Voedselhulp nodig voor 2,5 miljoen Filipijnen

Elf dagen na de ramp met de tyfoon Haiyan op de Filipijnen wachten nog steeds honderdduizenden mensen op voedselhulp van de Verenigde Naties. Dat heeft het hoofd van het Wereldvoedselprogramma (WPF) gisteren gezegd.

AMSTERDAM - Volgens Ertharin Cousin wordt het aantal Filipijnen dat voedselhulp nodig heeft, geschat op 2,5 miljoen. Tot nu toe zijn bij 1,9 miljoen mensen rijst en energiebiscuits afgeleverd. Vooral op slecht toegankelijke eilanden verloopt de voedseldistributie moeizaam.


De Filipijnse luchtmacht brengt hulpgoederen met helikopters naar afgelegen en bergachtige streken, maar daar zijn volgens de VN nog niet alle hulpbehoevenden bereikt. In zwaar getroffen provincies als Oost-Samar en Capiz hebben bewoners van geïsoleerde dorpen tot nu toe niets ontvangen. In verwoeste kustdorpen vragen overlevenden op zelfgemaakte spandoeken om bijstand, zo meldt persbureau Reuters.


Volgens de Filipijnse overheid is inmiddels wel iedereen bereikt die hulp nodig heeft. Maar journalisten constateren dat dit niet het geval is. Een verslaggever van The New York Times hoort van een dorpbewoonster op Leyte dat zij voedsel noch medicamenten heeft gezien. 'Elke keer als een helikopter overvliegt, zwaaien we om te laten weten dat we hulp nodig hebben. Veel mensen zijn op spijkers getrapt en we hebben geen medicijnen.'


Veel aandacht is de afgelopen dagen uitgegaan naar Tacloban op het eiland Leyte. Maar dit is niet de enige stad die met de grond is gelijk gemaakt. Bijvoorbeeld ook het 55 duizend inwoners tellende Burauen ten zuiden van Tacloban is vrijwel geheel verwoest. 'Een rampzalige situatie', aldus een hulpverlener.


De regering in Manilla schat dat in totaal vier miljoen bewoners het dak boven hun hoofd zijn kwijtgeraakt. Enkele honderdduizenden ontheemden verblijven noodgedwongen in volle opvangcentra. Daar zijn de (sanitaire) voorzieningen vaak ontoereikend.


Om de hulpverlening te bespoedigen en zo eerlijk mogelijk te verdelen hebben de Filipijnse autoriteiten het rampgebied opgedeeld in sectoren en die toegewezen aan hulpverlenende landen. De Britse marine zal worden gevraagd zich te concentreren op het westelijk deel van de eilandengroep Visayas en daar te zorgen voor het afleveren van voedsel, water en andere voorraden op kleine eilanden.


De Amerikanen, die met het vliegdekschip George Washington, vliegtuiten, helikopters en vrachtschepen in het gebied aanwezig zijn, voorzien vooral de eilanden Samar en Leyte. Israëlische artsen en hulpteams zijn aanwezig in het noordelijke deel van het eiland Cebu.


Het dodental wordt door de Filipijnse autoriteiten inmiddels op ruim 3.900 geschat. Er zijn zeker 1.100 vermisten. Omdat de informatie uit afgelegen gebieden nog onvolledig is, lopen de voorspellingen over het uiteindelijke aantal slachtoffers uiteen.


De Filipijnen staan voor de enorme taak de wederopbouw in de getroffen gebieden ter hand te nemen. Het bouwen en herstellen van wegen, bruggen, scholen en woningen zal maanden, zoniet jaren gaan duren. De kosten worden door de Filipijnse regering geraamd op 5,8 miljard dollar (4,2 miljard euro).


Wat de economische gevolgen zullen zijn, is nu nog moeilijk te zeggen. Volgens minister Arsenio Baliscan van Economische Planning zal de regering waarschijnlijk een beroep doen op ontwikkelingsorganisaties om goedkope leningen te krijgen. Als het geld voor de wederopbouw goed wordt besteed kan de economische groei worden versneld, zei Balisacan. De basis van de Filipijnse economie is sterk en nog intact, aldus de bewindsman.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden