Voedsel met een nieuwe functie

Deze maand lanceert Unilever Becel pro.activ, het eerste door Brussel goedgekeurde gezondheids voedingsproduct. Op dat fiat moest jaren worden gewacht, en dat moet anders, vindt de industrie....

door Wil Thijssen

DE LIFT VOERT naar de zesde verdieping. De zon schijnt buiten over de Nieuwe Maas, en binnen door de vensters van de vitrinekast. Kuipjes Becel, Blue Band, Flora-margarine uit Australië en het Amerikaanse Take Control liggen er gebroederlijk naast elkaar. 'We staan in het kloppend hart van margarinemakend Europa', merkt de woordvoerder op.

In het laboratorium van Unilever in Vlaardingen stroomt het gele vet langzaam in een kuipje. De laborante kijkt ernaar, schuift ermee, veegt de kraan schoon, onderzoekt kleur, smaak en smeerbaarheid en vervangt het bakje als het vol is. Hier, uit deze slang, werd vijf jaar geleden het eerste door de Europese Unie goedgekeurde functionele voedingsmiddel geboren. Dat wil zeggen: de gezondheidsmargarine loopt al vijf jaar uit de Unilever-kranen, maar de EU-goedkeuring rolde pas deze zomer van de fax.

'Het heeft lang, heel erg lang geduurd', verzucht Harry Jongeneelen, hoofd technische afdeling bij Unilevers voedingsmiddelendivisie. 'Dat moet sneller kunnen. En veel beter.' Dreigend: 'Anders kunnen we ons natuurlijk gaan afvragen of het nog wel loont om in de toekomst in dit soort producten te investeren.'

Becel pro.activ is niet zomaar een margarine, het is een gezondheidsproduct. Als we de onderzoeksresultaten mogen geloven, dringt het tien procent van het cholesterolgehalte terug. Drie weken smeren is daarvoor al voldoende, zegt de folder. En daarmee behoort Becel pro.activ tot de zogenaamde functional foods; er zijn eigenschappen aan het voedingsmiddel toegevoegd die de gezondheid heten te bevorderen.

Met de komst van functioneel voedsel is een heel nieuwe generatie voedingsmiddelentechnologen opgestaan. Zij onderzoeken niet alleen of een voedingsproduct lekker en betrouwbaar is, maar ook welke ziektes, kwalen en andere ongemakken het kan helpen voorkomen. In Nederland wordt ook de term nutriceutica gebruikt: 'nutri' verwijst naar het voedingsaspect, 'ceutica' naar de aanwezigheid van een actieve stof die de gezondheid moet bevorderen.

Becel pro.activ is het eerste voedingsmiddel dat de nieuwe voedingsregelgeving binnen de EU met goed gevolg heeft doorstaan. Maar dat was een langdurig proces, met vallen en opstaan, waar 'bloed, zweet en tranen' in zitten, zoals Jongeneelen het uitdrukt.

De Europese regels houden de innovatie in de voedingsindustrie tegen, vindt hij. Om problemen als de gekkekoeienziekte, de dioxinecrisis en het Belgische Coca Cola-schandaal te voorkomen, heeft de Europese Commissie de Novel Food Regulation geïntroduceerd. Die wet moet nieuwe voedingsproducten controleren op veiligheid en houdbaarheid.

Maar de EU-landen mogen graag scoren op onbeduidende facetjes, vindt Jongeneelen. 'In de hele toelatingsprocedure voor Becel pro.activ heeft bijna elke lidstaat afzonderlijk tenminste één - soms totaal irrelevante - vraag over ons product gesteld. Je begrijpt: al die antwoorden, daar gaan maanden vol administratieve rompslomp overheen.'

Het waren de Finnen die net iets handiger, sneller en alerter hadden geopereerd. Het Finse bedrijf Raisio, dochter van Unilevers concurrent Johnson & Johnson, lanceerde in 1996 het cholesterolverlagende Benecol, vlak voordat de nieuwe regelgeving in werking trad. En daarmee verwierf concurrent Benecol het 'alleenvertoningsrecht' en dus een commerciële voorsprong, zegt Jongenee len. 'Dat heeft echt pijn gedaan.'

De komst van Benecol heeft de markt voor 'gezonde' margarine een stevige impuls gegeven. In een jaar tijd is de vraag naar margarines met een toevoeging zoals calcium in de supermarkt met 74 procent gestegen tot een bedrag van 24 miljoen gulden. Benecol is inmiddels in 70 procent van de supermarkten te krijgen, stelt marktonderzoeksbureau Information Resources. Het product is wel duur - bijna acht gulden per kuipje (circa 30 gulden per kilo tegen 4,20 gulden voor 'gewone' halvarine). En de markt zal nog harder groeien nu Unilever met Becel ook een cholesterolverlagende margarine in de markt zet, verwacht het onderzoeksbureau.

VOLGENDE week bindt Unilever de concurrentiestrijd aan. Het bedrijf lanceert een grootscheepse, landelijke reclamecampagne met radio- en televisiespots. Een kruistocht langs huisartsen, cardiologen en diëtisten moet ook de medische wereld overtuigen van het nut van Becel pro.activ. De grootste aanval wordt de prijs: een kuipje Becel pro.activ kost 5,95 gulden. Binnenkort ligt het product overal in de schappen.

En daarmee staat Unilever voor het tweede struikelblok in de Europese wetgeving: die van de marketing. Want ook de reclame-uitingen van functionele voedingsmiddelen zijn aan strikte regels gebonden. Zo schrijven de artikelen 19 en 20 van de Warenwet voor dat het is 'verboden eet- of drinkwaren te verhandelen met gebruikmaking van teksten of voorstellingen, die aan de waar eigenschappen toeschrijven inzake het voorkomen, behandelen of genezen van een ziekte van de mens, of die toespelingen maken op zodanige eigenschappen'. Ergo: 'Wij mogen niet op het kuipje zetten dat dit product het risico op hart- en vaatziekten verlaagt', zegt Paulus Verschuren van Unilevers divisie functionele voeding. 'Terwijl dat juist de essentie is.'

Zou Unilever deze tekst wel op de verpakking schrijven, dan krijgt het bedrijf dezelfde problemen als in 1993 met de slogan 'Becel, goed voor hart en bloedvaten'. Die werd - hoewel ongelogen - verboden omdat de Warenwet gebiedt dat gezondheidsclaims zijn voorbehouden aan echte geneesmiddelen.

Ook Benecol ontkwam niet aan de regelgeving: Het zinnetje Eet u smakelijk (en gezond natuurlijk) moest van de verpakking worden verwijderd omdat de Reclame Code Commissie oordeelde dat het strijdig is met artikel 20 lid 2A uit de Warenwet. Alles wat via de mond wordt ingenomen, wordt als voedsel beschouwt en valt dus onder de Warenwet, tenzij specifieke wetgeving, zoals de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening (WOG) of de Opiumwet op het product van toepassing is.

Nutriceutica bestaan dus officieel niet. Ook functional foods komen nergens in wetgeving voor. 'De politiek loopt in Europa zorgwekkend achter bij de praktijk', vinden Jongeneelen en Verschuren. 'Dat is een rem op onze industriële ontwikkeling.'

Reclamebeperkende regels kosten een bedrijf al snel miljoenen guldens omzet. In de Verenigde Staten worden de regels dan ook soepeler gehanteerd. De Food and Drug Administration (FDA), de commissie die nieuwe voedings- en geneesmiddelen in Amerika moet goedkeuren, heeft de normen voor de wet op medicijnen en functional foods gelijkgetrokken. Als een bedrijf wetenschappelijk kan aantonen dat een product ziekten voorkomt of bestrijdt, mag de producent dat ook op het etiket vermelden. Daarom staan de cholesterolverlagende eigenschappen in Australië en Amerika breed uitgemeten op de kuipjes van Flora en Take Control.

Om te lobbyen in Brussel en beter te kunnen concurreren, hebben Europese voedingsbedrijven zich verenigd in de CIAA, de Conféderation des industries agro-alimentaires de L'UE. De CIAA heeft een nota opgesteld waarin hij pleit voor verschuiving van de verantwoordelijkheid voor producten van overheid naar producent. 'We willen niet dat de slinger doorslaat naar de andere kant, zodat iedere cowboy op de hoek van de straat van alles over gezondheid kan roepen', zegt Verschuren. 'Maar dat je niet op je product mag zetten waar het voor dient, slaat natuurlijk nergens op.'

Politieke steun voor deze lobby komt langzaam op gang, met aan kop de Nederlandse minister Borst van Volksgezondheid. Zij pleitte afgelopen weekend op een Europees congres voor cardiologen voor het wijzigen van de regelgeving. Van producten als Becel pro.activ erkent zij het gezondheidsbevorderend effect. Om die reden wil zij de beperkte regels voor etikettering afschaffen.

Het ministerie van Volksgezondheid verwacht in de toekomst een revolutie in het aanbod van functionele voedingsmiddelen, en noemt dat een positieve ontwikkeling. Bedrijven voegen steeds vaker gezondheidsbevorderende producten aan voeding toe, en de consument van de 21ste eeuw lijkt zich drukker te maken om zijn welbevinden dan om de prijs van een product. De voedingsbranche zoekt dan ook in toenemende mate toenadering tot de farmaceutische industrie, bevestigt Jongeneelen. 'Magic bullets', wondermiddelen, verwacht hij niet. Maar als de wetgeving niet wordt versoepeld, 'onthou je de consument producten die heel goed voor de gezondheid zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden