Vluchtoord voor vergeten voetballers

Steeds meer Nederlandse profvoetballers trekken naar het buitenland. De export bedraagt inmiddels in totaal zo'n tweehonderd man. De één na grootste vertegenwoordiging - na Barcelona - bevindt zich bij het inmiddels gedegradeerde Austria Lustenau in Oostenrijk: Armand Benneker, Alex Pastoor, Leeroy Echteld en Clemens Zwijnenberg....

ZOMAAR EEN zaterdagmiddag in Vorarlberg. Het trotse stadje loopt uit voor de degradatiestrijd van Austria Memphis Lustenau in de Oostenrijkse Bundesliga. De tegenstander is Linzer ASK. Buitenlandse afvaardigingen, Duitsers, Slaven, Brazilianen, Afrikanen en Nederlanders, domineren de wedstrijd.

De Nederlander Leeroy Echteld, de langste en naar eigen zeggen 'duurste' van het stel, mist in blessuretijd op drie meter van doel de eenvoudige kopkans op 3-2. De bal schampt van het hoofd en zeilt over. 'Ach, wieder ein Holländer', klaagt de tv-commentator die eerder Zwijnenberg, Benneker en Pastoor grote kansen zag missen.

Echteld, een brok Amsterdams straattalent, grijpt bij de beelden van het Oostenrijkse Studio Sport theatraal naar het hoofd. Hij duikt even weg in de stampvolle VIP-lounge van het Reichshofstadion.

De Surinaamse spits weet dat hij de held van het weekend had kunnen zijn. 'Leeroy had het publiek eindelijk aan zich kunnen verplichten', zegt trainer Goran Stanisavljevic. De dag ervoor heeft de coach geklaagd over de instelling van de speler die het publiek tegen zich weet.

De gemiste kans heeft grote gevolgen voor Echteld. Zaterdagavond laat, in een trendy café, het glas Wodka-Red Bull in de hand, komt hij met zijn onderdrukte gevoelens. De man met de grote mond is even de jongen met het kleine hartje.

'Ik heb het nu niet durven aanroeren', zegt hij. 'Want ik weet mijn plaats. Maar als ik vanmiddag had gescoord, dan had ik de trainer gevraagd of ik naar Nederland had mogen vliegen. Ik doe het vaak zo. Na de wedstrijd snel naar Zürich, dat is hier net even over de grens. Om tien uur thuis in Almere met het vrouwtje op de bank, filmpie kijken. De andere dag met de kinderen in het park en op maandagochtend weer terug.'

Uit zijn opmerking blijkt wel dat het hoog geprezen buitenlandse bestaan van de profvoetballer niet louter paradijselijke trekjes vertoont. Voetballen in het buitenland is geen eldorado, het is harde werkelijkheid. Clemens Zwijnenberg, Alex Pastoor, Leeroy Echteld en Armand Benneker weten er inmiddels alles van. Ieder heeft zijn eigen verhaal.

Zwijnenberg, een zwijgzame Tukker: 'Ik speelde in Denemarken bij Aalborg. Zaten er van die gassies van zeventien, achttien jaar in de kleedkamer die me zeiden dat ik maar Deens moest leren. You have to learn Danish. De trainer stond dat gedrag toe. Ik was gehaald als de speler die de verdediging moest leiden. Dan voel je je wel belazerd. Ik mocht vervolgens niet transfervrij vertrekken, wat wel was beloofd. Ik liep bij het GAK, ik had een WW-uitkering.'

Alex Pastoor, een nuchtere Noord-Hollander: 'Ik voetbalde bij Harelbeke, in België. Van de ene op de andere dag werd er geen prijs meer gesteld op mijn aanwezigheid. De trainer was een Nederlander, Henk Houwaart. Die deed niets voor me. Niemand van de spelers nam het voor me op. Ik hoefde niet eens meer te komen trainen.

'Ik reisde veel op en neer naar Nederland . Alleen maar geld opstrijken is niks voor mij, ik wil voetballen, zo lang mogelijk. Je kunt mij 's nachts wakker maken voor een training. Harelbeke was een zwarte bladzijde. Ik praat er niet graag over.'

Armand Benneker, een realistische Limburger: 'MVV was net gedegradeerd en toen kon ik naar Dundee United, een traditionele club in Schotland. Ik zag het als een opstap. Mijn type speler is gevraagd in Engeland. Ik wilde me in de picture spelen. Na vier maanden raakte ik zwaar geblesseerd aan de knie. Ik heb mijn eigen revalidatie in Zeist moeten betalen. De club wilde niets meer van me weten. Ik beschouw dat als contractbreuk. Alles wat ik door de jaren heen bij elkaar had gespeeld, op mijn gelden in het CFK-fonds na, ben ik kwijtgeraakt. Niemand wilde me nog. Als Lustenau niet was gekomen, had ik weer moeten gaan werken. Ik heb MTS electronica.'

Leeroy Echteld, een flapuit: 'Ik ging in '97 naar Cannes, de voorwaarden waren zeer goed, maar de overtuiging was ver te zoeken. Heerenveen-voorzitter Van der Velde vond dat ik mijn langste tijd bij zijn club had gehad. Ik kon naar PSV. Dick Advocaat, ooit mijn trainer bij Haarlem, had me gepolst.

'Het werd uiteindelijk Cannes, een vierjarig contract. Ik ben er vijf maanden gebleven. Er was een speler-trainer, Addick Koot, dat was twaalf keer niks. Buiten het voetbal was niets geregeld, ik ben weken achtereen elke dag een huis wezen bekijken. Ik heb daar sportief mijn naam te grabbel gegooid.'

VOETBALLEN in het buitenland is soms de laatste mogelijkheid voor uitgerangeerde spelers. Zwijnenberg was na Twente, Feyenoord, Aalborg, Bristol en NAC bij geen club meer in trek. 'Niemand wilde me.' RKC was uitgekeken op eeuwige belofte Echteld. Pastoor, ooit de man aan de knoppen bij Volendam en Heerenveen, was op proef bij Sparta, maar daar zochten ze, 'zo eerlijk waren ze in Rotterdam wel', toch een ander type.

De gerevalideerde Benneker bood zich overal aan. 'Vroeger was ik veel gevraagd. Ieder jaar meldde zich wel een club bij MVV. Maar na die kruisbandoperatie kon ik nergens terecht. Eerste-divisieclubs heb ik afgezegd. Ik ben geen speler voor Barcelona of Milan, maar ik voel me wel, en nog steeds, een volwaardige eredivisiespeler.

'Ik vroeg een bedrag dat niet meer dan kostendekkend was, er waren zoveel clubs in nood, maar niemand wilde me. Maanden heb ik bij de telefoon zitten wachten. Ik heb mensen leren kennen. Bij mijn oude club MVV mocht ik niet meetrainen. Ook de andere Limburgse clubs hadden geen plek. Dat kon alleen bij Eindhoven, 's ochtends met de groep, 's avonds met het tweede. Ik ben ze er nog dankbaar voor.'

De laatste kans voor de 'dertigers' werd Oostenrijk, een tweederangs voetballand. Austria Lustenau was de club, en nog wel een uit de provincie. Benneker: 'Mijn eerste reactie: een schrikbeeld.'

Zwijnenberg: 'Maar nog altijd beter dan thuis zitten.' Echteld: 'Ik wilde echt niet, maar bij RKC duurde het een beetje lang met de onderhandelingen en de telefoon bleef gaan.' Benneker: 'Ik weet nog dat ik de eerste keer het stadion zag. Pffff! Achter de doelen waren toen nog geen tribunes gebouwd.'

Erik Regtop, de Nederlandse spits van Lustenau, was de drijvende kracht achter de transfers. Echteld: 'Regtop kende ik nog uit mijn Heerenveen-tijd. Die bleef bellen. Hij beloofde dat hij golf met me zou spelen. Benneker trouwens ook. Nooit op de baan gezien.' Zwijnenberg: 'Toen ik hier net kwam, waren we zelfs met zijn vijven uit Nederland.' Echteld: 'Nu hebben we er nog net genoeg om te klaverjassen.' Pastoor: 'Regtop was hier het mannetje, een spits die we node missen.'

Regtop, de ware voetbalnomade, is tijdens de winterstop verdwenen naar de regionale concurrent, Bregenz. Hij kon daar een contract voor vier jaar tekenen. Lustenau werd onder druk gezet en liet de Nederlander gaan.

Trainer Stanisavljevic: 'Ik vond Regtop iemand die veel beloofde, maar minder waarmaakte. Bovendien: al die spelers met lange contracten kun je niet onder druk zetten. Ze hebben hun geld binnen, als trainer voel je je machteloos.'

Voetballen in het buitenland is volgens de overlevering bedoeld om snel - en soms minder snel - rijk te worden. Spelers die de slag gemist hebben, proberen in het post-Bosman-tijdperk (sinds '95) hier en daar nog een 'tonnetje' mee te pikken. Echteld: 'Ik ging bij Cannes tien keer zoveel verdienen als bij Heerenveen, veertig mille in de maand. Ik heb uiteindelijk maar twee van die cheques gehad, plus de BMW 525 TDS die ik nu nog rijd, Franse dealer, Nederlands kenteken, Oostenrijkse garage. Die heb ik niet teruggegeven.

'Ik had natuurlijk in Frankrijk moeten blijven, maar ik ben zo stom geweest op te stappen. Ging ik bij AZ weer tien keer minder verdienen. Ik heb het verpest. Hier bij Lustenau ben ik de best betaalde speler. Dat is bekend. Daarom moet het publiek mij altijd hebben. Weet je, als je in Nederland 250 duizend bruto hebt, dan krijg je het hier netto. Toch lekker. Maar geld op de bank heb ik niet. Ik heb altijd veel op zak, maar het raakt tot het laatste dubbeltje op. Zo zit ik in mekaar.'

PASTOOR: 'In Nederland was het geen vetpot. Ik verdiende bij Heerenveen net zo veel als bij Volendam. Geld is voor mij bijna nooit belangrijk geweest. Maar toen Heerenveen drie Roemenen kocht, van wie ze er twee direct bij het oud papier konden zetten, en die jongens drie keer zoveel als ik gingen verdienen, toen knapte er iets. Bij Harelbeke was het inkomen goed, maar ik wilde weer voetballen. Niet stilzitten. Ik ben er bij Lustenau niet op vooruit gegaan. Maar ik woon hier mooi en ik leef hier goed.

Zwijnenberg: 'Bij Twente ben ik altijd onderbetaald. Maar ik ben geen zakkenvuller. Dat moet in je zitten. Ik leef hier eerder voor de uitdaging iets neer te zetten.'

Benneker: 'Ik ga in de toekomst nog heel veel geld van Dundee krijgen. Ik kreeg daar, afgezien van het tekengeld, vier keer zo veel salaris als in Maastricht, maar na het eerste half jaar is niets meer op mijn rekening overgemaakt. Ik heb nog anderhalf jaar salaris van die Schotten tegoed. Daar blijf ik voor strijden.

Het geld mag beter zijn, voetballen in het buitenland is een stuk minder dan thuis, dan Nederland, met zijn tactisch zo volwassen eredivisie. Zwijnenberg: 'Alleen al de manier waarop ze je hier selecteren. Ik heb twee keer in de zaal getraind, toen kon ik komen.' Pastoor: 'Ik heb twee trainingen gedaan, met zes spelers. De A-selectie was naar een uitwedstrijd. Aangenomen.'

Nederlanders doen in het buitenland altijd aan veredeld ontwikkelingswerk. Pastoor: 'We zijn gewend mee te praten, in de wedstrijd en tijdens de training.' Zwijnenberg: 'Dit is een stille groep.' Echteld: 'Befehl is hier Befehl. Rechtsaf is rechtsaf. Maar de trainer moet wel elke morgen opnieuw zeggen wat er gebeuren moet. Hollanders zijn gewend kritiek te geven. We zijn opener.'

Pastoor: 'Ik verlang wel eens heel erg naar een training van Foppe de Haan. Kleine partijtjes om elkaar scherp te zetten, zijn in Nederland heel gebruikelijk. Ze willen er hier niet aan. De voetbalbeleving is hier minder, dat mis ik inderdaad.'

Echteld: 'Het is in het buitenland gauw effe twintig treetjes naar beneden. Ze beginnen met Nederlanders altijd over aanvallend voetbal, maar, zo was het bij Cannes ook, binnen de kortste keren speel je weer met één spits, in plaats van de beloofde vier.'

Benneker: 'Ik respecteer de mening van de nieuwe trainer, al deel ik 'm niet. Maar als hij meent mij te moeten waarschuwen voor het gevaar van Toni Polster, dan zeg ik: waar heeft de man het over. Ik heb tegen Bergkamp, Romario en Gascoigne gestaan.

Echteld: 'Ik moet hier nog iets presteren, zodat ik weg kan komen. Want zo kan ik mijn carrière niet beëindigen, heb ik mezelf beloofd.'

Benneker: 'Het is leuk hoor dat Echteld zo meedenkt, maar aan de andere kant moet je presteren voor je mag meepraten.'

Echteld: 'Ik heb hier één doelpunt gemaakt. Maar ik ben geen scorende spits, ik ben de aangever. Tomasson en Kornejev hebben met behulp van mij dikke transfers verdiend.'

VOETBALLEN in het buitenland, zo maken alle vier Nederlanders duidelijk, lijkt een weloverwogen avontuur, maar is vaak niet meer dan 'er het beste van maken'. Pastoor: 'Mijn vrouw en ik zijn zeker geen avonturiers. En de kinderen mogen zeker niet de dupe worden.'

Zwijnenberg heeft een moeilijk begin gehad, met een onvoorstelbare klap - zijn te vroeg geboren kind stierf na enkele dagen. Over de voetbalknie die moest worden geopereerd spreekt hij niet. Benneker heeft zijn relatie ('twaalf jaar') ingeleverd, omdat hij in zijn leven voetbal op de eerste plaats heeft gezet. Nu heeft hij een Oostenrijkse vriendin, een locale schoonheid. 'Maar als ik een betere aanbieding krijg, ga ik. Dat weet ze.'

Samen staan ze sterk. Voetballen in het buitenland is je aanpassen. Daar zijn Nederlanders sterk in, overal slagen ze als voetballer. Echteld: 'Die schnitzel smaakt ons altijd wel.'

Voetbal is geen religie of levensvoorwaarde in Oostenrijk, dat weten de Nederlanders inmiddels. In het kneuterige Reichshofstadion hangt vooral een ongedwongen sfeer. Het Austria Dorf, met zijn glühwein en zoute pretzels, is een uitgebreide aprés-Fussball aangelegenheid. Zelfs na een teleurstellend resultaat blijven de mensen hangen, soms tot twee uur 's nachts.

Trainer Stanisavljevic is kritisch. 'Er zijn hier door mijn voorganger veel Nederlanders naar toe gehaald. Ik schat jullie voetbal hoog in maar, met alle respect, de uitblinkers van het WK'98 spelen in Barcelona of Turijn, niet in Oostenrijk.'

Voetballen in het buitenland is afzien. En over zo'n waarschuwing van de trainer stappen ze vlot heen. Het is deze keer het voordeel van de minder goed georganiseerde club. In de contracten van Pastoor en Echteld is de degradatie-clausule vergeten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden