Direct naar artikelinhoud

VN-rapporteur over zijn kritiek op de Nederlandse politie: ‘Als je betogers steeds met geweld verwijdert, creëer je haat’

Nils Melzer vergeleek op Twitter Nederlands politiegeweld tijdens coronademonstraties met dat tegen George Floyd in de VS. Het kwam de VN-rapporteur voor marteling op veel kritiek te staan. Maar hij blijft erbij. ‘De houding van de politie komt op mij hetzelfde over.’

Amsterdam, 2 januari dit jaar: het politieoptreden tijdens een coronabetoging waarvan Nils Melzer een video plaatste op Twitter.
Amsterdam, 2 januari dit jaar: het politieoptreden tijdens een coronabetoging waarvan Nils Melzer een video plaatste op Twitter.Bron Joris van Gennip
Dit artikel is geschreven doorLeestijd 8 min

Als VN-rapporteur voor marteling is hij veel gewend. Maar de 51-jarige Nils Melzer had niet verwacht zo’n golf kritiek over zich heen te krijgen, zegt hij vrijdagavond 7 januari vanuit Genève.

In een telefoongesprek van anderhalf uur probeert de Zwitserse jurist in vrijwel accentloos Engels het beeld recht te zetten dat critici vorige week schetsten: Melzer zou een ongeleid projectiel zijn, iemand die zich vanuit zijn leunstoel een te makkelijk, voorbarig oordeel aanmeet over de Nederlandse politie.

Politievakbonden reageerden woedend nadat Melzer op 3 januari twee filmpjes op Twitter had gezet waarin Nederlandse agenten geweld gebruiken tegen demonstranten. In een video uit Den Haag, van maart 2021, geven twee leden van de mobiele eenheid een ongewapende, op de grond liggende demonstrant harde klappen met een knuppel. Een politiehond bijt zich vast in de activist, die zich niet lijkt te verzetten.

Op Twitter noemde de VN-rapporteur dit ‘een van de walgelijkste gevallen van politiegeweld’ sinds de arrestatie met dodelijk gevolg van de zwarte Amerikaan George Floyd in Minneapolis in 2020. De agenten moeten vervolgd worden, vindt hij, en hij komt zelf naar Nederland om onderzoek te doen.

Het roept vragen op, zoals: is Nils Melzer bevooroordeeld? Is die vergelijking met George Floyd wel gerechtvaardigd? En, om te beginnen: waarom bemoeit deze man zich met de Nederlandse politie?

Die vraag maakt de Zwitser aan het lachen. ‘Omdat jullie het me zelf hebben gevraagd’, zegt hij. ‘Lidstaten van de Verenigde Naties hebben me benoemd tot VN-rapporteur. Ik kan een onderzoek instellen als ik beschik over geloofwaardig bewijs van overtredingen van het VN-verdrag tegen marteling en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing. Dat is precies wat ik nu doe.’

Zijn internationale carrière bestrijkt zo’n 25 jaar, waarin hij onder andere werkte als juridisch adviseur voor overheden en het Rode Kruis (in oorlogsgebieden) en trainingen gaf aan politie- en militaire eenheden in landen als Colombia en Afghanistan. Sinds september 2016 is Melzer VN-rapporteur voor marteling; zijn mandaat strekt zich uit tot alle 193 lidstaten van de Verenigde Naties.

Gaat het vaak zo, als u kritiek uit op een lidstaat?

‘Vooral als ik kritiek uit op een westerse democratie. Dan reageren mensen extra geschokt, omdat ze denken: wij zijn ‘the good guys’, waar bemoeit die man zich mee? Ze lijken te vinden dat ik ben benoemd om mijn neus in andermans zaken te steken, maar niet in die van hen. Terwijl ik juist denk: als de politie zelfs in West-Europa een loopje neemt met de mensenrechten, is het einde zoek.’

Is dat waarom u twitterde over Nederland?

‘Ja. Politiegeweld is sinds het begin een van mijn prioriteiten. De geschiedenis leert ons dat als de politie geregeld te ver gaat tegen demonstranten, het een kwestie van tijd is voordat die zullen reageren met geweld. Op termijn kunnen zo zelfs burgeroorlogen ontstaan. In Europa zijn we dat niet meer gewend. Maar het gaat steeds meer die kant op, en zoiets kan wel degelijk escaleren. Daarom baren zulke filmpjes me grote zorgen.’

De Verenigde Naties tellen 58 onafhankelijke mensenrechtenrapporteurs, onder wie Melzer. Hij is bezig aan zijn tweede en laatste termijn. Dat een VN-rapporteur Nederland beschuldigt van ernstige misstanden is vrij ongebruikelijk, maar niet uniek. Ruim zes jaar geleden, bijvoorbeeld, schreef de toenmalige VN-rapporteur voor racisme en xenofobie in een kritisch rapport dat Nederland moest zorgen dat Zwarte Piet zou veranderen. Ook dat maakte veel los.

Nederlandse agenten zijn gewond geraakt tijdens demonstraties. Voordat ze een gebied ontruimen, krijgen demonstranten talloze oproepen om te vertrekken. Oordeelt u niet te makkelijk, vanuit Genève?

‘Ik weet dat politiemensen moeilijk werk doen in soms heel lastige omstandigheden. Ik zou niet in hun schoenen willen staan. Maar ik zie helaas te vaak dat de politie met excessief geweld reageert op gewone mensen die demonstreren of het niet eens zijn met de regering. Misschien vinden agenten het irritant dat mensen weigeren te vertrekken. Maar het zijn inwoners van een democratische lidstaat die het recht hebben zich te verzetten tegen overheidsbeleid. Daar moet je niet op reageren met geweld, dwang of intimidatie. Ga het gesprek aan, sluit compromissen. Dat valt niet mee, maar toch.

‘Ik zeg dit ook tegen autoriteiten die agenten in zo’n lastig parket brengen. Als er vijftig mensen staan, kan de politie ingrijpen, vijfduizend activisten zijn een ander verhaal. Als je demonstranten steeds opnieuw met geweld verwijdert van zo’n plek, creëer je haat. Ter plaatse én bij mensen die dit soort filmpjes op sociale media zien. Ik denk niet dat de autoriteiten beseffen hoe gevaarlijk dat is.’

Wat denkt u van de Franse president Macron, die zei dat hij ongevaccineerden wil gaan pesten om ze tot vaccinatie te dwingen?

‘Het is een typisch voorbeeld van polariseren. Politici moeten mensen die zich verzetten tegen corona-maatregelen of vaccinaties veel serieuzer nemen. Begrijp me goed: ik ben zelf gevaccineerd, ik wil niet dat mijn woorden worden gekaapt door deze beweging. Maar de politie gebruikt disproportioneel geweld tegen deze groep. Dat zie ik gebeuren. Dus neem ik het voor deze mensen op.’

Een reden dat Melzer wordt bekritiseerd, is dat hij op Twitter pleitte voor de vervolging van agenten die zich misdroegen in Den Haag, drie weken nadat het Openbaar Ministerie al had laten weten dat zij zouden worden vervolgd. ‘Omdat dat kort voor Kerstmis bekendgemaakt was, had die informatie me helaas nog niet bereikt’, zegt hij. ‘Dat komt misschien ook doordat ik een klein team heb, met slechts twee medewerkers, en ikzelf op andere manieren mijn geld verdien, als hoogleraar. VN-rapporteur zijn is een erebaan, ik ben een onbetaalde vrijwilliger. En mijn team heeft een beperkt budget om onderzoek te doen.’

Den Haag, maart 2021: het incident waarvan Melzer in een tweede Twitter-bericht ook beelden deelde.
Den Haag, maart 2021: het incident waarvan Melzer in een tweede Twitter-bericht ook beelden deelde.Bron Joris van Gennip

U deelde filmpjes van dubieuze bronnen, zoals een radicaal-rechtse partij uit Polen. En u suggereerde volgens de organisatie UN Watch dat de beelden uit Den Haag, uit maart, recent zijn gemaakt in Amsterdam. Of u haalde die twee gevallen door elkaar.

‘Ik heb niets gesuggereerd of door elkaar gehaald. Kijk nog maar eens goed. Eerst heb ik een filmpje uit Amsterdam gedeeld, met een oproep meer bewijsmateriaal te sturen. Daarna publiceerde ik beelden uit Den Haag, omdat daaruit blijkt dat het vaker misgaat in Nederland, en hoe. Niemand betwist de echtheid van deze beelden, daarom is het eigenlijk niet relevant wie ze op internet heeft gezet.’

Heeft u genoeg onderzoek gedaan om politiegeweld in Den Haag over een kam te scheren met de zaak-George Floyd?

‘De beelden zijn overduidelijk. De houding van de politie komt op mij hetzelfde over: ik zie een weerloze, ongewapende arrestant tegen wie agenten zinloos, excessief geweld gebruiken. Met een hond en knuppels, in Den Haag, of met een gevaarlijke wurggreep, in Minneapolis.’

Floyd ging dood, na een nekklem van acht minuten. Overdrijft u niet?

‘Nee. In beide gevallen zie ik politiemensen die uitstralen dat ze het recht hebben geweld te gebruiken tegen een arrestant die zich niet verzet en niet probeert te ontsnappen. Ik denk niet dat ze de intentie hadden om iemand te doden, maar als je iemand met knuppels op zijn hoofd of nek slaat, is dat gevaarlijk. Ik vind het verschrikkelijk dat zoiets gebeurt in een land als Nederland, een bondgenoot in mijn strijd voor mensenrechten. Zeker omdat er in mijn ogen geen lessen zijn getrokken uit de gebeurtenissen in Den Haag.  Wat me opvalt, is dat in beide gevallen geen enkele agent lijkt in te grijpen. Dit machtsvertoon wordt kennelijk getolereerd. Het zijn niet een paar losgeslagen politiemensen, dit suggereert een systemisch probleem dat ingrijpende, destabiliserende gevolgen kan hebben.’

Politiebonden verwijten u dat u bevooroordeeld bent, omdat u nu al zegt dat agenten en hun meerderen moeten worden vervolgd.

‘Vervolging is verplicht, omdat deze agenten het VN-verdrag overtraden. Ik zeg nadrukkelijk niet dat ze moeten worden veroordeeld, dat is aan de rechter. Die weegt mee wat eraan voorafgegaan is. Misschien waren die agenten gespannen of opgewonden omdat ze daarvoor werden aangevallen door demonstranten.’

U lijkt te oordelen zonder kennis van de context. De man die klappen kreeg van agenten, stond eerder te zwaaien met een startkabel en hij wordt verdacht van poging tot zware mishandeling, bedreiging en verboden wapenbezit. Verandert dat iets?

‘Zelfs als hij geweld heeft gebruikt, mag de politie niet op hem inslaan op het moment dat hij zich niet meer kan verdedigen. Wraak nemen is verboden.’

Nils Melzer: 'Ik zie een weerloze, ongewapende arrestant tegen wie agenten zinloos, excessief geweld gebruiken. Ik vind het verschrikkelijk dat zoiets gebeurt in een land als Nederland.'
Nils Melzer: 'Ik zie een weerloze, ongewapende arrestant tegen wie agenten zinloos, excessief geweld gebruiken. Ik vind het verschrikkelijk dat zoiets gebeurt in een land als Nederland.'Bron ANP / AFP

Terwijl Melzer zijn verhaal doet, leggen medewerkers de laatste hand aan de officiële beschuldiging van de Nederlandse politie. Afgelopen weekeinde is de zogeheten ‘allegation matter’ ingediend. ‘We hebben ook nieuwe meldingen gekregen uit Nederland, die mijn medewerkers zullen beoordelen. Ik hoop in de eerste helft van het jaar naar jullie land te komen. We zoeken nog naar een geschikte datum. Ik wil achter elkaar drie landen bezoeken, in twee weken, om geld te besparen: Polen, Frankrijk en Nederland. Jullie zijn heel coöperatief, Frankrijk heeft nog niet gereageerd op mijn verzoeken.’

In Nederland wil hij praten met onder anderen politici, toezichthouders, de Ombudsman en de politie. ‘Het bezoek zal enkele dagen duren, ik neem een vertaler en een forensisch arts mee, voor het geval iemand ons vraagt wonden te bekijken. Ter plekke leg ik mijn eerste bevindingen voor aan de overheid, die erop mag reageren. Voor mijn vertrek geef ik een persconferentie waar ik mijn voorlopige bevindingen en aanbevelingen presenteer. Het officiële rapport volgt later; alle rapporten worden gepubliceerd in maart. Dus dat wordt 2023.’

Uw tweets stonden vol grote woorden en leidden tot woede. Was uw aanpak niet contraproductief, achteraf gezien?

‘Daar heeft u een punt. Toen ik vrijdag de Nederlandse ambassadeur in Zwitserland sprak, in een heel constructieve videovergadering, zei hij ook zoiets. Nederland is bereid om mee te werken aan mijn onderzoek, maar het verbaasde hem dat ik de zaak had aangezwengeld via Twitter, in plaats van de officiële kanalen.

‘Ik heb uitgelegd waarom het zo is gelopen. Uit ervaring weet ik dat het heel lang duurt als ik iets formeel aankaart. Een staat krijgt twee maanden om te reageren en stuurt uiteindelijk iets als: ‘Wij hebben uw beschuldiging ontvangen en doorgestuurd naar een onderzoekscommissie, die het zorgvuldig aan het bekijken is.’ Achteraf blijkt vrijwel altijd dat agenten hooguit een waarschuwing krijgen of worden overgeplaatst.

‘Uiteindelijk mogen lidstaten zelf weten wat ze met mijn rapporten doen; ze zijn niet bindend. In 90 procent van de zaken die ik aankaart, krijg ik een teleurstellend antwoord, of niets. Dit onderwerp gaat me aan het hart, het mag niet in een bureaula verdwijnen. En ik heb haast, want in oktober loopt mijn mandaat af. Dus heb ik Twitter gebruikt om extra aandacht hierop te vestigen.’

Gooide u olie op het vuur?

‘Achteraf gezien waren mijn tweets opruiend, ja. Ze hebben meer losgemaakt dan de bedoeling was. Dat vind ik eerlijk gezegd ongemakkelijk. Ongemakkelijk voor mijzelf, voor de autoriteiten, voor sommige mensen in Nederland en voor de politie. Maar als ik het beestje nooit bij de naam noem, gebeurt er niets. Dus ik heb geen spijt, al met al. Ja, ik heb haatmails ontvangen, maar de bedankjes waren in de meerderheid. Als het stof over een paar weken is neergedaald, staat dit onderwerp hoger op de agenda in Nederland en zal dit onderzoek serieuzer genomen worden. Dat is wat telt.’

Help ons door uw ervaring te delen: