Voetbal in de genen

Tweeëndertig jaar na hun eerste ontmoeting nemen twee 'voetbalratten' de stand van het Nederlandse voetbal door, inclusief Oranje. Gerard van der Lem: 'Ik mis het vuur....

VOETBAL, zegt Joop Brand op plechtige toon, zit in onze genen. Gerard van der Lem knikt instemmend.

Voetbal, vervolgt hij, zit in ons hart. Ja ja, zegt Van der Lem.

Ze koesteren hun jeugd, vanwege het straatvoetbal vooral. Als trainers grijpen ze intuïtief nog steeds terug op die ervaringen.

Brand: 'Het is allemaal op straat begonnen.' Van der Lem: 'Ik heb jarenlang een perfectionist meegemaakt, Van Gaal, maar het meest heb ik van mijzelf geleerd.'

Brand was de afgelopen drie decennia werkzaam bij negen clubs in het betaald voetbal, Van der Lem kreeg met name bekendheid als brutale buitenspeler en als assistent van Louis van Gaal bij Ajax en Barcelona. Wij zijn voetbalratten, zegt Brand.

Ze kennen elkaar al ruim dertig jaar, Rotterdammer Brand (65, 'maar biologisch ben ik pas 45') en Amsterdammer Van der Lem (49).

Tevergeefs trachtte Brand de toen 17-jarige Van der Lem naar Haarlem te lokken. Later werkten ze als trainer en speler samen bij Sparta, aan het eind van de jaren zeventig. Ze troffen elkaar eind jaren tachtig opnieuw, in Haarlem. Van der Lem trainde de club, Brand begeleidde als cios-docent de stagiaires.

Brand geeft sinds 1997 leiding aan de succesvolle Voetbal Academie van Vitesse, Van der Lem is werkloos, nadat hij AZ de rug had toegekeerd en tevergeefs had getracht in Japan aan de slag te gaan.

Ze zijn kritisch. En optimistisch. En openhartig.

De stelling: het gaat slecht met het Nederlandse voetbal.

Johan Cruijff zegt het, dus zal het wel zo zijn. De jeugdopleidingen deugen niet, het Nederlands elftal is een parodie op zichzelf geworden, de clubs zijn overgeleverd aan de grillen van theoretici en negeren de praktijkmensen. En de spelers kennen hun verantwoordelijkheden niet meer.

Brand: 'Al het goede van ons voetbal is plotseling slecht. We zijn in de negatieve fase beland. Er deugt plotseling niets meer. Het Nederlands elftal is niks, de clubs zijn niks, de jeugdopleiding is niks. We zitten alles alleen maar kapot te maken.'

Van der Lem: 'Toen wij met Ajax in 1996 de finale van de Champions League verloren, klopte er niets van volgens sommige media. Ajax stelde niets meer voor. Een jaar later bereikten we zelfs nog de halve finale. Nu zouden we daarvoor tekenen. Iedereen is hier snel negatief.'

Brand: 'Er wordt continu gezaagd. Neem alleen de tv-programma's. Het negativisme druipt eraf bij Barend & Van Dorp. Als ik onze Belgische vriend Hugo Camps hoor bij Johan Derksen, word ik niet vrolijk. Als ik dan Aad de Mos Van Hanegem weer hoor afzeiken. . . In De Telegraaf wordt iedereen afgezaagd die niet in het Cruijff-straatje zit. Zo wordt iedereen besmet.

'We hebben bij Vitesse het etiket dat het bij ons financieel niet in orde is. Maar er is tot nog toe geen dubbeltje in mijn budget gesneden. We hadden gisteren een ouderavond bij Vitesse. Wat is er met het voetbal aan de hand, vragen mensen dan. Hebben die jongens nog wel een toekomst?

'We zijn door de successen in het verleden een verwend, blasé volkje geworden. Het geeft niet dat je een keer op je bek valt. Maar nu zijn we het wel heel erg aan het kapot maken.'

Van der Lem: 'Het eerste jaar dat Ajax de finale haalde, was de euforie enorm. Een jaar later verloren we in de finale met strafschoppen van Juventus. Er stond geen hond op Schiphol toen we aankwamen. Niemand.

'Met de bus rijden we naar het stadion. Ik zit voorin, aan de zijkant. Er rijdt een auto naast ons, met twee jongens er in. Gaat dat raampie open, doen ze hun middelvinger omhoog. Toen dacht ik: ongelooflijk. Want ik weet hoe hard er gewerkt is om de finale te bereiken. En hoeveel pijn het deed toen we verloren.'

Brand: 'Leo Beenhakker is de volgende die weggaat bij Ajax. Want het publiek weet nu gewoon: als je maar hard genoeg zingt, dan krijg je je zin. En dan is Van Praag de volgende. Dat is ook de macht van de pers. Als Bertje van Marwijk straks twee wedstrijden verliest, begint het al.

'Ik werk nu vier jaar bij Vitesse. Hoeveel coaches heb ik gehad? Jorge, Neumann, Koeman, Ten Cate, Sturing. In vier jaar tijd. Als je drie keer verliest, ligt tegenwoordig je kop al onder het mes.

'Alleen als ze je mogen, zoals Neeskens of Rijkaard, dan hoor je niks. De charme van Rijkaard! Hij pakt jullie toch allemaal in? Momenteel wordt heel subjectief actie gevoerd tegen bepaalde mensen. Wat Sef Vergoossen met Roda JC flikte, was ongelooflijk. Toch moest hij weg, want er moest iemand komen die het anders zou doen.'

Van der Lem: 'Iemand met meer flair.'

Brand: 'Jan van Dijk lag al na een wedstrijd of vier buiten. En toen zou die Belg het wel even doen. Maar dat valt even tegen. Kijk nu hoe Racing Genk het doet onder Vergoossen.

'We moeten ophouden met etiketjes te plakken. Uit welke richting je ook komt, van het cios, uit het straatvoetbal zoals Gerard en ik, van de bondsopleiding, in elke stroming zitten goede mensen. Maar nu is het allemaal gedram.

'Neem Henk ten Cate. Die zegt: Joop, wat is dat nou? Waarom krijg ik nooit waardering? Henk is een van de beste trainers die ik heb meegemaakt. Hij kan zó goed trainen en hij heeft een visie op voetbal. Vitesse heeft nooit zulk goed voetbal gespeeld als toen Henk trainer was. Met hem speelde MTK Boedapest fantastisch. Nu staat NAC hoog.

'Maar die man krijgt geen cent waardering. Ik zeg: Henk, dat is jouw uitstraling naar de pers toe.

'Daarom wil ik geen coach meer zijn. Je wordt geleefd. Met bijvoorbeeld Koeman ligt dat anders. Hij heeft status, hij is helemaal onafhankelijk en hij heeft schijt aan iedereen. Dus die zal overleven. Maar je zult toch met je hypotheekje en je gezinnetje afhankelijk zijn van het voetbal.'

Van der Lem: 'De trainers hebben het moeilijk. Je moet spelers zo zien te raken dat ze voor honderd procent die wedstrijd ingaan. Toen ik naar Japan zou gaan, belde Louis van Gaal me op. Hij zei: waarom Japan? Ik zeg: ik zit nou bij AZ en iedere dag ben ik bezig met hetzelfde.

'Elke dag moet ik zeggen: we moeten echt honderd procent geven, anders kunnen we makkelijk van iedere ploeg verliezen. Elke week weer. Ik had echt het idee dat ik in Japan met spelers zou werken die met 200 kilometer per uur zouden gáán. Dat leek me zo fantastisch.

'Als je weet wat sommige modale spelers in Nederland aan salaris krijgen. . . En als je ze daarover aanspreekt, zeggen ze: dan ga ik toch lekker naar een andere club, daar kan ik het ook verdienen. Het is belachelijk dat spelers een contract hebben dat ze tot 2006 een salaris van een miljoen per jaar garandeert.

'Bij AZ heb ik in de rust weleens gevraagd: Waarom voetbal je nou? Ik vergat het hele tactische praatje. Waarom voetbal je nou? Ik zie geen plezier. Dat snap ik niet. Waarom voetbal je nou? Omdat je er zoveel geld mee verdient? Daar dacht je toch ook niet aan toen je vijf, zes jaar was? Ik wil zien dat je het leuk vindt.'

Brand: 'Het is zakelijk noodzakelijk, die hoge salarissen, maar het haalt de innerlijke motivatie weg. Vooral bij de jongens die van huis uit geen liefhebber zijn.

'Kluivert was als jongen al niet coachbaar. Het is ook allemaal zó verleidelijk. Achttien jaar: miljonair. In dollars. De bakvissen staan met de slipjes over hun arm. De vaderlijke binding is er niet, ma vond vroeger alles goed. Je krijgt de mooiste auto's, sponsors adoreren je, journalisten lopen achter je kont aan.'

Van der Lem: 'Bij Ajax was Opel de autosponsor. Jongens als Reuser, Wooter, Oulida en Kluivert haalden hun rijbewijs. Wilden ze in een Calibra rijden, een sportieve auto. Louis zei: je krijgt een Corsa.

'Maar wij willen een Calibra, zeiden zij dan. Zei Louis: dan koop je er een. Van mij krijg je een Corsa. En je komt alleen in die Corsa naar het stadion. Je leeft alleen, je hebt geen gezin, jij hoeft geen grote Calibra te hebben of een Omega. Jij gaat gewoon in een Corsa rijden.'

Brand: 'Maar buiten het stadion stapten ze meteen in een andere auto hoor.'

Van der Lem: 'Ja. Of met sponsors, die leveren toch een enorme bijdrage aan de begroting. Dan ging je dus schema's maken. Van Gaal stuurde steeds twee anderen. Maar er waren ook jongens die zeiden: wat krijgen we daarvoor?

'Daar krijg je niks voor jongen, zei Louis dan. Dit is een onderdeel van je werk. Jij gaat daar naar toe en je kleedt je netjes aan. Je wordt opgehaald bij het stadion en je wordt door een auto met chauffeur teruggebracht naar het stadion. En je gaat daar vragen beantwoorden. Je gaat je club vertegenwoordigen op een heel goede manier. En ik zit achter in de zaal. Louis of ik reden gewoon na de training naar Groningen of Friesland toe, vooral bij die jongere jongens.'

Brand: 'Bij Vitesse begeleiden we de jongens in alle opzichten. Hoe ga je met veel geld om? Wat doe je als al die meiden plotseling achter je aan lopen?

'Je kunt er gekscherend over doen, maar wij proberen ze iets meer mee te geven dan voetbal. Want met jongens als Davids en Kluivert is toen ze zeventien, achttien waren natuurlijk iets goed misgegaan.'

Van der Lem: 'Ach, dat weet ik niet. Kluivert kwam uit een aardig, redelijk stabiel gezin. Zijn ouders kwamen altijd kijken. Sommige ouders zag je nooit. Naar Davids kwam nooit iemand kijken. Kluivert, altijd.

'Maar toch gebeurt er dan iets, op een bepaald moment. Maar kun je dat moment als club vóór zijn? Want er komt nogal wat op zo'n jongen af, hoor. Je maakt zo'n goal in de Champions League-finale tegen AC Milan. Je mag een kwartiertje invallen en je zet de punt van je voet tegen de bal. Wat gebeurt er dan met zo'n jongen?'

Brand: 'Plotseling kon hij alles krijgen.'

Van der Lem: 'Alles! Maar dan is het de vraag: hoe gaan ze er thuis mee om. Als ik honderdduizend gulden zou hebben verdiend, op mijn zeventiende, en ik had een scooter willen kopen van vijfduizend gulden, zou mijn vader hebben gezegd: je koopt er maar eentje van zeshonderd gulden..

'De spelers zijn enorm veranderd. Met een aantal spelers heb ik gesprekken gehad, ook in cruciale fases van hun loopbaan. Ik zat een tijd geleden bij de sportschool, ik had toch niets te doen, en toen kwam ik Van der Sar toevallig tegen. Ik kom niet aan de beurt bij Juventus, zei hij, ik moet weg. Wat adviseer jij me nou?

'Ik heb Van der Sar meegemaakt toen hij net kwam, achter Stanley Menzo. En als ik hem nu zie. . . Van der Sar zal nooit een jongen worden die uitbundig is of overloopt van arrogantie, maar toch, ik voelde dat hij veranderd was. En hetzelfde voelde en zag ik bij een paar andere spelers.

'Ze zijn wat gelatener. Laat ik zeggen: dat fanatisme in die ogen is verdwenen.'

Brand: 'Ze hebben het allemaal al beleefd.'

Van der Lem: 'Ik mis het vuur. Als ik die Ieren zie, heb ik het idee dat ze zo honderdduizend gulden zouden willen inleveren voor een goed resultaat.

'Misschien komt het ook wel door die andere benadering, zo'n trainer die in korte broek naast de bank staat. Misschien kunnen wij daar wel wat van leren.'

Brand: 'Mijn zoon is mijn zoon niet meer. Mijn zoon is mijn vriend geworden. Hem moet ik heel anders raken dan toen hij nog kind was. Louis denkt nog steeds dat het zijn voetbalkinderen zijn. Maar het zijn nu volwassen mannen, met een eigen identiteit.

'En dat geven de spelers ook aan: ik wil niet meer worden bevaderd. Dankbaarheid bestaat niet. Door supercontracten veranderen mensen. Louis kon ze niet meer raken in hun brein.

'Dan komt zo'n speler na een Europa Cup-wedstrijd of een zware pot in de Spaanse competitie in Zeist of Hoenderloo. Dan kun je drie dingen doen. Je kunt bikkelhard gaan trainen met die inspanningsfysioloog, die Raymond Verheijn, en ze twee keer per dag afknijpen. Dan kun je het vergeten.

'Van Verheijen werden ze doodziek. Een test vlak voor een wedstrijd, wie verzint dat? Alleen: jij bent de supercoach, jij bent verantwoordelijk.

'Je kunt ook zeggen, wat nu de mode is: laat ze drie dagen hun gang maar gaan. Of, zoals Michels zegt: er is een middenweg, maar er moet discipline zijn.

'Je moet misschien andere dingen gaan doen. Naar de bioscoop of zo. Als nou iedereen Hoenderloo haat, en iedereen is gek op Noordwijk, dan ga je daar toch zitten? Daar kunnen ze even lekker uitwaaien op de boulevard.

'Het was arbeid bij het Nederlands elftal, arbeid, nog meer, nog meer. Pats, de spier scheurt. Pats, het gaat niet goed in je kop. Dat is het verschil. Ik ben geen voorstander van een softe methode. Er is een tussenweg.

'Die jongens hebben moeten bedelen de laatste keer, ik ben erbij geweest want we zaten daar met de Coaches Betaald Voetbal, om een keer buiten Hoenderloo bij een Japans restaurant te gaan eten. Dat was de eerste keer! Zij vonden het een concentratiekamp. De hekken gingen dicht.

'Ik heb alleen tegen die spelers gezegd: waarom praat je daar niet over met Louis? Ik ken Louis, want ik heb Louis als speler meegemaakt, ik heb hem als collega meegemaakt en ook nog eens bij mij op de cursus. Als je met argumenten bij Louis aankwam, was hij aanspreekbaar.

'Ik snap niet dat de spelers nooit naar hem zijn toegestapt en hebben gezegd: Louis, we zijn je kinderen niet meer. Je bent onze vader niet meer, je bent onze voetbalvriend geworden. Luister nou ook eens een keer naar ons? Gerard, zeg ik gekke dingen?'

Van der Lem: 'Nee. Het probleem is alleen dat de drempel naar Louis toe voor spelers erg hoog is. In de negen jaar dat ik met hem werkte, kwamen ze altijd naar mij toe. Bij Ajax, maar bij Barcelona ook. Dan ging ik naar Louis en dan ging hij toch vaak mee met suggesties uit de groep. Hij was altijd ontvankelijk.'

Brand: 'Volwassen mensen, gelouterd, Europa Cups, WK's en EK's meegemaakt, die moeten toch met hun coach om tafel gaan zitten en iets aangeven? Dan was er niets aan de hand geweest. Waarom praten jullie nou niet met die man?'

Van der Lem: 'Misschien is het wel goed ook dat Nederland niet naar het WK gaat. Want we gaan er nu over praten, met z'n allen. Nu verandert er misschien wat.'

Brand: 'Wat die laatste avond in Kopenhagen is gebeurd, daar kan geen enkele coach achterstaan. Dat was de druppel. Het breekpunt. En dat weet ik niet omdat ik het in de kranten heb gelezen, dat was al veel eerder bekend.

'Jij weet toch ook precies wat er in Denemarken is gebeurd, de avond voor de wedstrijd?'

Van der Lem: 'Nee, want ik zat in Japan toen.'

Brand: 'Toen heeft de groep hem in feite laten vallen. Meer zeg ik niet. Op dit punt heb ik geheimhouding beloofd.'

Van der Lem: 'Als ik zie en hoor wat er allemaal is gebeurd met Louis, dan vind ik dat heel erg. Omdat ik hem ook op een andere manier ken. Daarom vind ik het ook zo moeilijk er over te praten. Omdat hij ook heel begripvol en warm kan zijn, veel warmer en begripvoller dan iedereen op dit moment denkt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.