VN-vredesmissies lijden aan vier kwalen. Wat gaat er mis bij de blauwhelmen?

Foto AFP

Steeds vaker komen VN-militairen door geweld om het leven bij vredesmissies. In 2017 vielen er meer dan 60 doden onder blauwhelmen – het hoogste aantal in twee decennia. Het is een van de redenen waarom Nederland als tijdelijk voorzitter van de Veiligheidsraad woensdag ‘een open debat op hoog niveau’ belegt over versterking van VN-missies. Premier Mark Rutte zit in de voorzittersstoel, secretaris-generaal António Guterres spreekt, tal van landen sturen een minister.

1. VN-militairen zijn zelf doelwit geworden

‘De tijd dat een VN-vlag bescherming bood, is voorbij’, zegt generaal-majoor b.d. Patrick Cammaert, die in de periode 2005-2007 het bevel voerde over 15 duizend blauwhelmen in de Democratische Republiek Congo, waar nog altijd een grote vredesmacht gelegerd is. Maar hij heeft ook vastgesteld dat VN-militairen vaak falen bij het beschermen van de burgers, veruit hun belangrijkste taak, juist omdat ze niet bereid zijn hun eigen leven op het spel te zetten.

Cammaert deed de afgelopen jaren namens de VN twee onderzoeken naar geweldsincidenten in Zuid-Soedan, en sprak over ‘risicomijdend gedrag’ van blauwhelmen toen regeringstroepen slaags raakten met rebellen en de gewapende oppositie. Er vielen tientallen slachtoffers onder burgers op en nabij VN-bases waar ontheemden bivakkeren om het geweld te ontvluchten. Ook Nederland levert een bescheiden bijdrage (enkele tientallen militairen en politiemensen) aan de missie Unmiss in Zuid-Soedan.

De ‘stabilisatiemacht’ Minusma in Mali, voor Nederland de grootste missie op dit moment (met ruim 200 militairen), is de gevaarlijkste van de vijftien VN-operaties in de wereld. Het zijn vooral ‘arme’ troepenleveranciers als Tsjaad, Burkina Faso en Niger die de tol moeten betalen. Onder blauwhelmen uit Tsjaad viel meer dan eenderde van de 155 doden in Mali sinds de missie in 2013 begon. Vaak werden ze het doelwit van jihadisten en andere opstandelingen. Twee Nederlandse slachtoffers vielen bij de explosie van een ondeugdelijke mortiergranaat, twee anderen kwamen om toen hun Apache-helikopter verongelukte – niet bij vijandelijkheden.

2. Arme landen zijn niet toegerust op hun taken

Doorgaans beschikken rijke landen bij VN-missies over beter materieel en veiliger onderkomens. Cammaert toont een luchtfoto van een eenvoudig kampement in Congo, waar blauwhelmen uit Tanzania vorig jaar om het leven kwamen bij een aanslag door rebellen. Het tentenkamp, slechts omring door een soort aarden wal, ligt op een kwetsbare plek aan een rivier, aan drie kanten omringd door oerwoud. ‘Het kan niet zo zijn dat Nederland en andere landen op eigen kosten superkampen bouwen, met gepantserde containers, terwijl landen die er niet het geld voor hebben hun troepen onder abominabele omstandigheden huisvesten’, zegt Cammaert.

‘Afrikaanse troepen gaan veelal slecht bewapend de poort uit, nemen op patrouilles dezelfde routes, en zijn niet getraind op het ontmantelen van bermbommen’, zegt de Nederlander Jaïr van der Lijn, werkzaam op het Zweedse instituut voor vredesvraagstukken Sipri en het Haagse Clingendael. Dat vooral Afrikaanse landen slachtoffers te betreuren hebben, ligt niet alleen aan de slechte training en uitrusting van hun blauwhelmen, maar ook aan het feit dat ze verreweg de meeste troepen leveren.

Van der Lijn noemt het cynisch dat ‘westerse landen hun minimale deelname aan VN-missies rechtvaardigen met de hoge sterftecijfers’. Rijke landen kunnen volgens zowel Van der Lijn als Cammaert de risico’s voor blauwhelmen verminderen. ‘Zo kan Nederland veel doen in de opbouwfase van een missie, we hebben prima genisten (militaire bouwvakkers, red.)’, zegt Cammaert. Nederland beschikt bovendien over specialisten in het opruimen van bermbommen, kan drones leveren met bijbehorend technisch personeel, en beschikt over voertuigen die in het regenseizoen kunnen opereren. ‘Het gaat niet om grote aantallen mensen of een langdurige uitzendtermijn, maar je levert wel een belangrijke bijdrage.’

Bijdragen van westerse landen, in de vorm van expertise en materieel, zijn des te meer welkom omdat binnen de VN steeds meer stemmen opgaan om vredesmissies effectiever te maken. Kort gezegd komt het erop neer dat troepen steeds vaker en langduriger de poort uit moeten gaan (protection through projection, in VN-jargon). Hun zichtbaarheid vergroot niet alleen het gevoel van veiligheid onder de bevolking, maar kan ook een schat aan informatie opleveren.

3. Er is een tekort aan vrouwelijke militairen

Wat zich wreekt, is dat het aantal vrouwelijke blauwhelmen de laatste jaren amper gestegen is, zoals Nederland signaleert in een conceptnota voor de Veiligheidsraad. Cammaert: ‘In missiegebieden werken meestal vrouwen in het veld, mannen laten zich niet zien. Ze praten gemakkelijker met vrouwelijke militairen, bijvoorbeeld over bewapende ongure types die niet in de buurt thuis horen.’ Vrouwen vormen nog geen vier procent van het aantal blauwhelmen wereldwijd.

Het verzamelen van informatie, de voornaamste taak van de Nederlanders in Mali, is des te belangrijker omdat vredesmissies ‘steeds meer vervlochten raken met de strijd tegen terrorisme en georganiseerde misdaad’, aldus Sipri-onderzoeker Van der Lijn, van wiens hand onlangs een rapport verscheen over dit onderwerp. ‘Denk aan de handel in wapens en drugs, en aan mensensmokkel.’ Het zijn volgens hem ‘lucratieve bezigheden’ voor zowel jihadisten als andere gewapende groeperingen, niet alleen in Mali maar in de hele Sahel.

4. Terrorisme bedreigt vredesmissies

‘Klassieke’ vredesmissies vinden plaats in gebieden waar een burgeroorlog heeft gewoed (Ivoorkust, Liberia) of nog gaande is (Zuid-Soedan). Blauwhelmen worden geacht onpartijdig te zijn. Het mandaat van VN-missies voorziet niet in de bestrijding van terrorisme en het tegengaan van migratie. Van der Lijn: ‘De Nederlandse regering roept wel dat dat het doel is, om daarmee de missie in Mali te rechtvaardigen, maar er is hooguit een indirect verband door bij te dragen aan stabiliteit. De Fransen en een gezamenlijke strijdmacht van vijf Sahel-landen doen weliswaar aan terreurbestrijding, maar niet onder de vlag van de VN.’

Dat de internationale gemeenschap buiten de VN om de strijd tegen terrorisme in de regio moet opvoeren, staat voor generaal Cammaert buiten kijf: nadat de terreurgroep Islamitische Staat grotendeels is verslagen in Irak en Syrië, 'zijn IS-strijders op een kameel onderweg naar Mali'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.