Voetballen alsof de club nog niets heeft gewonnen

Vier keer binnen achttien dagen spelen de grootmachten Barcelona en Real Madrid tegen elkaar. Vandaag is de dag van de bekerfinale in Valencia. Deel 2 van een serie over El Clásico: de trainers.

Josep Guardiola verbindingsman

Eens zei Josep Guardiola: 'Johan heeft me voetbal leren begrijpen.' Hij doelde op de toenmalige trainer van Barcelona, Johan Cruijff, die hem in 1990 als 19-jarige liet debuteren in het eerste elftal, dat op weg was het Dream Team te worden, een naam die in de meeste verhalen is afgeleid van de Amerikaanse basketbalploeg die olympisch goud won in Barcelona, 1992.


Guardiola was geschoold op La Masia, de opleiding van Barcelona, die zoveel bewondering wekt en navolging vindt. Ruim twintig jaar later is de 40-jarige Guardiola trainer van het volgens velen beste elftal in de geschiedenis, hoewel je hem dat zelf niet hoort zeggen. Het Real van Di Stefano, het Milan van trainer Sacchi en het Barcelona van trainer Cruijff vindt hij betere teams.


Is zijn elftal Dream Team II, of zijn we al toe aan III? Hoe dan ook, het voetbal dat hij propageert, is voetbal in de geest van Cruijff, geperfectioneerd door Guardiola zelf, die de ene keer bijna onbewogen toekijkt en dan weer heftig meeleeft. In zijn mooie gezicht weerspiegelt zich de schoonheid van het spel. Met misbaar spoedt ook hij zich soms naar de zijlijn, om vermeend onrecht te bestrijden, of om gewoon uitbundig te zijn. Ook hij heeft af en toe de nukken van iedere andere trainer.


Guardiola zei ook eens: 'Zonder bal zijn wij een verschrikkelijk team.'


Het geheim van de ploeg is balbezit. Hoewel geheim. Het geheim is al vele malen uitgevent. Wie de bal heeft, loopt geen gevaar en kan gaan voetballen. Barcelona wil de bal hebben, zo vaak en lang mogelijk.


En dus verscheen in de loop van de eerste helft van El Clásico van afgelopen zaterdag, Real Madrid - Barcelona voor de competitie, onderin het tv-scherm een percentage in beeld: 79 procent balbezit voor Barcelona. Resteerde dus 21 procent voor Real.


Guardiola was als speler al de verbindingsman, de man van het balbezit, die opeens snelheid in het spel kon brengen. Hij bepaalde het tempo. Net als Cruijff eigenlijk, en net als Xavi en Iniesta tegenwoordig. Hij zag die twee, ook afkomstig van La Masia, opkomen in zijn nadagen als speler bij Barcelona en voorspelde ze een prachtige toekomst.


Josep Guardiola is liefhebber van mooi voetbal, van popmuziek, poëzie en theater. Hij is Catalaan in hart en nieren.


Net als Mourinho wijst hij de miljonairs altijd op de noodzaak van arbeidsethos. Zelfs zij die zo goed kunnen voetballen, moeten elke wedstrijd weer beleven alsof ze nog niets hebben gewonnen.


Dat lukt niet altijd. Maar vaak wel.


José Mourinho motivatiekunstenaar

Zelfs uit eigen kring daalde de kritiek onbarmhartig neer op de schouders van José Mourinho. Alfredo di Stefano, clubicoon uit de gouden jaren vijftig en zestig, oordeelde dat Barcelona zaterdag voetbalde en Real rende. De een was de leeuw, de ander de muis.


Jezelf verweren tegen Di Stefano is een hachelijke zaak, maar Mourinho zal hebben gedacht: wacht eens even. Hij broedt, in zijn hoofd kolkt het van gedachten over systemen en opstellingen, van slinkse trucs desnoods, waarbij hij alle opties doorneemt om Barcelona te verslaan. Vanavond laat moet het gebeuren in Mestalla, het oude, schitterend steile stadion in Valencia, in de finale van de Copa del Rey. Of anders in de dubbel van de halve finales in de Champions League na Pasen.


Overal waar de 48-jarige Mourinho komt, behaalt hij succes. FC Porto, Chelsea, Internazionale. Hij provoceert, beledigt, kietelt of veroordeelt, denkt en zucht. Hij kan zijn knappe hoofd laten tekenen met onwaarschijnlijk arrogante trekken. Hij kan onderuit hangen in de dug-out, desinteresse veinzend, om dan overeind te schieten voor een tirade. Messcherp. Zijn gedrag past vaak bij het voetbal dat hij voorstaat.


Maar hij is meer dan een veredelde vandaal langs de lijn. Hij is immers The Special One, zelfs door Guardiola de beste trainer ter wereld genoemd, al kan dat ook spel zijn. Hij is, als matige voetballer van vroeger, ook de tegenpool van Guardiola. Van Mourinho bestaan nauwelijks tv-beelden.


Als twintiger begon hij met trainen door zich vol te zuigen met informatie. Het verhaal is bekend: tolk van Bobby Robson in diens Portugese jaren, meegegaan naar Barcelona, assistent van Van Gaal tot 2000, en daarna klaar voor de verovering van de wereld, culminerend in de zege met Inter op Bayern, vorig jaar in de Champions League, als het klassieke verhaal van de leerling die de meester aftroeft.


Zo vaak als hij een wedstrijd heeft gewonnen met dank aan zijn tactisch vernuft, zo vaak heeft hij tongen losgemaakt. Maar die ongelooflijke opofferingsgezindheid van zijn spelers, de werklust, zie je in al zijn elftallen terug. Vraag Terry, Lampard of Sneijder naar Mourinho, en ze prijzen hem als motivatiekunstenaar, als iemand die zijn ploeg elke keer op het juiste moment scherp krijgt. Sneijder was bijna de voetbalzoon van de trainer, die hem vermoedelijk het liefst had teruggehaald naar Madrid.


Real Madrid is alleen geen Inter. Waar Inter vroeger al, onder de meesterlijke trainer Herrera, het defensieve spelsysteem catenaccio tot kunst verhief, staat het eens smetteloze wit van Real Madrid voor de aanval.


Net als Barcelona wil Real eigenlijk altijd aanvallen. Veel fans zijn bereid mooi voetbal voor even op te geven, alleen om de rivaal te vloeren. Mourinho is hun roerganger. Anderen willen geen concessies. Tot de laatste groep behoort Di Stefano blijkbaar.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden