VN-kinderfonds wordt te sterk afhankelijk van particuliere bijdragen Unicef wil meer dan noodhulp

In India worden jaarlijks 26 miljoen kinderen geboren. Ruim drie miljoen van hen overlijden voor het vijfde levensjaar. Toch is de kindersterfte in India sinds 1960 gehalveerd....

JOHN WANDERS

Van onze verslaggever

John Wanders

AMSTERDAM

Voor Unicef, het kinderfonds van de Verenigde Naties dat dit jaar zijn vijftig-jarig jubileum viert, zijn teruglopende sterftecijfers onder nul- tot vijfjarigen de belangrijkste indicator voor vooruitgang. Een vergelijking van deze cijfers geeft meer dan wat ook inzicht in de resultaten van ontwikkelingshulp, redeneert Unicef. De trend vertelt veel over voedingspatronen, over verspreiding van kennis over wat gezond is en wat niet, over beschikbaarheid van schoon drinkwater, voortgang van vaccinatieprogramma's, veiligheid van leefomgeving, et cetera.

In Unicefs jaaroverzicht The State of the World's Children 1996 voert het Afrikaanse Niger de top-30 aan van landen met relatief hoge kindersterfte. Bijna 20 procent van de kinderen in Niger overlijdt in het eerste levensjaar en 30 procent voor de vijfde verjaardag. Er is wat dit aangaat in 35 jaar niets veranderd in Niger.

Ofschoon de tot somberheid stemmende scores van landen als Niger, Angola, Sierra Leone, Mozambique en Afghanistan het tegendeel lijken te suggereren, tonen de steeds opnieuw aangescherpte streefcijfers van Unicef aan dat de inspanningen van de organisatie vruchten afwerpen.

De onder oud-directeur James Grant gelanceerde Child Survival-programma's zijn in relatief korte tijd uitgegroeid tot een enorm succes. Unicef redde naar eigen zeggen alleen al in het afgelopen decennium het leven van twintig miljoen kinderen. Van elke duizend kinderen onder de vijf jaar stierven er in 1960 gemiddeld 216, tegen 107 in 1994. Daarmee is de gemiddelde kindersterfte in de wereld in 35 jaar tijd met 51 procent gedaald.

'Ontwikkelingshulp werkt dus, alle negatieve verhalen hierover ten spijt', concludeert Rolf Carriere, directeur van Unicef Bangladesh. In 1974 was in de Derde Wereld minder dan 5 procent van de kinderen onder de één jaar ingeënt tegen dodelijke ziekten. Tien jaar later was de vaccinatiescore verzevenvoudigd tot 36 procent en in 1990 bedroeg hij 83 procent.

Maar de 78 procent-score over 1993 (min 5 procent) laat zien dat dat het de kunst is om de in de afgelopen decennia opgebouwde winst structureel te maken en uit te bouwen. Om die reden ziet Unicef meer in structurele hulp en lange-termijnontwikkeling dan in incidentele acties en andere vormen van noodhulp.

De helft van alle baby's in Bangladesh heeft bij de geboorte een ondergewicht. Die achterstand maken de meesten nooit meer goed. In India, Bangladesh, Nepal en Ethiopië lijden twee van de drie kinderen onder de vijf jaar aan groeistoornissen. Ondervoede kinderen zijn bevattelijker voor ziekten. Ondervoede meisjes in ontwikkelingslanden worden op latere leeftijd vaak ondervoede moeders die ondervoede kinderen baren.

In sub-Sahara Afrika wijzen de statistieken over ondervoeding op een negatieve tendens. 'De situatie is op zijn best stabiel, maar overwegend is er sprake van achteruitgang', zegt Julia Tagwireyi van het ministerie van Volksgezondheid in Zimbabwe.

Unicef, dat dertig jaar geleden de Nobelprijs voor de Vrede won, geldt als de beauty van de VN-familie. Het is de enige VN-organisatie die onder het grote publiek geld weet in te zamelen.

Dat publiek geeft graag voor gebieden die door aarbevingen, (burger)oorlogen of andere rampen in het brandpunt van de actualiteit staan. Maar voor het op de been houden van een succesvol lokaal onderwijsproject bestaat aanzienlijk minder interesse.

Aan de hand van een voorbeeld licht Hermine Lovel van de Universiteit van Manchester het belang van structurele hulp toe: 'Je kunt de sterfte bij geboorte met 40 procent omlaag krijgen door simpelweg meisjes naar school te sturen. Vrouwen die kunnen lezen en schrijven zijn geneigd later te trouwen. En ze zullen eerder een vroedvrouw inschakelen bij de bevalling.'

Het budget van een miljard dollar waarover Unicef jaarlijks kan beschikken, is voor 65 procent opgebouwd uit bijdragen van regeringen. De resterende 35 procent komt uit donaties van private organisaties en particulieren. Begin jaren tachtig was de verhouding nog 80 om 20 procent, wat aangeeft dat de bijdragen van overheden teruglopen. 'Ontwikkelingshulp staat onder druk', verklaart Bert van Ruitenbeek van Unicef Nederland. Het 'verlicht eigenbelang' rukt wereldwijd op.

Vooral in de Verenigde Staten - met een contributie van 157 miljoen dollar de belangrijkste donor van Unicef - groeit de kritiek op de VN-bureaucratie. (Vorig jaar verscheen een kritisch rapport over de managementstructuur en de bedrijfscultuur van Unicef. Het adviesbureau Booz Allen & Hamilton schreef dat het zelden op zulke slechte werkverhoudingen was gestuit als bij Unicef.)

De toenemende afhankelijkheid van particuliere bijdragen begint volgens de Zaïrees Kasa Pangu, werkzaam op het Unicef-hoofdkantoor in New York, steeds voelbaarder te worden. Te meer daar particuliere donateurs hun giften steeds vaker 'oormerken': ze geven op voorhand aan waaraan het geld moet worden uitgeven. Stemt Unicef niet in met die voorwaarde, dan wordt er niets overgeboekt. Pangu: 'Bepaalde landen verdwijnen zo helemaal uit beeld.'

'Het probleem is behoorlijk groot', bevestigt Van Ruitenbeek. 'Als het accent bij de donateurs steeds meer komt te liggen op emergency situations, kun je als Unicef geen continuïteit meer garanderen voor je structurele programma's.'

Carriere van Unicef Bangladesh verzekert opgetogen dat er voor elke goed project een fonds te vinden is: 'De Rockefeller Foundation stuurt binnenkort vijftien Amerikanen, in leeftijd variërend van 35 tot 45 jaar, naar Dhaka. Ze zijn stuk voor stuk miljonair en op zoek naar een geschikt fonds.'

Maar Kasa Pangu, die vanuit het hoofdkantoor in New York meer zicht heeft op de mondiale situatie van de Unicef-projecten, zegt met een veelbetekenende glimlach dat Carriere 'zeer optimistisch' is. Pangu: 'Voor Bangladesh klopt zijn verhaal. In Bangladesh wil tegenwoordig ongeveer iedereen investeren. Maar in Afrika liggen landen die totaal vergeten zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden