Vluggertjes in de wei

Non-fictie Ruimtelijke ordening in Nederland is een rommeltje. Noud Köper zoekt uit waarom...

Vol. Lelijke nieuwbouw. Schaamgroen. Tijdens borrelpraat over de inrichting van Nederland weet iedereen wat er mis is. Maar waaróm we opgescheept zitten met files, Vinex-eenheidsworst, en massa’s afzichtelijke – en leegstaande – kantoorpanden? Dat is een insidersverhaal.

In Woekeren met ruimte vertelt journalist Noud Köper compact en levendig hoe het zo is gekomen. Hoe de ruimtelijke ordening al decennialang een slepend politiek gevecht is tussen een kleine groep machteloze hoofdrolspelers.

Het boek rolde al van de pers voordat de demissionaire minister van Verkeer Eurlings zichzelf en het zoveelste plan voor rekeningrijden verbeurd verklaarde, maar de ellenlange aanloop, vanaf de lancering in 1992 door minister Maij-Weggen, via Tineke Tolpoort (minister Netelenbos) tot en met Tefal Eurlings (‘alles glijdt van hem af’) krijg je bij Köper in een notendop. Net als de nachtmerriedossiers Betuwelijn en HSL-zuid, de tienjarige lobby voor een fantoomlijn naar Groningen en een inmiddels veertig jaar oud grastracé door midden-Delfland, waar de A4 bij Den Haag nog altijd op doodloopt.

En dat is pas de infrastructuur. Minstens zo bizar zijn de monomane Vinex-aanbestedingen (‘of ik even een stuk stad van een vierkante kilometer wilde ontwerpen’, aldus architect Jo Coenen), de geëscaleerde ruzies over Schiphol en de Tweede Maasvlakte, de wildgroei van bedrijfspanden, het gekluns met de intensieve veehouderij en een onafzienbare reeks nota’s die nooit hun papieren status ontstegen. Intussen blijft de randstad gesplitst over vier provincies.

Köper interviewde een dertigtal ruimtelijke kopstukken. Meest ex-politici en ex-topambtenaren, maar ook vastgoedondernemers en ontwerpers. Samen bedilden ze tientallen jaren ons nationale interieur, en aan Köper bekennen ze zonder veel gêne dat bijna alles is mislukt.

‘We bouwen eigenlijk constant voor het verleden’, aldus een voormalig topambtenaar over de stroperige procedures. En Vinex-aanstichter Hans Alders, na zijn VROM-ministerschap als provinciebestuurder van Groningen de vergeefse Zuiderzeelijnlobbyist, vindt van de Vinexwijken ‘dat je niet kunt volhouden dat er alleen maar rotzooi staat’.

Over de horizonvervuiling met grauwe bedrijfspanden klinkt stoere vastgoedjongenstaal: ‘Het moet afgelopen zijn met het vluggertje in de wei.’ Aldus de voorzitter van de vaderlandse projectontwikkelaars, Peter Noordanus, tot 2004 nog Haags wethouder. Maar volgens Adri Duivesteijn, ook ooit Haags wethouder en later prominent Tweede Kamerlid, zijn het juist de projectontwikkelaars die miljarden verdienden in de wei. Duivesteijn, nu wethouder te Almere, noemt de Vinex-operatie zelfs ‘een gelegitimeerde vorm van machtsmisbruik’.

Met Schiphol is volgens Alders ‘de ene blunder na de andere gemaakt.’ Diens ministeriële opvolgster Margreeth de Boer houdt het erop dat ‘overheden een discutabel beleid hebben gevoerd’ en een topambtenaar die later bij Schiphol werkte wijst naar de huisbankier, die de voorzitter leverde voor de Raad van Commissarissen. ‘ABN Amro speelde een dubieuze rol, met al die petten op.’

Oud-minister Elco Brinkman, nu voorzitter van bouwkoepel Bouwend Nederland, pakt alle vlieg-, vaar- en rijleed samen: ‘Qua infrastructuur heeft Nederland de boot gemist doordat we in () een ideologische discussie bleven steken.’

Toppunt van wanorde is een wél doorgevoerde wetswijziging. Volgens de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening (2008) mogen gemeenten voortaan nog meer zelf bepalen, en kan het rijk nauwelijks meer ruimtelijke plannen lanceren. De tussenlaag, de provincies, was altijd al aan het schipperen. De nieuwe wet zou de provincies vleugellam maken, omdat ‘bij het rijk de achterdeur altijd open staat’ (topbestuurder Jan Franssen van Zuid-Holland).

Volgens oud-minister van Landbouw en Visserij Cees Veerman moeten de provincies zich nu maar eens bewijzen. ‘Zo niet, schaf dan de bestuurslaag af.’

De Elco’s, Adri’s en andere ruimtelijke intimi blijven het grondig oneens. Het ligt aan de geldbeluste markt. Nee, aan de knellende Europese regels. Aan onze inspraakcultuur. Aan de ‘bestuurlijke drukte’. Het is natuurlijk van alles een beetje, maar de oplettende lezer ziet dat de aspiraties voor dure villawijken, golfvelden en asfalt in dit minuscule land keihard concurreren met ‘linkse’ wensen, en dat beide kampen elkaar slecht verstaan. Zo kan een oud-ambtenaar, nu ING-vastgoedbons, opmerken dat hij de ecologische hoofdstructuur (EHS) ‘niet beleeft’ als hij door het land ‘toert’, de natuurmaatregel daarmee reducerend tot mislukt vermaak voor automobilisten.

Köper concludeert terecht dat ‘de ruimtelijke ordening van Nederland langzamerhand wegzakt in een bestuurlijk moeras,’ en dat het hoog tijd is voor een nieuw ministerie van ruimtelijke ordening, waarin tenminste de eeuwige opponent Verkeer en Waterstaat is geïntegreerd.

Koepelorganisatie Bouwend Nederland betaalde mee aan dit boek, maar had volgens de auteur ‘geen invloed op de inhoud.’ Dat valt te betwijfelen. Terwijl naast de alomtegenwoordige PvdA vooral CDA, VVD en de vastgoedsector aan het woord komen, staat ter linkerzijde slechts één gefrustreerde milieuwetenschapper. Met als gevolg dat nogal wat milieuvijandigheid ten onrechte onweersproken blijft.

Ook zijn er wat inconsistenties. Vinexwoningen heten in het laatste hoofdstuk opeens een succes (‘ze gingen als warme broodjes’, het kortzichtige ontwikkelaarsperspectief) en de bij publicatie nog zittende bestuurders Eurlings en Cramer krijgen zomaar een aai over de bol.

Misschien heeft de auteur, die tevens als adviseur werkzaam is voor overheid en branche-organisaties, toch aan zelfcensuur gedaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden