Vluchten in 2014: van de   kampen tot Instanbul

Ruim de helft van alle vluchtelingen woont in steden, maar geldstromen zijn nog primair gericht op kampen. Dat brengt nieuwe problemen met zich mee. Een overzicht van de voornaamste verschuivingen. En een verslag uit Istanbul, waar Syriërs maar moeten zien hoe ze het redden.

Het eigen land, waar je dan het stempel 'anders' krijgt

De mensen die schuilgaan achter de stijging van het wereldwijde vluchtelingencijfer, zijn strikt genomen geen vluchtelingen. Het zijn ontheemden, binnen hun land verjaagd door oorlog of hongersnood, zoals een groot deel van de Syriërs en Afghanen.


Dat juist de groep ontheemden zo hard gegroeid is, heeft twee oorzaken. De eerste is administratief. Eind jaren negentig begon de UNHCR een grootschalig onderzoek naar ontheemden en moest ze concluderen dat hun aantal vele malen groter was dan geschat. Los van die correctie bestaat er een stijgende lijn, en die heeft te maken met de veranderde aard van conflicten.


Toen de UNHCR in 1950 werd opgericht en de blauwdruk voor het internationale vluchtelingenbeleid vorm kreeg, werden de meeste conflicten uitgevochten tussen twee vijandige mogendheden. Het opvangen van mensen in een kamp in een neutraal buitenland leek een uitstekende oplossing.


Nu zijn de meeste conflicten ingewikkelder. Religieuze twisten als die in de Centraal Afrikaanse Republiek, of conflicten als in Syrië waarbij alles is versmolten tot een destructief amalgaam, spelen zich meestal binnen een land of regio af. Het gevolg is een binnenlandse stroom ontheemden. Zij zijn voor hulporganisaties moeilijk te bereiken. Zolang mensen in hun eigen land op de vlucht zijn, is de nationale overheid verantwoordelijk voor hun welbevinden. Humanitaire organisaties die aan de slag willen waar een burgeroorlog woedt, hebben toestemming nodig van die overheid. Als deze, zoals in Syrië, een van de agressoren is, ontstaat een kafkaëske situatie waarin ontheemden zelden de hulp krijgen die ze behoeven.


'Aan de ene kant zou het goed zijn als ontheemden meer rechten krijgen, zegt Oliver Bakewell, hoogleraar aan het Oxford International Migration Institute. 'Maar het is lastig, zo'n beschermde status heeft ook nadelen. Die mensen dragen dan, in hun land, het stempel 'anders'. Wanneer houdt dat op? Vaak keren ze niet terug naar de streek van herkomst, maar blijven ze in een stad hangen. Voor je het weet is zo'n groep gedoemd voor altijd 'anders' te blijven.'


Steden waarin uitbuiting en mensenhandel dreigen

Vluchtelingen die naar de stad trekken, hebben meer kansen dan kampvluchtelingen om een nieuw bestaan op te bouwen - als het goed gaat. Maar ze zijn kwetsbaar. Stadsvluchtelingen vallen snel ten prooi aan uitbuiting, seksueel misbruik en mensenhandel. 'Als ze komen, hebben ze vaak wat spaargeld', zegt Tineke Ceelen van Stichting Vluchteling. 'Als dat op is en ze hebben nog geen werk, zijn ze vogelvrij, vooral huishoudens met een vrouw aan het hoofd.' De stad vraagt een ander type hulpverlening dan een kamp. Stichting Vluchteling experimenteert met vouchers die vluchtelingen naar eigen inzicht besteden aan zaken als huur of schoolgeld.


Stadsvluchtelingen trekken een zware wissel op de omgeving. Ze jagen de huizen- en voedselprijzen omhoog en het loon op arbeid omlaag. Daarmee zetten ze vaak kwaad bloed bij de plaatselijke bevolking, die in veel gevallen ook arm is. 'In Libanese plaatsen aan de grens met Syrië zijn alle garageboxen bewoond door Syrische families', zegt Ceelen. 'De lokale bevolking daar doet z'n stinkende best om te helpen, maar op een gegeven moment houdt het op.'


Om scheve ogen te voorkomen, moeten hulporganisaties vaak de lokale bevolking steunen en intensief contact onderhouden met overheden en scholen. Dit geeft vaak logistieke problemen, concludeerden VN-onderzoekers in 2012.


Bij de UNHCR en hulporganisaties is het besef doorgedrongen dat ze niet om de stadsvluchteling heen kunnen: hulp bij het opbouwen van een leven in de stad is misschien het antwoord op het steeds langduriger wordende verblijf in vluchtelingenkampen. Maar, waarschuwen antropologen uit Cambridge in de studie The end of refugee camps, het is nog onduidelijk of het hun lukt binnen afzienbare tijd de ommezwaai te maken naar nieuwe vormen van hulpverlening.


Geldstromen zijn nog primair gericht op kampen. Zoals in Kenia, waar in 2010 350 duizend vluchtelingen werden opgevangen in de twee grootste kampen, Dadaab en Kakuma. Nog eens honderdduizend vluchtelingen woonden in de hoofdstad Nairobi. Van de 66 miljoen euro die de UNHCR aan Kenia besteedde, ging 2 miljoen naar de stadsvluchtelingen.


Kampen waar vluchtelingen generaties lang verblijven

Als de wereld in de twintig jaar tussen de Rwandacrisis en de oorlog in Syrië ergens beter in is geworden, is het in het bouwen en bestieren van vluchtelingenkampen.


'De jaren negentig noemen we wel de 'Gouden Eeuw van het humanitarisme', zegt Bram Jansen, vluchtelingendeskundige aan de Wageningen Universiteit. Het einde van de Koude Oorlog stemde optimistisch, supranationale initiatieven hadden de wind in de rug. Het gevolg: grote vrijheden voor de UNHCR en ruim budget voor hulporganisaties. Vluchtelingenkampen zien er nu dan ook een stuk strakker uit dan in 1994. Tenten zijn voorzien van zonnepanelen, ze zijn schoner, er is meer ruimte, er zijn speeltuintjes.


De organisatie rond kampen is geprofessionaliseerd. 'Omdat de UNHCR in de jaren negentig zoveel ruimte kreeg, hebben ze ook meer verantwoordelijkheden genomen', zegt Jansen. 'Waar ze oorspronkelijk vooral nationale overheden aanspraken op hun verantwoordelijkheid, zijn ze steeds meer zelf de kampen gaan managen.'


Deze ontwikkeling, in combinatie met het gegeven dat conflicten gemiddeld steeds langer duren, heeft tot gevolg dat sommige vluchtelingenkampen onherroepelijk urbaniseren. Ze gaan verdacht veel lijken op steden onder een humanitair protectoraat van de VN.


De sprekendste voorbeelden zijn de Keniaanse kampen Kakuma en Dadaab, waar nu een derde generatie vluchtelingen opgroeit. In Zaatari en het door de Turkse overheid gefaciliteerde kamp Kilis zou hetzelfde kunnen gebeuren, als de oorlog in Syrië lang genoeg duurt.


Deze 'onvoorziene steden', zoals Jansen ze noemt, zijn in veel opzichten onwenselijk. Al was het maar omdat kampen bedoeld zijn als tijdelijke noodopvang - en niet om vluchtelingen voor tientallen jaren in op te bergen, hun de kans ontnemend ergens een nieuw leven op te bouwen. 'De notie dat het absurd is mensen zo lang in een kamp te houden zou wel wat meer mogen worden geuit', vindt Jansen. Maar veel kampbewoners kunnen ook na tientallen jaren niet terug naar het land van herkomst. Waar moeten ze dan naartoe? Op die vraag heeft de internationale gemeenschap nog geen antwoord.


VLUCHTELINGEN IN DE STATISTIEKEN

Vluchtelingen, ontheemden en asielzoekers zijn de drie grootste groepen van huis en haard verdrevenen die de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, onder haar hoede heeft.

* De status van vluchteling verleent de UNHCR aan mensen die gedwongen - door oorlog, raciale twisten of vanwege hun geloof, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde groep - hun land hebben verlaten en geen bescherming krijgen van het land waarvan ze de nationaliteit bezitten. Aan vluchtelingen moet volgens het Internationaal Verdrag betreffende de Status van Vluchtelingen asiel worden verleend.

* Asielzoekers zijn mensen die asiel hebben aangevraagd in een land, maar van wie nog niet duidelijk is of ze voldoen aan de criteria om de status vluchteling te krijgen.

* Ontheemden, of Internally Displaced Persons (IDP's), zijn vluchtelingen binnen hun eigen landsgrenzen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden