'Voedselautoriteit niet onafhankelijk'

Wetenschappers van het Europese instituut EFSA hebben geregeld banden met de bedrijven waarvan ze producten beoordelen, volgens een rapport.

AMSTERDAM - De Europese voedsel- en warenautoriteit EFSA laat de oren te veel hangen naar de voedselindustrie, waardoor haar publieke taak in het geding komt. Dat zeggen maatschappelijke organisaties in een vorige week verschenen rapport. EFSA erkent dat een deel van haar wetenschappers samenwerkt met het bedrijfsleven, maar gaat prat op haar onafhankelijkheid.

Een product komt pas in de Europese winkels na groen licht van EFSA. Het instituut laat wetenschappers beoordelen of kunststoffen, bestrijdingsmiddelen en voeding veilig zijn voor mens en milieu. Ze doen dit op basis van studies die de bedrijven zelf aanleveren. De wetenschappers werken op vrijwillige basis.

Uit het rapport blijkt dat bestuursleden en wetenschappers geregeld banden hebben met de bedrijven waarvan ze producten beoordelen. Zo is een groot aantal EFSA-experts actief bij het International Life Sciences Institute (ILSI). Dit wetenschappelijk instituut, voor tweederde gefinancierd door bedrijven als Coca-Cola, Danone, Nestlé en Unilever, zegt een brug te willen slaan tussen overheden, bedrijfsleven en wetenschappers. Critici spreken van een veredelde lobbyclub. De Wereldgezondheidsorganisatie sloot het instituut in 2006 uit van deelname aan haar vergaderingen over voedselveiligheid, vanwege twijfels over de invloed van de financiers.

'Het is onacceptabel dat een onafhankelijk instituut dat onze gezondheid moet beschermen, infiltratie van deze door de industrie gefinancierde lobbyclub tolereert', aldus Nina Holland van Corporate Europe Observatory (CEO), een van de auteurs van het rapport. Ook in de Tweede Kamer zijn vorig jaar discussies gevoerd over EFSA, waarin oppositiepartijen SP, GroenLinks, PvdA, de Partij voor de Dieren en de PVV hun twijfels uitten over de betrouwbaarheid van de voedsel- en warenautoriteit.

'EFSA ligt al jaren onder vuur', zegt europarlementariër Kartika Liotard. Zij is sinds vijf jaar de contactpersoon tussen het Europees Parlement en de voedsel- en warenautoriteit. 'Als het gaat om voedselveiligheid, moet de burger ervan uit kunnen gaan dat het oordeel honderd procent onafhankelijk is. Dat is nu niet het geval. EFSA moet er alles aan doen om zelfs de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen.'

Het Europees Parlement heeft een paar keer het budget van EFSA geblokkeerd om meer transparantie af te dwingen. Dat heeft effect gehad. De wetenschappers die in de panels zitting nemen, zijn nu verplicht hun nevenactiviteiten op de website te publiceren. Ook moeten zij vermelden door welke bedrijven hun onderzoeken gefinancierd worden.

Maar de hervormingen gaan niet ver genoeg, vindt onderzoeker Holland van CEO. 'Uit ons onderzoek blijkt dat sommige personen nevenfuncties verzwijgen. Met vermelden alleen, vermijd je bovendien nog geen belangenverstrengeling.'

Als voorbeeld noemt Holland de Nederlandse Ivonne Rietjens, die voorzitter is van het panel over voedseltoevoegingen, dat onder meer besluit over de zogenoemde E-nummers. 'Rietjens ontvangt al jaren onderzoeksgeld van Nestlé. Dat bedrijf heeft bij veel van die stoffen een groot belang.'

EFSA hanteert een andere definitie van belangenverstrengeling, zegt ook Liotard. 'EFSA vindt dat banden met de industrie onafhankelijk onderzoek niet uitsluiten.'

EFSA noemt het rapport vooringenomen. 'CEO is niet in staat de complexiteit te begrijpen van de wetenschap waarmee EFSA dagelijks te maken heeft', aldus een woordvoerder. EFSA erkent dat haar experts banden hebben met de voedselindustrie, maar benadrukt dat dit hun oordeel niet beïnvloedt.

Ook Herman Koëter, tot 2008 wetenschappelijk directeur van EFSA, is ervan overtuigd dat de connecties met het bedrijfsleven geen gevolgen hebben voor de onafhankelijkheid van EFSA. 'De wetenschappers kennen elkaars nevenfuncties en de onderlinge controle is groot. Mocht iemands mening gekleurd zijn, dan wordt hij of zij daar onmiddellijk op aangesproken.'

Koëter erkent dat de universiteiten en wetenschappelijke instituten waarvoor de onderzoekers werken, geregeld gefinancierd worden door de voedselindustrie. Maar dat beschouwt hij als onvermijdelijk. 'Er bestaan tegenwoordig nog maar weinig wetenschappelijke instellingen die geen geld ontvangen van bedrijven.'

OMSTREDEN (1): ASPARTAAM

De zoetstof aspartaam vormt geen enkel gevaar voor de volksgezondheid, zegt EFSA. Toch gaan over aspartaam, vooral bekend als zoetstof van light-frisdranken, de wildste verhalen rond. Tot dusver bleken die altijd te verdampen als ze grondig werden onderzocht.

Maar de aanwijzingen blijven komen. In 2010 nog concludeerde de Deense onderzoeker Thorhallur Haldorsson dat zwangere vrouwen die aspartaam gebruiken een hogere kans hebben op een vroeggeboorte. Datzelfde jaar constateerde de Italiaanse wetenschapper Morando Soffriti een verhoogde kans op lever- en longtumoren bij ratten en muizen die lange tijd aspartaam gebruikten.

In februari vorig jaar verklaarde EFSA geen reden te zien te twijfelen aan de veiligheid van het middel. Zij stelt dat de betreffende onderzoeken niet betrouwbaar zijn. Na vragen uit het Europees Parlement gaf de Europese Commissie EFSA opdracht een nieuwe evaluatie te doen. Die moet in september dit jaar af zijn.

Ruud Woutersen, een van de EFSA- wetenschappers die aspartaam beoordelen, is werkzaam voor TNO. Dat bedrijf voert onderzoek uit in opdracht van Ajinomoto, een van de grootste aspartaamproducenten ter wereld. Ajinomoto is tevens financier van het International Life Sciences Institute, waarbij veel EFSA-experts zijn betrokken.

EFSA heeft de belangenverstrengeling in april erkend en Woutersen zal niet meer worden betrokken bij aspartaambeoordelingen.

OMSTREDEN (2): BISFENOL A

Bisfenol A is een chemische stof die wordt gebruikt voor het maken van voedselverpakkingen en plastic flessen. Vrijwel iedereen heeft bisfenol in het bloed, omdat het makkelijk loskomt van de verpakkingen en zo in voedingsmiddelen terechtkomt. Diverse onderzoeken wijzen uit dat bisfenol bij proefdieren al in lage doses kanker, vruchtbaarheidsstoornissen en hartklachten kan veroorzaken. Die hoeveelheden zijn lager dan de door EFSA bepaalde dagelijks toegestane hoeveelheid.

De Canadese regering heeft in oktober 2010 bisfenol daarom als giftige stof gedefinieerd. EFSA zag vooralsnog geen reden de dagelijks toegestane hoeveelheid te herzien. Zij baseert haar oordeel onder meer op andere proefdierstudies, die geen schadelijke effecten aantonen. Wel heeft EFSA sinds vorig jaar de toepassing van bisfenol in babyflesjes verboden.

Na twee kritische rapporten over bisfenol van de Franse voedsel- en warenautoriteit, besloot Frankrijk in oktober het gebruik van de stof te verbieden. België volgde enkele weken geleden dit voorbeeld. EFSA heeft inmiddels toegegeven dat nader onderzoek nodig is en kondigde aan in 2012 haar opinie over bisfenol A te herzien.

Verschillende EFSA wetenschappers die adviseren over bisfenol A, zijn betrokken bij het International Life Sciences Institute, een grotendeels door de voedselindustrie gefinancierd wetenschappelijk instituut.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden