Voetbal als manna uit de hemel

Voetbal in Rio de Janeiro is voetbal in een verknipte stad. Een stad van Goddelijke Kanaries en verschoppelingen. Van strand tot sloppenwijk, allemaal houden ze van futebol....

Glorie in beton. In de Walk of Fame van stadion Maracana zijn honderden legendarische voeten van Goddelijke Kanaries vereeuwigd . Naast elkaar, van links naar rechts: Pelé, Romario, Garrincha. Een droomvoorhoede.

Ellende in modder. Zelfs in Terra Encantada ('Land van je Dromen'), een sloppenwijk waar de bewoners illegaal stroom aftappen en de bakker alleen op bepaalde uren mag bakken, omdat anders de hele wijk weer zonder stroom zit, ligt een voetbalveldje. Het loopt over van de regen, maar de doelen staan fier overeind.

Brazilië is een land van uitersten, waar voetbal tot diep in de poriën is doorgedrongen. In Maracana, de tempel die op 31 augustus 1969 183.341 gelovigen trok voor een duel met Paraguay, staat op de muur: O pais do futebol, land van voetbal.

Pentacampeao: vijf keer wereldkampioen.

Onder het vorig jaar onthulde beeld van Mario Zagallo, wereldkampioen als speler én trainer, is geschreven: de onsterfelijke. In de gangen naar de kleedkamer is de penetrante geur van massageolie nagebootst, om de bezoeker het gevoel te geven onderdeel te zijn van de heroïek.

In Terra Encantada, waar krotten van ellende aan elkaar hangen en een waterbed iets anders is dan in Nederland, ruikt het naar verrotting. Bewoners poepen in een stuk papier en gooien dat in het bijna stilstaande riviertje. Bij het winkeltje zegt gids Sandro: 'Voetbal is hier belangrijker dan geloof. Voetbal ís ons geloof.' God is rond, zeggen ze wel eens in Brazilië.

Vanuit Maracana is het machtige Christusbeeld op de berg Corcovado te zien. Het bepaalt het profiel van Rio de Janeiro. Christus heft de armen horizontaal. Zo ongeveer juicht Ronaldo na een doelpunt. Sensationeel schijnt de brul te zijn vanuit de favela's, als de nationale ploeg een doelpunt maakt. Het is lawaai dat over de flanken van de heuvels naar beneden rolt, als een lawine. Voetbal als manna uit de hemel.

Voetbal is van iedereen en overal in Rio, dus ook, als het weer meezit, tot diep in de nacht op de verlichte stranden van Copacabana en Ipanema. Verkopers van replica-shirts doemen overal op. Zelfs Pelé, de koning die allang afstand deed van zijn troon, is te krijgen.

Maar dit verhaal gaat vooral over het voetbal in de sloppenwijken, het onbekende voetbal van Rio. Zo is de stad toneel van zonderlinge wedstrijden, die het belang van een gewone sportontmoeting overstijgen. Op een zandveld in Furquim Mendes, een door het zogenoemde Rode Commando beheerste, zwaarbewaakte wijk, ontmoeten de soldaten van de drugsbazen de jongemannen die het leger hebben verlaten.

Het is een vreemde gewaarwording om langs wegblokkades naar een voetbalveld te rijden en na afloop van de wedstrijd de versperring zelf opzij te rollen. Zeker zo vreemd is het om in de aanloop naar de aftrap de aankomst van de spelers in de kantine te aanschouwen. Twee van hen dragen een MVV-shirt, met Sphinx-reclame nog, eentje is trots op het tenue met Mandemakers Keukens van RKC, weer een ander is gekleed in het tenue van Oranje Nassau uit Roden, en er is ook een Spartaan.

De soldados, die met 3-1 verliezen, dragen shirts van café Warhol uit Groningen. In de kantine, die meer op een rovershol lijkt, staat de AK-47 van de onder invloed van drugs verkerende bewaker tegen de muur ('wil je met mijn geweer op de foto?'). Het bier vloeit zo rijkelijk dat een onbestemd gevoel bezit neemt van het gemoed.

Drugsbaas 'Nico', de organisator van de door de meegereisde Nederlandse tv-verslaggever Jan Roelfs (imponerend met zijn 1.98 meter) gefloten wedstrijd, acht zijn persoonlijke veiligheid niet groot genoeg, omdat zijn soldaten meer aan voetbal denken dan aan bewaken. Hij vertrekt.

Vanja, die bier bijschenkt in plastic bekers, zegt dat de pijn in haar rug opspeelt door regen en winterkou. Ze schuift haar trui omhoog. Twee kogels zitten gevangen onder haar vel. Ze is in de baan van politiekogels gesprongen, om een ander te redden.

Maar als de wedstrijd is begonnen, telt vooral de liefde voor voetbal. 'Ik heb wel eens een stapeltje stenguns achter het doel zien liggen.

Dan zie je geen verschil tussen soldaten en voormalige soldaten', zegt Nanko van Buuren, directeur van IBISS, een instituut dat opkomt voor de kansarmen in de sloppenwijken. In het door de Verenigde Naties uitgeroepen jaar van de sport en lichamelijke opvoeding vraagt het speciale aandacht voor de probleemjeugd in Rio.

William was een hoge meneer in de hiërarchie van het Rode Commando, maar hij nam met behulp van IBISS afscheid van het leger. Hij heeft nu een salaris, zo'n 150 euro per maand, waar de soldaten om lachen. Maar William is dankbaar voor zijn nieuwe leven en elke keer als hij Van Buuren ziet, die onderhandelde over zijn uittreden, valt hij in diens armen.

'Hoeveel van onze mannen ga je nog roven', vragen de bazen wel eens aan Van Buuren, maar van binnen hopen ze dat hun eigen kinderen verstoken blijven van gevechtshandelingen. Van Buuren: 'De allerhoogste baas van het Rode Commando heeft een zoon in onze projecten. Hij zegt altijd: als het jullie niet lukt hem op het rechte pad te houden, stuur ik mijn achter jullie aan.'

De drugsoorlog, een strijd van nietsontziende gevechten met de politie, van zenuwslopende bewaking van maakt psychische psyc wrakken of moordmachines van jongens die eigenlijk horen te voetballen. De oorlog misvormt geesten en karakters. Als kind leren ze al de favela-versie van jeu de boules: een handgranaat zo rollen dat die onder een politieauto tot ontploffing komt.

Een drugsbaas wilde eens per se voetballen, vertelt Van Buuren, maar het was 42 graden en niemand had zin. Een van hen tartte zijn bevel door te stellen dat hij, de drugsbaas, helemaal niet kón voetballen, waarop die de keel afsneed van de vrijpostige.

Maar ook drugsbazen hebben ongeruste moeders.

En voetbal leidt de aandacht af van een verknipt leven. André is trainer van een groepje jongens op de voetbalschool Ponto. br, een van de projecten van IBISS. Hij draagt een shirt van AZ met nummer acht, een paar jaar geleden nog het nummer van Barry Opdam, en zijn tatoeage vertelt dat alleen God hem mag veroordelen.

Hij onderricht jongens die op een kruispunt staan in hun leven, in de hoop dat ze het juiste pad kiezen. Die keuze is niet zo gemakkelijk: een bestaan als drugssoldaat, voor de status, de sensatie of het geld, of iets anders, dat in eerste instantie minder geld oplevert.

'Die haalt het niet', wijst Van Buuren naar een jongen in een blauw shirt, die zich afzijdig houdt. 'Hij is te graag met een pistool bezig.' Ruim 80 procent van de kindsoldaten is dood voor hun 21ste verjaardag.

André vertelt dat vrijwel niemand van zijn voetbalschool de top zal bereiken. Belangrijker is dat ze bezig zijn met andere zaken dan criminaliteit. 'We willen ze leren hoe je sociaal met elkaar omgaat.'

In tegenstelling tot een gedachte die in brede kring leeft, is - een uitzondering als Adriano daargelaten - lang niet iedere Braziliaanse topvoetballer afkomstig uit de favela. De sloppenwijken zijn geen geliefd oord voor scouts van de topclubs uit Rio: Flamengo, Fluminense, Vasco da Gama en Botafogo. Paulinho uit Vila Alianca, een van de leiders van de projecten van IBISS in de wijk: 'De grote clubs zijn arrogant en eigenwijs. Ze bieden ons weinig morele ondersteuning. Ze komen nauwelijks kijken naar talenten in de sloppenwijken. Ze vinden het te gevaarlijk.'

De clubs verwelkomen op hun voetbalscholen liever ouders die hun kroost met de auto brengen en rustig 200 euro per maand betalen, zoals bij de voetbalschool van Zico, ook al zo'n beroemdheid uit de Walk of Fame van Maracana.

En dus proberen de mensen in de favela's zich op eigen kracht te ontworstelen aan hun ellende, met voetbal, zang en dans. Samuca was vroeger kindsoldaat, gespecialiseerd in ontvoeringen. Tijdens acht jaar gevangenschap kwam hij tot inkeer, waarna hij de hiphopband Movimento na Rua oprichtte. Hij is tegenwoordig een rolmodel, net als Paulinho, wiens broer is vermoord.

Samuca verwoordde zijn gevoelens over uitzichtloosheid als volgt:

Ik ben de sloppenwijk/belichaming van een gemeenschap/gezien door de élite/als een lichaam dat op sterven na dood is./Ze beschouwen me als uitschot. . .'

Hij vertelt hoe moeilijk het na een crimineel leven is om waardig terug te keren in de maatschappij. Vandaar het belang van een band, voetbal of dans. 'Vroeger struikelde je over de misdaad, maar het gaat al beter hier in Vila Alianca. De zaadjes zijn geplant, de plant groeit, nieuwe zaadjes vallen op de grond. Vergeet niet dat ook een drugsbaas vroeger een kind is geweest met zijn dromen.

'De drugsbazen zien ons als baken van hoop voor hun kinderen. Ze zitten niet in de gevangenis, maar in feite zijn ze gevangen, want ze kunnen hun wijk niet verlaten.'

Samuca, bijna dichterlijk: 'Criminelen zijn een product van het systeem. Als dat systeem niet verandert, doet het product dat ook niet. Een medicijn heeft geen waarde als je niet weet welk effect het heeft. Je moet mensen mogelijkheden geven om zich te ontwikkelen.'

Vandaar dat ze de clubs oproepen intensiever te scouten in de favela's. Samuca: 'Wij moeten jongens soms afremmen als ze heel goed dreigen te worden, omdat we bang zijn dat ze anders ernstig gefrustreerd raken.'

Voetbal als medicijn. Voetbal als elixer. Ronielle, een jongetje in Vila Cruzeiro, wil een spelletje doen: de Nederlander roept de naam van een Braziliaanse voetballer, hij vervolgens een Nederlander. Dan blijkt hoeveel parate voetbalkennis over dat kleine landje in Europa is verborgen onder die donkere krullen. Ronielle kent zelfs Fredje Bouma. Boema.

Een man zonder voortanden vraagt waar dat gezelschap vreemdelingen vandaan komt. Nederland? Een vileine lach: 'Nooit wereldkampioen geweest.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden