Voeg Marx en De Toqueville eens samen

Samen leven, samen werken: volgens Ewald Engelen valt er nogal wat aan te merken op dit regeringsmotto. Wat goed is voor de één, is met dit kabinet niet óók goed voor de ander....

Samen leven, samen werken, moeten we van het kabinet. In ieder geval dienen we ‘betere burgers’ te worden dan de verwende consumenten die we onder Paars waren. Zoals alle politieke programma’s is ook dit een kind van meerdere vaders. Ten eerste stoelt het op een diagnose die afnemende sociale cohesie als voornaamste probleem aanwijst. Nederlanders moeten meer onderlinge betrokkenheid tonen en dus meer gemeenschapszin ontwikkelen om de samenlevingsproblemen van vandaag het hoofd te bieden.

Ten tweede is het een impliciet antwoord op de vermaledijde ‘kloof’ tussen politiek en burger. In feite zegt het kabinet dat de burger verwend is, dat de staat het niet alleen kan en dat burgers meer hun eigen boontjes moeten doppen.

Ten derde sluit dit programma aan bij de beleidssociologie die betoogt dat de burger genoeg heeft van staatsbetutteling en het heft in eigen handen wil nemen. De opdracht het dan ook maar samen uit te zoeken in plaats van te vertrouwen op de staat, sluit wonderwel aan bij deze sociologische clichés.

Op al deze motieven voor ‘beter burgerschap’ valt af te dingen.

De gedachte dat afnemende cohesie het voornaamste vraagstuk is, komt na een lange periode waarin machtsongelijkheid de voornaamste kwestie was. Onderwijs en arbeidsrecht stonden de gehele 20ste eeuw in het teken van het verkleinen van machtsverschillen. De huidige nadruk op gemeenschapszin suggereert dat die niet meer bestaan. Dat is voorbarig. De gebrekkige integratie van allochtonen doet vermoeden dat autochtonen er nog altijd in slagen hun privileges te reproduceren. Dat heeft meer te maken met klasse dan met cultuur of etniciteit. Ook al domineert in het integratiedebat de culturele blik.

Ook het tweede motief is dubieus. De staat zegt het ene te willen, maar doet het andere. De staat zegt minder te kunnen, en vraagt dus meer van burgers, maar lanceert wel een zedelijkheidsoffensief waarvoor hij de middelen mist en waarmee hij de middenklasse van zich vervreemdt. Daarmee zaait het kabinet de electorale storm van morgen. Verder is ook het begrotingsbeleid weinig consistent: wij vragen u meer zelf te doen, maar doen ook een extra greep in uw portemonnee. Ten slotte schuilt in de kern van het kabinetsbeleid een tegenstrijdigheid: ‘samen leven’ veronderstelt meer vrijwilligerswerk, meer mantelzorg en meer eigen initiatief van de burgers, terwijl ze tegelijk meer en langer ‘samen’ moeten ‘werken’.

Wat het derde motief betreft: niet alle burgers voldoen aan de sociologische clichés. De maatschappelijke betrokkenheid van bedrijven en werknemers aan de bovenkant steekt schril af bij toenemende kwetsbaarheid aan de onderkant. De ruimte die de eerste krijgen, gaat ten koste van de bescherming die de laatste wensen. Hier wreekt zich het beeld van een klassenloze maatschappij waarin ‘zachte’ samenlevingsproblemen domineren en oude tegenstellingen hebben afgedaan. In academisch steno: Marx is verruild voor De Toqueville, economie voor cultuur, de staat voor de civiele maatschappij, dwang voor vrijwilligheid, en bescherming voor vrijheid. De interviews met Peter Gortzak (FNV) en Jan van den Herik (KPMG), illustreerden dat (Forum, 15 november).

Als analyse van de Nederlandse samenleving is deze ‘zachte’ diagnose onvoldoende, want eenzijdig. De hooggeschoolde werknemer en de kennisintensieve onderneming zijn het beschermende arbeidsrechtelijke raamwerk van vakbond, algemeen verbindend verklaren, cao’s en ondernemingsraad ontgroeid. Het gevolg is dat werknemer en onderneming van de staat steeds meer ruimte eisen om op nieuwe manieren recht te doen aan hun ‘burgerschap’. Zie de opkomst van maatschappelijk verantwoord ondernemen, de wederopleving van caritas en de groei van vrijwilligerswerk in ondernemingsverband. Dit verklaart de crisis van het traditionele economische burgerschap: het vakbondslidmaatschap is laag en dalend, cao’s gaan knellen en ondernemingsraden worden vooral nog bevolkt door oude, witte mannen. Dat is het gelijk van Van den Herik.

Dit betekent niet dat het oude beschermende raamwerk op de helling kan. Niet alle Nederlanders beschikken over de hulpbronnen om de verantwoordelijkheden te kunnen dragen die in een Tocquevilliaanse samenleving worden gevraagd. Voor velen zijn de vraagstukken wél economisch, is de staat wél de instantie voor afgedwongen bescherming, en is sociaal-economische zekerheid wél de grondslag voor vrijwillige participatie. Dat is het gelijk van Gortzak.

Het is echter de vraag of de ‘oude’ instrumenten van bescherming nog wel voldoen, en daarover horen we de vakbonden te weinig. Moeten uitkeringen niet worden ingeruild voor scholing? Moet de ondernemingsraad niet worden vervangen door pensioenfondsactivisme? Moet de ontslagbescherming van ‘insiders’ niet worden uitgeruild tegen scholingsrechten voor ‘outsiders’? Hoe de antwoorden ook luiden, de hamvraag is en blijft: hoe Marx en De Toqueville te combineren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden