ReconstructieQuarantaine in Jakarta

Voedseltekort en soldaten bij de deur: vijf dagen quarantainehel in Toren C2

Geannuleerde tickets zijn lang niet het grootste risico als je reist tijdens een pandemie, merkte de Indonesische Vina Rusadi. Wanneer zij eind mei vanuit Nederland naar Jakarta vliegt, wordt zij met honderden andere reizigers opgesloten in een torenflat. ‘Het was een horroscenario.’

Een Indonesische gezondheidsmedewerkers controleert passagiers op de Soekarno-Hatta Internationale Luchthaven bij Jakarta.Beeld EPA

Als Vina Rusadi’s vader in april overlijdt, wil zij zo snel mogelijk naar huis om de uitvaart bij te wonen of in elk geval met haar familie voor haar vader te bidden. Dat blijkt onmogelijk. Al het vliegverkeer richting Indonesië is vanwege de wereldwijde coronacrisis stilgelegd. Maar als op 13 mei ook haar moeder sterft, vertrekken er alweer mondjesmaat vluchten naar Jakarta. Rusadi (49) besluit het erop te wagen en komt, net als duizenden andere inkomende reizigers, in een zwaar bewaakte, vieze quarantaineflat terecht. Er is tekort aan van alles en het blijft onduidelijk wanneer ze er weer uit mag.

‘Reizen is voor eigen risico’, waarschuwde premier Mark Rutte vorige week toen hij aankondigde dat Nederlanders weer op vakantie konden. ‘Ga wijs op reis. Ken de regels in het land van bestemming.’

Als Rusadi enige weken voor dat advies in het vliegtuig naar Jakarta stapt, denkt zij goed voorbereid te zijn. Voor Indonesië geldt, zoals voor bijna alle landen op dat moment, een oranje reisadvies: alleen voor noodzakelijke reizen. De dood van haar ouders is volgens luchtvaartmaatschappij Garuda meer dan genoeg noodzaak om te vliegen. Een bewijs van overlijden van haar moeder en een gezondheidsverklaring voor haarzelf is alles wat ze nodig heeft om een ticket te kopen. 

Test vereist

De gezondheidsverklaring kan ze gewoon van de Garuda-website downloaden en zelf invullen. Als kort voor de vlucht plotseling toch ook een wattenstaafjestest wordt vereist, is het voor Rusadi te laat. Ze legt zich erbij neer dat ze in Jakarta twee weken in overheidsquarantaine zal moeten. Dat is niet ideaal, maar ze zal dan in elk geval dichter bij haar familie, en dichter bij haar overleden ouders zijn.

De landing, op 16 mei om 6.00 uur, in Jakarta betekent voor Vina Rusadi het begin van een lange intake-procedure: ‘We werden van het vliegtuig met bussen naar de terminal gereden – veertig man uit onze vlucht en vijftig uit een andere – en daar op in rijen opgestelde stoelen gezet voor een rapid test, waarvoor bloed werd afgenomen. Telkens werden vijf mensen naar voren geroepen, en na de bloedafname doorgestuurd naar een wachtkamer om te wachten op de uitslag.

‘Nadat ik negatief was bevonden, mocht ik langs de paspoortcontrole en mijn bagage ophalen. Op weg naar buiten, waar mijn familie stond te wachten, hielden militairen ons tegen. Soldaten stelden ons op achter een lint en begeleidden ons later naar de bushalte, waar we opnieuw in een lange rij werden opgesteld, met onze koffers, om te wachten op de bus. In elke bus mochten vanwege het afstand houden maar zeventien passagiers. Pas drie uur na de landing zat ik zelf in de bus, en gingen we met politie-escorte naar het Wisma Atlet.’

Deprimerende torenflats

Wisma Atlet is een voormalig atletendorp, een groep deprimerende torenflats, gebouwd voor de Asian Games 2018. Toren C2 is nu bestemd voor de quarantaine. Rusadi arriveert er rond 9.30 uur, uitgeput van de lange vlucht, de spanning van de procedure en het urenlange wachten. Hoe dichter ze bij het gebouw komen, hoe deprimerender het wordt. De quarantaine blijkt een militaire operatie.

‘Toen we uitstapten, zagen we dat er een hek om het gebouw stond, dat werd bewaakt door militairen. Soldaten stonden ook voor de ingang van het gebouw, anderen zaten daar achter tafels.’

Rusadi moet meteen door naar haar kamer, op de 19de verdieping, die ze moet delen met twee andere vrouwen. De kamer is een klein appartement met twee slaapkamertjes, drie bedden en een badkamer. Maar verder niks. ‘Er was geen ontsmettingsmiddel, geen zeep, geen wc-papier, geen prullenbak.’

Mensen in quarantaine doen oefeningen bij een ander Indonesisch quarantainegebouw in Jakarta: een omgebouwd trainingscentrum. Beeld REUTERS

Geen stromend water

Grote delen van de dag is er geen stromend water beschikbaar. De airconditioning werkt evenmin. Eten is er wel. Tenminste, in het begin: ‘De eerste twee dagen kregen we drie kleine maaltijden per dag. Maar het gebouw werd steeds drukker en vanaf de derde dag was er niet genoeg eten meer, of het kwam te laat. We kregen nog maar twee kleine flesjes drinkwater per persoon.’

Uit het raam van de 19de verdieping ziet ze elke dag vele tientallen nieuwe bussen aankomen. Met groepjes studenten, maar vooral met grote groepen gastarbeiders die door de overheid zijn opgehaald, onder andere uit Brunei. De lobby, waar ze drie keer per dag moet zijn om haar eten op te halen, stroomt vol. De liften zijn niet berekend op de drukte, en al helemaal niet op 1,5 meter afstand. Mensen dringen om erin te komen, en eenmaal binnen staan ze schouder aan schouder.

‘De eerste dag was de drukte nog te doen, maar al gauw stonden mensen te dringen voor de lift. Er waren in het gebouw maar twee liften die werkten. No way dat je in die lift afstand kon houden.’

Rusadi besluit voortaan via de trap negentien verdiepingen af te dalen, maar loopt vast. ‘Op sommige verdiepingen was de trap afgesloten, zodat ik door het gebouw moest dwalen om te kijken of er een andere trap was. Ik vond een nooduitgang, maar die bleek op slot te zitten. Ten slotte vond ik een deur die wel openstond, waarschijnlijk voor personeel, met daarachter een trap. Het was er pikdonker, ik moest mijn telefoon als zaklamp gebruiken.’

Honger en angst

Dat wordt in de volgende dagen dagen haar route. Met de honger groeit intussen de angst in het gebouw, waar de sfeer vooral ’s nachts ronduit akelig is: ‘24 uur per dag werden er via de luidsprekers berichten omgeroepen. Je moest blijven opletten, ook ’s nachts, voor het geval jouw naam zou worden omgeroepen. Steeds vaker riepen ze namen om en dan vroegen ze of persoon die-en-die met zijn koffer naar de lobby wilde komen. We wisten al gauw wat dat betekende: die was positief bevonden, en werd onder politiebegeleiding naar het coronaziekenhuis gebracht. Ik was als de dood dat ook mijn naam zou worden omgeroepen.’

Rusadi wordt niet omgeroepen. Ze hoort eigenlijk helemaal niets. Bij binnenkomst is er bij iedereen een wattenstaafjestest afgenomen, en daarna is het doodstil geworden: ‘Niemand kon vertellen wanneer de uitslag van de test zou komen. Dat kon na vier dagen zijn, na zeven dagen, en wie weet zelfs nog langer.’

Naarmate het drukker wordt, raken de mensen geïrriteerder. Ze beginnen te schreeuwen en ruzie te maken. ‘Ik begon me zorgen te maken. Ik was niet zozeer bang dat ik besmet zou raken, maar dat de zaak uit de hand zou lopen.’

Aan het eind van Rusadi’s derde dag verordonneren militairen ineens dat iedereen vanaf dat moment in zijn kamer moet blijven. De quarantaine wordt verscherpt.

‘Ik vroeg een militair wat er aan de hand was, en hij vertelde dat het hele gebouw een red zone was geworden: er waren honderden mensen positief bevonden.’

Waarschuwingen

Op de kamers aan de overkant van de gang hangen dan al waarschuwingen dat daarbinnen besmetting heerst.

Rusadi heeft geluk. Ze hoort nog relatief snel dat haar test negatief is en mag weg. Dankzij een neef met relaties die is gaan rondbellen en aan wat touwtjes is gaan trekken. ‘Als hij me niet had geholpen, had ik daar misschien twee weken gezeten’, zegt ze. Twee weken zit ze nog in zelfisolatie bij familie, met een brief die bewijst dat ze uit quarantaine is ontslagen, waarna ze eindelijk met de anderen kan gaan bidden voor haar overleden ouders. 

Indonesische kranten citeren na de eerste klachten over Toren C2 brigadegeneraal M. Saleh. Hij voert het bevel over het door militairen gerunde quarantainecentrum. Saleh wijt de problemen aan nieuwigheid. De toren was nog maar net geopend en nog niet voorbereid op de enorme toestroom. Daardoor zijn de omstandigheden in het quarantainecentrum ‘nog niet optimaal’, aldus Saleh. Dat zal beter worden, belooft hij.

Corona in Indonesië: laat ingrijpen, weinig testen en maatregelen snel weer versoepelen
De Indonesische regering is erg weifelend geweest in haar optreden tegen de pandemie. De eerste maand werd het bestaan van het virus domweg ontkend, en plande de regering zelfs een grote reclamecampagne om Bali te promoten als enige ‘coronavrije’ vakantie-eiland ter wereld. 

Daarna kwam er een lockdown in een beperkt aantal steden, en werd de jaarlijkse massale uittocht rond het islamitische Suikerfeest verboden. Maar dat verbod werd vóór het Suikerfeest weer opgeheven, zodat alsnog miljoenen mensen uit de grote steden over heel Indonesië uitzwermden. 

Het land is nog niet over de piek heen. Desondanks gaan deze week bedrijven, winkelcentra, moskeeën en kantoren weer open, want de economie moet draaien. Betrouwbare cijfers zijn er niet, want getest wordt er nauwelijks en alleen positief geteste personen tellen mee in de statistieken. Met als gevolg dat er officieel 39 duizend gevallen zijn en ‘slechts’ 2.200 doden, in een land met 270 miljoen inwoners. Berekeningen door deskundigen en ngo’s komen vele malen hoger uit. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden