Interview

Voetballen voor Kosovo is zaak van het hart

'Ik ben er geboren, mijn familie woont er.' En dus wisselde Milot Rashica het shirt van Albanië in voor dat van Kosovo.

Milot Rashica in de kleuren van Kosovo.Beeld EPA

Gespannen wachten Milot Rashica en zijn Kosovaarse teamgenoten in de lobby van een Fins hotel. Het is 5 september. Vijf uur voor Kosovo's eerste WK-kwalificatieduel ooit, tegen Finland. Op de valreep vergadert de wereldvoetbalbond FIFA naarstig over het verzoek van vijf voetballers, onder wie Vitesse-speler Rashica. Ze willen overstappen van het Albanese naar het Kosovaarse elftal.

Dan is het hoge woord eruit. De FIFA is akkoord. De spelers schreeuwen het uit van blijdschap. Enkele uren later speelt Kosovo gelijk tegen Finland (1-1) in een stadion dat voor de helft is gevuld met Kosovaren en Albanezen. Basisspeler Rashica: 'Ze kwamen vanuit Noorwegen, Zweden en Finland. Het was ongelofelijk. Hier wachtte iedereen twintig jaar of zelfs langer op. Een groot moment in de Kosovaarse geschiedenis. Ik heb me nog nooit zo gevoeld als op die dag.'

De 20-jarige rechtsbuiten van Vitesse wist dat hij een keuze moest maken, toen de FIFA en UEFA in mei besloten Kosovo te erkennen als voetbalnatie. Na een jarenlang strijd mocht de voormalige provincie van Servië zich proberen te plaatsen voor EK's en WK's. Voetballers met Kosovaarse roots, die eerder voor landen als Albanië en Zwitserland speelden, kregen eenmalig de kans van voetbalnationaliteit te wisselen.

Midden augustus plaatste Rashica een brief op Facebook waarin hij zijn keuze onderbouwde. 'Het was niet gemakkelijk. Ik speelde voor jeugdploegen van Albanië en ook in het eerste.' Bij het EK in Frankrijk ontbrak hij in juni in de selectie van Albanië. Dat was geen reden om te kiezen voor Kosovo. 'Natuurlijk was de teleurstelling groot, maar dat heeft er niets mee te maken.'

Eigenlijk valt zijn keuze simpel uit te leggen. 'Ik ben geboren in Kosovo, voetbalde daar, ging er naar school. Mijn familie woont er. Als ik vakantie heb, ga ik terug. Alles wat ik heb is in Kosovo.' Tot zijn overstap naar Vitesse, vorig jaar, woonde hij in het Kosovaarse stadje Vushtrri.

Hoewel Rashica veel positieve reacties kreeg, stond niet iedereen aan zijn zijde. 'Mensen noemden me een verrader, maar ze moeten begrijpen dat ik niet voor Servië ga spelen. Ik speel voor Kosovo, een deel van Albanië.' Liefst 94 procent van de Kosovaarse bevolking is etnisch Albanees.

Rashica: 'We spreken dezelfde taal, hebben dezelfde tradities, eten hetzelfde. Kosovaren kunnen overal naartoe, maar gaan naar Albanië om vakantie te vieren. We zijn goed met elkaar. Albanië was het eerste land dat de onafhankelijkheid van Kosovo erkende. We zijn bijna één, maar door oorlogen, politiek en geschiedenis hebben we nu twee volksliederen en twee vlaggen.'

Honderdduizenden Kosovaren vluchtten in de jaren tachtig en negentig voor de overheersing van Servië naar met name Albanië, Duitsland, Zwitserland en de Scandinavische landen. Kosovo riep in 2008 eenzijdig de onafhankelijkheid van Servië uit, maar is nog altijd geen lid van de Verenigde Naties.

Milot Rashica tijdens een training in Drenas, Kosovo.Beeld ap

Voetbal, voetbal, voetbal

Rashica maakte de oorlog niet bewust mee. Eind jaren negentig viel Servië Kosovo binnen. Hij was 2 toen zijn ouders met hem naar Albanië vluchtten. Liever praat hij er niet over. Ook niet met zijn ouders. 'Ik wil ze er niet steeds aan herinneren. Het was een moeilijke tijd. Veel mensen verloren ouders, broers, kinderen.'

Na een paar maanden keerde de familie Rashica terug naar Kosovo. Hij zegt een fijne jeugd te hebben gehad. De bal was nooit ver weg. 'Altijd voetbal, voetbal, voetbal.'

Als Rashica scoort, vouwt hij zijn handen als een vliegende adelaar. 'Ik wil laten zien wie ik ben en waar ik vandaan kom.' De roofvogel is het vrijheidssymbool van zowel Kosovo als Albanië. 'De landen vochten samen. Om vrij te zijn.'

Rashica draagt ook altijd twee verschillende scheenbeschermers. Eén met de kleurige vlag van Kosovo en de ander met het rood en zwart van Albanië. 'Ik kan niet zeggen dat ik van het ene land meer houd dan de ander. Het is als kiezen tussen je vader en moeder.'

Het liefst zou hij één elftal zien, met alle Kosovaren en Albanezen. Het is zijn droom, maar hij weet niet of dat reëel is. 'Als het mogelijk is, ben ik de eerste die zich meldt.'

De nationale ploeg van Kosovo is dan officieel erkend, het stadion wacht nog op goedkeuring. De voetbalaccommodatie in de hoofdstad Pristina voldoet niet aan de eisen van de FIFA. Het duel van zondag, tegen Oekraïne, wordt op neutraal terrein gevoetbald, in het Poolse Krakau. Oekraïne is een van de tien Europese landen dat Kosovo niet erkent.

'Dat is politiek', zegt Rashica. Weer blijft hij positief. Hij lacht en doet een oproep aan de vele Kosovaren en Albanezen woonachtig in buurland Duitsland om te komen kijken. 'Zo kunnen we ons overal waar we spelen thuis voelen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden