voor: dit is de eerste keer dat het WK naar Afrika komt. Iedere Afrikaan, hoe verschillend ook, is trots. Vergelijk de situatie met mijn geschiedenis. Ik was de eerste Afrikaan die Europees- en wereldvoetballer van het jaar werd. Dat was historisch. Niet alleen voor Liberianen, maar voor alle Afrikanen. Het betekende veel voor onze trots en ons zelfvertrouwen. We willen dat het WK een succes wordt, zodat ook andere Afrikaanse landen het vertrouwen krijgen de organisatie op zich te nemen.’

Soms laat hij zijn achterhoofd even op de bank rusten. George Weah was de beste voetballer van de wereld in het jaar dat Ajax onder Van Gaal alles won. Niet Rijkaard, Davids of Litmanen was de beste. Nee, Weah. Speler van Paris SG en vanaf de zomer van 1995 van AC Milan, als opvolger van Marco van Basten. ‘Ajax was een collectief. Ik dankte de titel aan mijn individuele prestaties. Ik was topschutter. Maar het belangrijkste was dat ik geschiedenis schreef voor Afrika.’

Hij voetbalde ook toen in Liberia een burgeroorlog woedde. Op een gegeven moment was hij speler, trainer en financier van de nationale ploeg die net het WK van 2002 miste. ‘Ik heb de warlords en de generaals bij me thuis uitgenodigd om te onderhandelen over vrede. Tijdens wedstrijden van de nationale ploeg vielen ze elkaar in de armen als we scoorden. Daarna zeiden ze weer tegen elkaar: hé, jij hoort bij een andere groep.’

Bij een vorige ontmoeting, in 2002, ontkende Weah stellig dat hij de politiek zou omarmen. Hij is van mening veranderd. In 2005 verloor hij de verkiezingen van Ellen Johnson-Sirleaf. In 2011 gaat hij voor zijn tweede kans. ‘De sport gaf me de gelegenheid ervaring op te doen, reputatie te verwerven, geliefd te worden. Sport gaf me de middelen om te kunnen dienen.’

Maar waarom denkt een oud-voetballer dat hij een goede politicus is? ’s Avonds, bij een tweede debat in Amsterdam, als de vermoeidheid toeslaat en Weah vraagt of hij zonder bijwerkingen een derde pijnstiller kan nemen, is menig toehoorder in Felix Meritis niet overtuigd van zijn kwaliteiten. Ze vinden zijn antwoorden te eendimensionaal.

In de auto heeft hij verteld dat hij zich blijft ontwikkelen. Hij studeert aan de universiteit van DeVry in Florida. Bijna niemand kende hem toen hij zich inschreef. ‘Ik probeerde me af te zonderen opdat ik me kon concentreren. Sommigen hadden mijn naam gegoogeld en herkenden me daarna. Ze wilden naar de krant stappen, maar ik vroeg ze mijn privacy te respecteren.’

Rond Utrecht is hij op stoom, politiek gezien. Een speech vanaf de achterbank. ‘Mijn partij, the Congress for Democratic Change, groeit elke dag. Het is een partij voor het volk. Sommige zaken in Liberia veranderen ten goede, andere niet. Wij willen corruptie bestrijden en de mensen een goed leven schenken. We moeten een middenklasse zien te creëren. Die bestaat bijna niet in Liberia. Je bent rijk of je bent arm. Corruptie dient te verdwijnen uit ons systeem. Dat kan alleen door corrupte ambtenaren op te sporen en te straffen. Je hoeft dan niet naar de gevangenis, je verdwijnt gewoon uit het systeem. Dan begin je maar opnieuw, als zakenman of zo.’

Voetbal lijkt zo ver weg nu, maar de beeltenis van Gullit in de wei roept herinneringen op. Hij was bij AC Milan ploeggenoot van Kluivert, Reiziger, Bogarde en Davids. ‘Goede jongens. Ik vergeet mijn loopbaan nooit, maar ik ben niet melancholisch. Ik heb hard gewerkt en draag mijn visie over, ook op mijn kinderen. Ze hebben een totaal andere jeugd beleefd, want ik leefde in armoede en heb een burgeroorlog meegemaakt. Als ook zij hun dromen najagen, ben ik een tevreden vader.’

Zijn inspanningen voor de Lone Star, de nationale ploeg, waren als sprankjes hoop. Voetbal was zo’n beetje het enige dat het land van uit Amerika teruggekeerde slaven verenigde. Met Liberia gaat het nu iets beter, maar de structuur voor voetbal is verdwenen. Geen geld, geen interesse. ‘We hebben geen ster meer. Om een ster in het voetbal te worden, moet je domineren bij een club in Europa. Wij waren destijds op een missie en ons volk verdiende onze inspanningen.’

Politiek is zijn huidige missie. Een belangrijke functie in het voetbal is niet genoeg. ‘Weet je: de meeste Liberianen hebben geen licht, geen drinkwater en geen baan. Waarom? Afrika heeft goede leiders nodig, sterke leiders die houden van hun volk. Afrikaanse landen hebben geweldig veel grondstoffen, maar ze zijn nauwelijks ontwikkeld. Daar gaat dus iets fout. Dat komt omdat we geen verantwoordelijkheid nemen of afhankelijk zijn van anderen. Het is tijd om ons lot in eigen hand te nemen. Ik denk dat ik een goede leider kan zijn.’

Starend over de weilanden, tussen Utrecht en Nijmegen: ‘Mooi hier, maar wij hebben veel meer land, en beter land dan dit. Wij ontwikkelen het land niet. Allemaal bushbush. Je hoeft hier niet naar Amsterdam, je kunt gelukkig zijn op het platteland. In Liberia móet je naar Monrovia, omdat er verder niets is. We moeten onze schitterende buitengebieden ontwikkelen.’

Lyrisch nu: ‘Liberia heeft mooie mensen, goede mensen, geduldige mensen, hoopvolle mensen. We wonen in een mooi land met slechts 3,5 miljoen mensen. We hebben diamanten, rubber, goud, uranium. Maar de verdeling deugt van geen kant. Als je hard werkt en je hebt het geld eerlijk verdiend, ben je vermogend. Maar als je werkt voor de regering en steelt van je mensen, ben je helemaal niet rijk. Want dat geld is van de mensen, niet van jou. Sommigen gaan voor de regering werken met nul centen en vertrekken met miljoenen, terwijl hun salaris nog geen 100 duizend dollar bedraagt.’

Dat wil hij allemaal veranderen.

Maar hoe kan een man die over de wereld reist, zakenman is en studeert in de VS, winnen van de zittende president die als een bok op de haverkist zit? ‘Toen ik elke dag in Liberia was, tijdens de burgeroorlog, vertoefde hij in het buitenland. Mijn volgelingen geloven in mij, al ben ik tienduizend jaar weg. Je kunt wel voortdurend in het land zijn, maar wat heeft het voor zin als je volk lijdt? Ik denk alleen aan winnen. Het is als in het voetbal.’

Hij is straks bij het WK, om te genieten van mooi voetbal en van Afrika. Laten we dus eens ophouden met dat gezeur over Zuid-Afrika. ‘Ik wil niet zeggen dat al die klagers jaloers zijn, maar ze zijn ongelukkig, omdat zíj de bid niet hebben gewonnen. Ik zou tegen allen willen zeggen: zet het van je af. Het WK ís in Zuid-Afrika.

‘Ik hoop dat de Afrikaanse landen het goed doen. Als ze zijn uitgeschakeld, juich ik voor Brazilië. Nederland? Nederland heeft talent. Ik houd van Robben, ik zag hem onlangs scoren voor Bayern. O, mijn God. Zijn dribbels zijn geweldig. Hij protesteert alleen een beetje veel. Ik zou hem willen adviseren: voetbal, dribbel.’

Weah kon geweldig dribbelen. Zijn solo tegen Verona met AC Milan besloeg het hele veld. Van kust tot kust, zeiden ze. Nu lacht hij, ontwapenend. ‘Het was niet mijn mooiste goal, maar wel een historisch doelpunt. Ik hoop dat iemand het nog eens overdoet, hoewel het niet makkelijk zal zijn.’

Messi? ‘Ik denk het niet. Van het ene doel naar het andere? Dat gebeurt maar één keer in de honderd jaar. Maradona begon ook pas rond de middenlijn met zijn dribbel.’ Hij tekent een veld op zijn schoot. ‘Als iemand mij wil overtreffen, moet hij bijna van achter het doel beginnen. Haha.’

Ach, voetbal blijft een mooi gespreksonderwerp. ‘Voetballen, in de kleedkamer zijn, prijzen winnen, spelen voor 100 duizend mensen die je naam schreeuwen, de verantwoordelijkheid voelen om ze gelukkig te maken. De burgeroorlog was hartbrekend en ontregelend, maar als speler verbande je elke gedachte aan oorlog. Voetbal betekende negentig minuten vrijheid. Na een wedstrijd viel je weer terug in je gewone leven, in de crisis.

‘De gedachte dat Liberianen elkaar uitmoordden, was onverdraaglijk. Alleen tijdens het voetbal was ik trots op onze wapperende vlag. En ik heb altijd steun gehad van mijn clubtrainers. Capello, Wenger. Ze lieten me naar het nationale team gaan, hoe gevaarlijk dat ook was. Ze wisten dat ik daar plezier vond, dat Liberia me nodig had. Ze lieten me soms in een privévliegtuig ophalen. Ook zij hebben me gemaakt tot wie ik ben.’

Hij vraagt hoe ver Nijmegen nog is? Minuutje of twintig. Straks, na het eerste debat, bezoekt hij het eerste deel van de bekerfinale in de Arena. Eigenlijk stond De Kuip op zijn routeschema, voor die oorspronkelijke, ene Feyenoord - Ajax. Dat had hij leuker gevonden. Hij scoorde in De Kuip, met Monaco, in de halve finale van de Europa Cup II in 1992.

‘Kun je me uitleggen wat er is gebeurd, waarom er twee bekerwedstrijden zijn?’ Na een lang verhaal volgt een diepe zucht: ‘Pffff. Ik heb het je al verteld: iedereen heeft problemen. Die zullen jullie moeten oplossen.’

Dan heeft hij een vraag. ‘Mag ik even slapen?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden