VN-brigade vervliegt met de wind

Er is geen sprake van dat de Veiligheidsraad het Nederlandse idee voor een permanente VN-brigade heeft afgewezen, betoogde ambassadeur Biegman....

NEDERLAND legt eer in met Van Mierlo's idee voor een direct inzetbare VN-brigade, schrijft ambassadeur Biegman (Forum, 1 maart). Mijns inziens heeft hij gelijk. Het voorstel een parate internationale brigade van drie- tot zesduizend blauwhelmen op te richten, schudde minister Van Mierlo vorig jaar wat losjes uit de mouw tijdens een rede voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Het ontmoette jammer genoeg direct kritiek.

In Nederland opperden kamerleden van divers pluimage allerlei bezwaren, vermoedelijk voordat zij zijn rede hadden gelezen. Van Mierlo had voor zijn beurt gesproken, het was een onbekookt plan dat wijziging van de Grondwet nodig maakte.

Ook had hij voorgesteld de brigade ter beschikking van de secretaris-generaal te stellen en dat kon natuurlijk niet. Dat moest de Veiligheidsraad zijn. Dat klopt, want dat staat in Artikel 24 van het Handvest van de VN. De secretaris-generaal is volgens Artikel 97 niet meer dan de Chief Administrative Officer of the Organization.

Waar het echter vooral om ging, was dat de Tweede Kamer werd gepasseerd. De soevereiniteit van het land was in het geding, en een motie moest daaraan een eind maken. De minister bond in, beloofde beterschap en hanteerde vervolgens de Henry - Wandelganger - Faas formule: OS=LB; overheidsstudie is lange baan.

Uit het artikel van ambassadeur Biegman blijkt dat het ambtelijk apparaat er nog steeds mee worstelt. Er is door medewerkers van Buitenlandse Zaken en Defensie een discussiestuk opgesteld. Dit non-paper is vervolgens met de ambtenaren van de Nederlandse VN-missie in New York besproken.

Dat leverde uiteraard een nieuw discussiestuk op, zoveel is wel duidelijk. Het is voorgelegd aan gelijkgestemde zielen bij de VN, de EU, andere belangrijke westelijke landen, en landen uit de Derde Wereld en Oost-Europa.

Dat leidde op zijn beurt tot twee discussieronden: één in november, en één, op basis van een ander uitgewerkt stuk, in februari. Tegelijkertijd zijn er besprekingen geweest met Canada, dat bezig is met een wat bredere studie over snel inzetbare interventiemachten voor de VN. Misschien zouden de Nederlandse plannen daar onderdak kunnen vinden.

Benieuwd naar de resultaten van dat tomeloze overleg, ben ik met een aantal studenten op 8 maart naar de eerste gespreksronde van het Nederland-Canada comité gegaan. Die was georganiseerd door het Nederland Genootschap voor Internationale Zaken en de vereniging met de lange naam: de Koninklijke Vereniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap. Daar spraken de Canadese Chef Defensiestaf, generaal De Chastelain, en de VN-deskundige van 'Clingendael', D. Leurdijk. Onderwerp: Experiences of and Lessons Learned from International Peacekeeping.

Dat ging helaas niet over het voorgenomen huwelijk van het Nederlands-Canadese gedachtengoed. Op een vraag van een student naar de mogelijkheden van de oprichting van althans een gezamenlijk hoofdkwartier voor zo'n VN-brigade, antwoordde de generaal dat dit een uitstekende gedachte was, maar wel één 'die nader moest worden bestudeerd'.

Wat hem wel een goed idee leek, was een gezamenlijke school voor de opleiding van blauwhelmen. Nederland kon bijvoorbeeld aansluiten bij de Canadese 'Lester Pearson' school voor peacekeepers. Dat bracht dus ook al niet de gewenste duidelijkheid.

Vanzelfsprekend is Van Mierlo's suggestie van een VN-brigade een goed idee. Maar wel één met de nodige haken en ogen. In veel landen zal inderdaad de grondwet moeten worden aangepast, maar dat is overkomelijk. Voorts zal een land een stuk grond aan de VN moeten verhuren en het een extraterritoriale status moeten geven om de VN-brigade te kunnen legeren en te laten oefenen. Dat lijkt al lastiger. Voorts zal de VN een Status of Forces Overeenkomst met dat land moeten sluiten. Zo'n overeenkomst, die bijvoorbeeld ook voor NAVO-eenheden in het buitenland geldt, regelt onder meer de bevoegdheden van de VN voor de bestraffing van soldaten die in den vreemde misdrijven plegen. Dat is uiteraard niet onmogelijk, maar houdt wel in dat de VN een rechtbank hiervoor moet oprichten.

Dan moet het materieel worden aangeschaft, een dure aangelegenheid. Zeker in een tijd waarin de Amerikanen hun bijdrage aan VN-operaties willen terugschroeven. Dan moeten de legionairs worden geworven, uiteraard naar rato verdeeld over de continenten. De belangstelling zal groot genoeg zijn, maar veel Europeanen zul je er niet in aantreffen. Dat wordt dus een gemengde hap die, net als in het Franse Vreemdelingenlegioen, alleen met een ijzeren discipline onder één noemer is te brengen.

MOET de brigade daadwerkelijk optreden, dan doemt een ander probleem op. Dat wordt in het meer dan duizend bladzijden omvattend boek van Schindler en Toman: The Laws of Armed Conflicts, breed uitgemeten. 'Er is', zo schrijven zij, 'geen regeling voor de toepassing van de wetten die gelden in gewapende conflicten waarbij de VN is betrokken'. Dat vloeit voort uit de omstandigheid dat alleen staten partij zijn in de conventies die de regels hebben gesteld aan oorlogen en andere gewapende conflicten, inbegrepen die waarin blauwhelmen zijn betrokken. Het is daarom alleszins begrijpelijk dat Boutros Boutros-Ghali en de permanente leden van de Veiligheidsraad bedenkingen hebben.

Studeer vooral door, is het weinig hoopvolle devies. Misschien struikelt Nederland over iets waar de rest van de wereld nog niet op is gekomen. Mogelijk om deze reden weet ambassadeur Biegman eigenlijk niet veel meer te melden dan dat 'de kleine eilandstaten in het Caribisch gebied; een formaat landen waar inzet van een brigade (van ongeveer vijfduizend man) inderdaad van doorslaggevende betekenis zou kunnen zijn', vóór zijn. Zij zijn jammer genoeg niet voldoende. Op naar de volgende zeepbel.

G.C.Berkhof is luitenant-generaal der genie bd en hoogleraar strategische studies Rijksuniversiteit Leiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden