VN-doelen: drie stappen vooruit, twee achteruit

Eigenlijk gaat het steeds beter met de wereld. Maar niet met Afrika. En niet met iedereen. In het huidige tempo komt er van de Millennium Doelen van de VN weinig terecht.

Van onze verslaggever Rob Vreeken

Je zou kunnen zeggen: het gaat goed met de wereld. Voor steeds meer mensen wordt het leven steeds beter. Analfabetisme? Honger? Kindersterfte? Levensverwachting? Water uit de kraan? Gezinsgrootte? Op al die punten (en nog veel meer) gaan de VN-statistieken sinds jaar en dag gestaag in de goede richting. De kans om ter wereld te komen en een leven lang ondervoed, ziek, behoeftig, ongeletterd en onderdrukt te blijven, was in 1960 vele malen groter dan in 2005.

'Gemiddeld zijn mensen in ontwikkelingslanden gezonder, beter opgeleid en minder verarmd - en ze hebben meer kans in een democratie te leven dan in 1990', stelde het VN-fonds UNDP vorige week in het Human Development Report, verwijzend naar het jaar dat ook op de VN-top deze week in New York wordt gehanteerd als peildatum. De Millennium Ontwikkelingsdoelen (MDG's) betreffen de sociaal-economische progressie in het tijdvak 1990-2015.

'De wereld heeft opmerkelijke vooruitgang geboekt bij het bereiken van veel van de Doelen', schrijft de econoom Jeffrey Sachs, leider van het Millennium Project van de VN, in zijn voortgangsrapportage. Sachs zowel als UNDP noemt voorbeelden. Het aantal mensen in extreme armoede daalde met 130 miljoen. De levensverwachting in de ontwikkelingslanden steeg met twee jaar. Er zijn 30 miljoen kinderen minder zonder onderwijs.

Successen
Het zijn stuk voor stuk niet weg te poetsen successen, en het is goed af en toe stil te staan bij die basale goed-nieuwscurve van het menselijk bestaan. Voor velen, ook geïnformeerde krantenlezers, is het zelfs een openbaring: in hun hoofden had zich het idee geworteld dat grote delen van de mensheid alsmaar verder weg zinken in steeds grotere ellende.

Dat is - gelukkig - niet het geval.

Maar.

Het goede nieuws wordt gevolgd door een groot maar, of eigenlijk een aantal maren.

In de eerste plaats is daar het evenmin weg te poetsen, kolossale feit dat grote delen van de mensheid wel degelijk in ellende zijn weggezonken. Nog altijd kunnen honderden miljoenen mensen hun kinderen niet goed voeden of naar school sturen. De opsomming van misère - ondervoed, ziek, behoeftig, ongeletterd, onderdrukt - geldt voor volksmassa's rond en onder de evenaar.

De wereldgemeenschap laat het gebeuren dat juist de minst weerbare groepen - kinderen en vrouwen - in de steek worden gelaten op het meest wezenlijke vlak: leven of dood. Per dag sterven 30 duizend kinderen onder de vijf jaar, voor het merendeel aan ziektes die simpel te voorkomen zijn. Ook liggen veel regio's ver achter op schema bij het terugdringen van kindersterfte (Millennium Doel 4). In het huidige tempo zal in 2015 de daling 23 procent zijn, in plaats van de beoogde 65 procent.

Op het vlak van kraamsterfte onder vrouwen (Doel 5) is sinds 1990 weinig verbeterd. Elke minuut overlijdt ergens ter wereld een zwangere vrouw of jonge moeder. Een gevolg van het geringe belang dat aan vrouwen en hun gezondheid wordt gehecht, zei Thoraya Obaid, hoofd van het VN-bevolkingsfonds, vorig jaar in de Volkskrant. De maatschappelijke positie van vrouwen moet dus versterkt worden (Doel 3), maar ook dat lijkt een illusie.

Het grootste 'maar' bij het goede nieuws betreft de enorme verschillen tussen de regio's in de wereld. Die worden verdoezeld in de wereldwijde MDG-totaalcijfers. Met Millennium Doel 1, speerpunt 1 (halvering van armoede) bijvoorbeeld gaat het redelijk. Maar dat komt voornamelijk doordat tientallen miljoenen Chinezen, en ook Indiërs, uit het armoedegat zijn geklommen. Dat maakt de vooruitgang niet minder waardevol: elke arme minder is er één. Alleen verdwijnt zo uit beeld dat elders de toestand juist beroerder wordt.

Dramatisch
Het rampgebied bij uitstek is Afrika. De VN-cijfers bewijzen nog eens dat het continent (het deel onder de Sahara) er echt dramatisch voor staat. De Afrikanen worden armer. Het aantal van hen dat moet leven van hoogstens 1 dollar per dag steeg van 44,6 procent in 1990 naar 46,4 procent nu. Hun gemiddelde inkomen daalde tot 60 dollarcent.

Een ander gebied waar het leven sinds 1990 is verslechterd, is het Aziatische deel van de vroegere Sovjet-Unie. Na het einde van het communisme stortte het sociale bouwwerk daar in, met alle gevolgen van dien.

Veelzeggend is de grafiek 'levensverwachting' in het Human Development Report. Voor alle regio's gaat de curve scherp omhoog. Twee gebieden echter kennen sinds 1990 een dalende curve: in de ex-Sovjet-Unie (van een hoog naar een iets lager niveau) en zwart Afrika leven de mensen korter dan voorheen. De Afrikanen, toch al diep onderaan, zijn gezakt van 50 naar 47 jaar.

De aids-crisis heeft Afrika de grootste dreun gegeven. Ook spelen burgeroorlogen en slecht bestuur een rol. Bovendien is er wat Jeffrey Sachs de 'armoedeval' noemt: de armste landen missen de spankracht om te investeren in een betere toekomst.

In de andere werelddelen varieert het beeld. Zuid-Azië (India en omgeving) weet de armoede fors te verminderen, maar slaagt er niet in zijn kinderen goed te voeden. Ook is het nog altijd de regio met de grootste massa paupers ter wereld, in absolute aantallen veel meer dan in Afrika. En: nergens is de maatschappelijke positie van vrouwen zo beroerd als in India en zijn buurlanden. De vrouw is er slechter af dan in de Arabische landen.

Noord-Afrika doet het ook op andere MDG's beter dan het imago van de moslimwereld zou doen vermoeden. Oost-Afrika scoort beter dan Afrika onder de Sahara. Zuidoost-Azië doet het voortreffelijk. Latijns Amerika blijft in het midden-segment gestaag vooruit hobbelen.

Dat is, kortom, de stand van zaken: het gaat geleidelijk beter met de wereld. Maar niet met Afrika. Niet met Centraal-Azië. En niet met iedereen, niet op alle gebieden.

Een ander groot 'maar' zit ingebakken in het Millennium Project zelf: dat van de niet ingeloste beloften. De wereldleiders legden zich in 2000 vast op ambitieuze doelen. Die belofte heeft verwachtingen geschapen, en het ziet er nu naar uit dat - bij ongewijzigd beleid - straks veel van die verwachtingen worden beschaamd.

Dat is des te schrijnender omdat de middelen er wel zijn. Ziekten als tbc en malaria zijn goedkoop te bestrijden. Bovendien kan en mag geld niet het probleem zijn, zo stelde de VN-top van 2002 in Monterrey vast. Het geld is er - niet alleen in de donorlanden, ook in de ontwikkelingslanden zelf. Bangladesh is in staat met een bescheiden budget het onderwijs sterk te verbeteren. Sri Lanka bewijst al een halve eeuw dat een land niet rijk hoeft te zijn om het volk basisonderwijs en -gezondheidszorg te geven. Vietnam geeft dat voorbeeld sinds 1990.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden