Voelbaar tragisch

Hij heeft de ziel van een dichter. Maar een neus als een hijskraan. Zie daar het drama van Cyrano – held uit een gelijknamig toneelstuk dat sinds 1897 ontelbare malen is gespeeld....

Op 27 juli van het jaar 1655 gooide een Parijzenaar een flink stuk hout uit zijn raam. Het gevaarte kwam precies terecht op het hoofd van een man die daar min of meer toevallig passeerde: Cyrano de Bergerac.

Hij bezweek een dag later aan zijn verwondingen, 36 jaar oud. Het was het einde van een geacht man: befaamd duelleerder, schrijver, fantast, vrijdenker en bohémien die als twintigjarige het leger in was gegaan, gewond raakte en zich vervolgens wijdde aan een studie filosofie en wiskunde. Op een schooltje waar Molière zijn medeleerling was.

Ruim twee eeuwen later zou ene Edmond Rostand hem onsterfelijk maken door zijn wel en wee gestalte te geven in een toneelpersonage, de romantische held in een toneelstuk dat tot op de dag van vandaag het publiek in vervoering kan brengen: Cyrano de Bergerac. Zaterdag gaat het bij het Nationale Toneel in Den Haag in première. De toneel-Cyrano heeft veel gemeen met de historische figuur, zijn welbespraaktheid, zijn fantasie en zijn bravoure in het duel. Maar één ding had de echte Cyrano niet: een wanstaltige neus.

'Mijn neus klein? Kom nou toch! Hij is gigantisch!

Gestoorde platbekbaviaan, begrijp dan toch Dat ik juist trots ben op een dergelijke uitbouw, En wel omdat een grote neus het kenmerk is Van een beminnelijk, goedhartig, hoflijk, geestig, Vrijgevig, moedig man, van alles wat ik ben En wat u kunt vergeten ooit te zullen worden. . .'

Met deze tirade daagt onze toneelheld zijn tegenstander uit tot een duel. Hij is overmoedig, zoals we zien in de gelijknamige film met Gérard Depardieu uit 1990. Het verhaal is nog nauwelijks begonnen of Cyrano verslaat in zijn eentje honderd man. Met zijn degen. Tevreden glimlachend hoort hij de schade aan: twee doden en zeven gewonden.

Die vechtlust dient om de pijn te verzachten die hij voelt in de liefde. Hij houdt met hart en ziel van zijn nichtje, de mooie Roxane, maar is ervan overtuigd dat zij nooit van hem kan houden:welke vrouw begint aan een man met zo'n neus?

Misschien is het niet toevallig dat de meeste Cyrano-vertolkers van nature ook niet slecht bedeeld zijn wat hun voorgevel betreft. Zowel Depardieu in de film, als Bill van Dijk in de musical in 1992, maar ook Guus Hermus in de jaren zestig, Gees Linnebank in de jaren tachtig en nu Stefan de Walle in het toneelstuk. Toch werd die neus voor de rol met kunst en vliegwerk nog groter gemaakt. Soms met desastreuze gevolgen. 'Ik schermde, zwaaide mijn degen omhoog, die verdomde mantel zwiepte over mijn gezicht en pats, weg was mijn neus. Ik zag hem zo over de vloer rollen.' Gees Linnebank lacht schaterend. Het gebeurde hem tijdens de tournee in 1985. 'Gelukkig redde ik me eruit, maar god, wat een ramp.'

Het incident gebeurde overigens in een briljante voorstelling waarin Linnebank de zielepijn van Cyrano haast lijfelijk voelbaar maakte. Bevlogen, gepassioneerd en onmiskenbaar tragisch. Cyrano heeft de ziel van een dichter, zit nooit verlegen om een woord, maar met dat clowneske uiterlijk maakt hij bij de vrouwen geen kans. Daarom leent hij zijn poëtisch talent aan de knappe, maar domme Christian. De prachtigste liefdesbrieven schrijft hij aan Roxane, ondertekend met de naam Christian. Of hij fluistert zijn rivaal hartstochtelijke woorden in tijdens de legendarische balkonscène, een van de hoogtepunten uit het stuk.

Allebei de mannen staan in het duister, en Cyrano lucht zijn hart. Zijn mooie zinnen maken indruk op Roxane, ze denkt dat die poëtische woorden uit de mond komen van Christian. Ze smelt, wil een kus en dan klimt niet Cyrano, maar Christian naar boven om de beloning te halen. 'Klim dan toch, kwijlebal!' Cyrano moet hem duwen. Zelf blijft hij beneden. 'Mijn hart krimpt in elkaar!' En wij krimpen mee.

Als het mooie joch sterft tijdens een veldslag, gaat Roxane het klooster in. Cyrano zoekt haar wekelijks op, maar houdt zijn gevoelens verborgen.

Pas als hij stervende is, vijftien jaar later – jawel, omdat hij een stuk hout op zijn hoofd kreeg – bekent hij haar zijn liefde. Roxane realiseert zich pas dan dat ze in werkelijkheid al die tijd van Cyrano heeft gehouden. 'Leef', roept ze, 'ik hou van u.' Het helpt niets. Cyrano sterft en ontredderd blijft ze achter.

Edmond Rostand was nog geen dertig toen hij Cyrano de Bergerac schreef. En na de première was hij meteen een beroemdheid. Benoît Coquelin, die Cyrano speelde, was geknipt voor de rol, bekend komediant, bakkerszoon uit Boulogne en steracteur van de Comédie Francaise. IJdel als hij was, eigende hij zich allerlei teksten toe die Rostand in de mond van andere acteurs had gelegd. De schermscène aan het begin schijnt speciaal op zijn verzoek te zijn toegevoegd: kon hij laten zien waartoe hij in staat was met de degen.

Coquelin was op de première in 1897 al 56, behoorlijk oud voor een jonge, romantische held. Hij speelde de rol na de première tot zijn dood in 1909 minstens zo'n zeshonderd keer. Een criticus uit die tijd schreef: 'M. Coquelin is een man die je de indruk kan geven dat je naar Beethoven luistert terwijl hij het slaapliedje Au clair de la lune speelt.'

Wat maakt die titelrol toch zo imponerend en begerenswaardig voor een acteur? 'Cyrano is eerlijk, principieel, maar hij is ook een killer', zegt Linnebank. 'Hij neemt mensen ontzettend in de zeik. Een onafhankelijke geest voor wie persoonlijke vrijheid boven alles gaat. Maar ook iemand die dodelijk verliefd kan worden. Een ongelofelijk gevoelsmens in zijn strijd tegen de voosheid. En tegen de aanstellerij. Hij heeft panache.'

Panache? 'Bravoure, zwier, oprechtheid, gaan voor een verloren zaak.'

Linnebank heeft zitten kijken naar de repetitie van het stuk in Den Haag. Naar zijn opvolger Stefan de Walle die nu Cyrano speelt. Met groot genoegen.

De Walle: 'Cyrano is het toonbeeld van absolute trouw, onkreukbaar, oprecht en zuiver in de liefde die hij voelt. Een ridder die voor zwakkeren in de bres springt. Ik vind het een hele eer om die rol te spelen. Het is een grote partij.'

Linnebank: 'Ik kende het verhaal in grote trekken, maar in zijn volle omvang had ik het nog nooit gelezen, het is toch een heel pak tekst. Toen ik het stuk eindelijk ging lezen, openbaarde zich onmiddellijk de hele emotionele lijn. Ik kon me meteen inleven in die man. In de dingen die hij zei, deed. Die rol had zoveel wat onmiddellijk naar binnen schoot. En dan zeg je de dingen alsof je ze meent.'

Linnebank moest in de jaren tachtig opboksen tegen de mythe die Guus Hermus in 1962 had gecreëerd. Een onvergetelijke Cyrano de Bergerac.

'Ik moet zeventien zijn geweest toen ik Hermus als Cyrano zag op een zwartwittelevisie. Thuis had ik bedongen dat ik die avond mocht kijken. Ongelukkig genoeg kwam er een oom op bezoek die er doorheen zat te praten. Hij vond het maar geouwehoer. Vreselijk, ik werd woedend. God, zoals Hermus die versregels liet klinken. Bij hem hoorde je zijn hele ziel meevibreren. Die stem, geweldig, een carillon. Met een snik erin. Hij had een kanjer van een neus, hij leek wel een kaketoe. Maar daardoor kwam de poëzie des te meer uit. '

In 1975 zou Hermus de rol nog een keer spelen, in de toneelproductie van Joop van den Ende met Jeroen Krabbé als Christian. Regie Ko van Dijk. Tijdens de eerste lezing kreeg Hermus de kans niet ¿ i ets te doen. Ko van Dijk las het hele stuk in zijn eentje voor. Iedereen wist dat Ko de rol van Cyrano het liefst zelf had gespeeld, maar een pijnlijke heup liet dat niet toe. Hermus zat naast hem en na afloop, na een lange stilte, zei hij: 'Nou, dat stuk hoeven we dus niet meer te spelen.'

Acteerde Hermus nog in een melodramatisch grote speelstijl die nu, in onze ogen nogal galmend klinkt, Linnebank hield zijn spel veel kleiner. Je zag hoe hij de pijn om de onbereikbare geliefde verborg achter zijn uitbundig declamatorisch talent. In de nieuwste enscenering ontbreken niet alleen de veertig acteurs die in 1962 het toneel bevolkten, de toon is veel lichter en doorspekt met humor. Laurens Spoor maakte een fraaie vertaling waarin Stefan de Walle de beschikking heeft over prachtige zinnen als:

En mocht ' t je overkomen dat je wordt gehuldigd, Dan ben je dat succes alleen jezelf verschuldigd.

Oog in oog met jezelf verbleekt die glorie niet. Kortom: ben je geen kruiper, klimop of parasiet, dan reik je, ook al ben je niet zo fors en krachtigAls ' n eik, misschien niet hoog, maar je reikt eigenmachtig!

Moest Linnebank over de legende Hermus heen, nu moet Stefan de Walle die Cyrano speelt in Den Haag het weer opnemen tegen Linnebank. Linnebank is niet alleen De Walles voorganger als Cyrano, hij is ook zijn toneelvader. Hij kneedde De Walle tijdens de lessen die hij gaf aan de Arnhemse toneelschool. Jawel, over Cyrano.

De film met Depardieu kennen ze allebei. Alleen Linnebank heeft Van den Endes musical uit de jaren negentig gezien. 'Zoiets moet je op totaal andere merites bekijken. Het is net een stripverhaal. De hoofdpunten zitten erin. Met de kracht van de muziek, mooi aangekleed, een Nederlands product, dat is toch prachtig?'

Van den Ende heeft zijn liefde voor het stuk nooit onder stoelen of banken gestoken. In een interview zei hij: 'Ko van Dijk gaf me ooit een stoomcursus over Cyrano, waar die man voor staat en wat hem bezighoudt. Dat stuk is zo fantastisch. Als je zit te kijken, gebeurt er iets met je. Het is meer dan honderd jaar oud en overal in de wereld waar het wordt gespeeld blijft het een succes.'

Zou dit stuk in verzen, met grote romantische gebaren, hoeden met pluimen, zwierende capes, gekunstelde sentimenten en geïdealiseerde personages een hedendaags publiek nog iets doen? Linnebank: 'Cyrano stond voor mij altijd voor het lelijke jongetje dat verliefd is op het mooiste meisje van de klas. Je denkt altijd dat jij daarin de enige bent, maar dat hebben zoveel mensen.'

De Walle: 'Iedereen herkent dat, die liefdespijn over iemand die je verlaat, als je dat een keer hebt meegemaakt, gaat dat nooit meer weg. De knoop die die man in zich meedraagt, is ontroerend. Hij wil niets liever dan alles bekennen, Roxane vertellen hoeveel hij van haar houdt. Maar zelfs als haar jonge, knappe geliefde dood is, houdt hij nog zijn mond. Vreselijk is dat. Maar hij kan niet anders. Die man is zo gevoelig, zo open, je kan zo bij hem naar binnen kijken. Iedereen die gevoel in zijn donder heeft moet hier door worden geraakt.' & bullet;

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden