Nieuws Vluchtelingen

Vluchtelingen en baankansen: het maakt uit wie in welke regio wordt geplaatst

Asielzoekers hebben meer kans op een baan als bij de toewijzing van een huis rekening wordt gehouden met hun achtergrond. De kans dat ze na tien jaar een baan hebben is in de gunstigste regio bijna anderhalf keer zo groot als in de minst gunstige. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB).

In Veldhoven worden statushouders intensief begeleid zodat ze snel Nederlands leren en een baan kunnen vinden. Foto Marcel van den Bergh

‘Het maakt dus uit wie waar geplaatst wordt’, zo valt te lezen in het rapport Regionale plaatsing vergunninghouders en kans op werk. De regionale werkloosheid speelt een rol, maar ook leeftijd, geslacht en herkomstland van de vluchteling. ‘Dit vertaalt zich ook in aanzienlijke verschillen tussen regio’s in het beroep op de bijstand.’

Bij het toewijzen van woningen werd tot voor kort nauwelijks gekeken naar de baankansen van statushouders. Een eerlijke verdeling voerde de boventoon: hoe meer inwoners een gemeente had, hoe meer vluchtelingen ze moest huisvesten. In 2016 begon het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) met een nieuwe aanpak. Door middel van screeningsgesprekken kregen nieuwkomers een woning toegewezen in regio’s waarin ze de meeste kans hebben op een baan.

Amersfoort, Midden-Utrecht en Midden-Holland

‘Tot nu toe was niet bekend of die regio nou uitmaakte in een klein land als Nederland’, vertelt CPB-onderzoeker Wouter Vermeulen. ‘Dat was de aanleiding voor ons onderzoek.’ Het CPB onderzocht de vluchtelingen die tussen 1995 en 1999 een huis in Nederland kregen. Daaruit bleek dat de kans dat statushouders die in Amersfoort, Midden-Utrecht of Midden-Holland terechtkwamen tien jaar later een baan hadden anderhalf keer zo groot was als van asielzoekers die in Zuid-Limburg gingen wonen.

De onderlinge verschillen tussen groepen vluchtelingen bleken bovendien groot. Asielzoekers uit voormalig Joegoslavië en voormalige Sovjetrepublieken hadden meer kans op een baan in Amsterdam, Rotterdam en Limburg dan vluchtelingen uit andere landen. Dit komt omdat ze doorgaans hoger opgeleid waren en de culturele barrière kleiner was. ‘Ook etnische netwerken spelen een rol. Als er veel mensen in de buurt wonen met dezelfde achtergrond als jij, kun je makkelijker informatie verzamelen over hoe het in de regio werkt en waar banen te vinden zijn’, zegt Vermeulen. ‘In regio’s waar mensen uit voormalig Joegoslavië het goed doen, wonen relatief veel mensen met diezelfde achtergrond.’ Maar het kan ook een negatief effect hebben en een barrière vormen om te integreren in de Nederlandse samenleving.

De onderzoekers keken ook naar het inzetten van een algoritme waar in Amerika en Zwitserland successen mee zijn behaald. ‘Die methode kijkt simpelweg waar statushouders met dezelfde achtergrond het in het verleden goed hebben gedaan. Daar probeer je dan mensen neer te zetten.’ Toepassing van het algoritme op de Nederlandse cijfers wees uit dat de kans op een baan daardoor fors stijgt: van 48,6 procent naar 59,3 procent. ‘Dat onderstreept dat er veel te winnen is met deze aanpak.’

Vooral kijken naar de sector

Een medewerker van het COA voert nu het screeningsgesprek, bekijkt banenwebsites en formuleert een advies. Daarbij kijken de medewerkers vooral naar de sector en zoeken ze daar een regio bij waarin veel werk te vinden is in die sector. ‘Maar dat is maar één aspect. Je kunt vrij makkelijk een computerprogramma laten meedraaien. Mocht tijdens het gesprek informatie boven tafel komen waaruit blijkt dat iemand in een bepaalde regio op z’n plek is, dan kan de medewerker het algoritme altijd nog overrulen’, zegt Vermeulen. Hij vermoedt dat het algoritme objectiever is. ‘Het maakt veel intensiever gebruik van informatie over recent geplaatste vluchtelingen.’

Uit het onderzoek blijkt verder dat het aanpassen van de huidige eerlijke verdeelsleutel van vluchtelingen over gemeenten niet zo veel oplevert in termen van arbeidsmarktparticipatie. ‘Het is voor de mensen zelf wel prettiger omdat ze minder vaak verhuizen. De vertrekkans verschilt heel sterk tussen regio’s: mensen verhuizen vaker uit dunbevolkte gebieden.’ Dit zijn plekken waar veel woningen beschikbaar zijn, maar het risico bestaat dus dat de statushouders na een paar jaar weer weg zijn. Toch moet deze wetenschap niet direct aanleiding zijn om minder mensen naar zulke regio’s te sturen. Minder statushouders in die gebieden plaatsen kan namelijk leiden tot segregatie en het afbrokkelen van draagvlak voor het opnemen van vergunninghouders. Vermeulen: ‘De huidige verdeling voelt voor veel mensen eerlijk.’

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.