Nieuws

VOC-schip de Amsterdam keert terug naar zijn ligplaats achter het Scheepvaartmuseum

De replica van het VOC-schip de Amsterdam ligt na restauratie weer op zijn vertrouwde plek achter Het Scheepvaartmuseum. Dat moet nu context gaan bieden over de Oost-Indiëvaarder.

Het VOC-schip is onderweg naar het Oosterdok in Amsterdam en ligt inmiddels weer op zijn oude plek. Beeld Hilde Harshagen
Het VOC-schip is onderweg naar het Oosterdok in Amsterdam en ligt inmiddels weer op zijn oude plek.Beeld Hilde Harshagen

Het schip is terug. Nadat VOC-schip Amsterdam de voorbije maanden op een scheepswerf in Amsterdam-Noord heeft verbleven, meerde het afgelopen vrijdagochtend aan op zijn vaste ligplek: de steiger achter Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Het keerde terug van een ingrijpende onderhoudsbeurt waarbij onder meer de masten werden vervangen en de boeg werd gebreeuwd. 1,2 miljoen euro kostte het om de Amsterdam in z’n geheel op te kalefateren.

Het was een vrolijk weerzien. Zo’n beetje de voltallige bemanning van het museum stond te wachten in de voorjaarszon toen de geel-groene achtersteven van het schip vanachter NEMO verscheen. Een uurtje later, toen het schip was aangemeerd en iedereen zich op het dek bevond, stak de zittende kinderburgemeester van Amsterdam, Dominic, een usb-stick in de mast met daarop een videoboodschap van leerlingen van de Alan Turing-school, eruit te halen over 25 jaar, een soort digitale flessenpost. Hij sprak daarbij de hoop uit dat de wereld er tegen die tijd een stukje fraaier bij zal liggen. We zullen zien.

Pompen of restaureren

De onderhoudsbeurt, die vervroegd werd uitgevoerd vanwege corona, was een noodzakelijkheid, vertelde Scheepvaartmuseum directeur Michael Huijser. Het was pompen of restaureren: het water dat door de boeg sijpelde moest er regelmatig uit worden gepompt. Bovendien zat er vocht in de masten, en in de winter zette dat uit. Het werd onverantwoord, vertelde hoofd bedrijfsvoering Christian Taal: ‘Omdat het om een publieksattractie gaat, zijn wij voorzichtiger dan iemand met een eigen skûtsje.’

Organisatorisch was het nog best spannend, vertelde Taal. Een werf die een klus als deze op korte termijn in de winter kon klaren was geen vanzelfsprekendheid. En van de capaciteit om de masten te vervangen en de boeg te breeuwen kon je ook niet automatisch uitgaan. Wat hielp, zegt Taal, is dat er uit eerdere onderhoudsbeurten goede contacten lagen. Dat de bouwer van het schip nog leeft, zegt hij, was ook een groot voordeel.

De replica dateert uit de jaren tachtig, toen in een reveil van vaderlandsliefde verscheidene van zulke modellen het leven zagen (zoals VOC-schip De Batavia). Het betrof een werkgelegenheidsproject: door de Amsterdam te bouwen leerden vakmannen in spe de kneepjes van het vak. Aanvankelijk was het de bedoeling om enkel de boeg te maken, maar gaandeweg de uitvoering werd het een compleet drijvend schip. Het diende als dobberende recreatieplek voor het bedrijfsleven tot het begin jaren negentig zijn bestemming vond bij Het Scheepvaartmuseum, waar het een educatief doel dient en een publiekstrekker is.

Het gaat om een replica van een 18de-eeuws spiegelretourschip dat voer op Batavia (tegenwoordig Jakarta), een tocht van zo’n acht maanden – nou ja, dat was de bedoeling. Het schip voer onder een ongelukkig gesternte. Het was amper op koers toen het in een storm belandde, en noodgedwongen moest aanmeren bij Hasting aan de zuidkust van Engeland. Daar schampte het een zandbank, waardoor het roer afbrak, waarop de kapitein het liet strandden. Van de 330 bemanningsleden overleefden er zo’n 280. De 50 die stierven waren overigens al ziek door een epidemie die direct na vertrek op het schip was ontstaan.

Natuurgetrouw

De replica van dit onfortuinlijke vaartuig is vrij natuurgetrouw. Enkel de verhoudingen zijn hier en daar aangepast. Benedendeks, waar zich touw en proviand en levende have bevond, is het verhoogd, zodat het schip toegankelijk is voor publiek. Je kunt de bezoekers immers moeilijk door het schip laten kruipen.

Nu de hardware op orde is, buigt het Scheepvaartmuseum zich over de informatieverschaffing. Voorheen lag de nadruk daarvan op het reilen en zeilen van het schip, maar inmiddels voelt men de noodzaak om het publiek bij te spijkeren over de bredere context waarbinnen het functioneerde. Er bestaan hardnekkige misverstanden, leerde Huijser. Misverstand één: het was een slavenschip. Misverstand twee: het was een piratenschip.

Het leven aan boord van het schip kent bovendien onderbelichte kanten, weet hoofd educatie Stefanie van Gemert: ‘Het VOC-schip wordt vaak gezien als een symbool voor Nederland, maar het personeel van zo’n schip bestond deels uit migranten.’ Een andere onderbelichte kant, zegt ze, betreft de sekse van de bemanningsleden: het personeel kende ook (als man verklede) vrouwen.

Om te inventariseren welke vragen bij het publiek leven, zal het museum bezoekers vragen wat zij over het schip willen weten: Huijser: ‘Dat zouden weleens heel andere vragen kunnen zijn dan we verwachtten.’

Het Scheepvaartmuseum is in het kader van de Nationale Museumweek geopend op 21, 22 en 23/4. Kaarten kunnen worden gereserveerd op de website van het museum: hetscheepvaartmuseum.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden