Vlot en eigentijds

De Booker Prize heet tegenwoordig de Man Booker Prize. Maar dat is niet de enige vernieuwing rondom een van de beroemdste literaire prijzen ter wereld....

DE BEROEMDSTE letterenprijs van Groot-Brittannië, de Booker Prize, bestaat niet meer en voor zover hij nog wel bestaat is er niet één Engelse schrijver voor genomineerd. Wel drie Canadezen (Rohinton Mistry, Carol Shields en Yann Martel), een Ier (William Trevor), een Australiër (Tom Winton) en een auteur uit Wales (Sarah Waters). Zij komen in aanmerking voor een literaire onderscheiding met een nieuwe naam (Man Booker Prize), een nieuw prijsbedrag (£ 50 duizend - ongeveer euro 70 duizend -; was £ 20 duizend - ongeveer euro 31 duizend), uit te reiken op een nieuwe locatie (British Museum; was de Guildhall). Als het aan de jury ligt zal de prijs met ingang van dit jaar bovendien een ander karakter hebben. Vlotter, eigentijdser en met meer nadruk op boeken die een breed publiek aanspreken.

De Booker Prize werd in 1969 voor het eerst uitgereikt en ontwikkelde zich tot een belangrijke publiciteitsmachine voor de Engelstalige literatuur. Vooral het werken met een zogeheten shortlist van zes kandidaat-winnaars bleek hiertoe bij te dragen en werd gaandeweg zowel in Groot-Brittannië zelf (onder meer bij de Whitbread Prize) als erbuiten (AKO, Libris) overgenomen.

Omdat sponsor Booker plc in financiële moeilijkheden raakte, opging in een fusie en het nieuwe bedrijf de sponsoring staakte, werd voorjaar 2002 de Booker Prize Foundation opgericht, die zich onder andere ten doel stelde de inmiddels wereldberoemde naam Booker Prize te behouden. Toen zich een nieuwe sponsor aandiende, de financiële dienstverlener Man Group, werd besloten tot de naam Man Booker Prize.

Tot het moment dat de jury op 24 september de shortlist bekendmaakte, was er sprake van drie duidelijke favorieten. De beste kansen werden toegedicht aan Who's Sorry Now? van Howard Jacobson, met Any Human Heart van William Boyd en The Autograph Man van Zadie Smith als runners-up. Andere kanshebbers waren John Banville (Shroud), Michael Frayn (Spies) en het pas 26-jarige aanstormende talent Jon McGregor (If Nobody Speaks of Remarkable Things).

Dat de jury - dit jaar onder leiding van hoogleraar, auteur en critica Lisa Jardine - de favorieten terzijde schoof en haar eigen eigenzinnige keuze maakte, was niets nieuws. Dat gebeurt bijna elk jaar. Opmerkelijker was het commentaar van jurylid David Baddiel die zei dat veel te veel van de genomineerde boeken 'opgeblazen en pretentieus' waren. 'Er zijn boeken voorgedragen die duidelijk zijn geschreven met de vooropgezette bedoeling prijzen te winnen en vormgegeven om op te vallen bij Booker-juryleden. Dat gaat je tegenstaan.' Zijn collega-jurylid, schrijfster en universitair docente Salley Vickers, noemde sommige voorgedragen romans 'pompeus'.

Door de jaren heen heeft de Booker Prize inderdaad een reputatie opgebouwd zwaarwichtige, serieuze boeken te lauweren, met Roddy Doyle's Paddy Clare, Ha Ha Ha (1993) als een van de weinige uitzonderingen. Omdat uitgevers slechts twee van hun titels van het afgelopen seizoen (1 oktober-30 september) voor de Booker Prize mogen voordragen, kiezen ze doorgaans voor 'zware' boeken. Die hebben door de jaren heen bewezen de grootste kanshebbers te zijn.

Volgens voorzitter Jardine moet dat in de toekomst anders. 'Volgend jaar zouden uitgevers ook eens het risico moeten nemen wat populairder werk in te sturen.' Ze voegde eraan toe het doodzonde te vinden dat de jury een boek als Porno van Irvine Welsh niet had kunnen beoordelen. 'We hebben het niet verworpen, maar hebben het gewoon nooit onder ogen gehad. Het verscheen pas laat in het jaar en we hadden geen idee dat het ook maar bestond.'

Wat dat laatste betreft zou de jury overigens de hand in eigen boezem moeten steken. De reglementen van de prijs staan nadrukkelijk toe dat de jury op eigen initiatief boeken aanvraagt, zoals dit jaar bijvoorbeeld met William Trevor gebeurde. Wanneer een jury van vijf literaire zwaargewichten de publicatie van de nieuwe Irvine Welsh - sinds Trainspotting toch een naam - niet opmerkt, getuigt dat niet van een erg wakkere geest.

De wortel van het kwaad zit hem hier niet in de behoudende opstelling van de Britse uitgevers, maar in de idiote regel dat elke uitgeverij, groot of klein, slechts twee boeken mag voordragen. Dat maar liefst vier uitgevers - Picador, Hamish Hamilton, Faber en Viking - beide ingezonden boeken op de oorspronkelijke longlist van twintig titels zagen belanden, is veelzeggend. Dat de jury zelf nog een derde Viking-boek toevoegde (William Trevor) eveneens. Welke uitstekende boeken zijn er nog meer niet ingezonden, omdat twee nu eenmaal het maximum is?

Auteurs die bij een topuitgeverij zitten, worden door de Booker-reglementen benadeeld. Als de Booker Prize na 34 jaar toch moet worden vernieuwd, zouden we meer opschieten met een totaal andere selectieprocedure dan met een opportunistische roep om het inzenden van meer populaire fictie. Overigens leven er in Booker-kringen plannen om in de toekomst wellicht ook Amerikaanse romans te laten meedingen. Hoeveel boeken mogen er dan per uitgever worden ingezonden? Eén?

Wie de shortlist van dit jaar bekijkt, kan trouwens niet anders concluderen dan dat hij prima in de aloude Booker-traditie past. Vier van de zes auteurs (Mistry, Trevor, Shields, Winton) zijn al eerder genomineerd, Mistry zelfs al tweemaal. Weliswaar is het pas de tweede keer dat geen enkele genomineerde auteur geboren en getogen Engels is, maar eenkennig zijn de (doorgaans Engelse) Booker-juryleden nooit geweest. Bij de laatste twaalf Booker Prize-winnaars zaten maar vier Engelsen; de anderen kwamen uit Canada (twee), Afrika (twee), Australië, India, Ierland en Schotland.

De meest verrassende auteur op de shortlist is ongetwijfeld de in Montréal woonachtige en in Spanje geboren Yann Martel. Life of Pi (Cannongate, euro 19,95) is zijn debuut. Het boek verhaalt over Pi Patel, die opgroeit in India, waar zijn vader een dierentuin bezit. Als Pi zestien is, besluit zijn vader dat het gezin nar Canada zal emigreren. De hele dierentuin wordt ingescheept, maar het schip vergaat en alleen Pi weet samen met een zebra, een orang-oetan, een hyena en een Bengaalse tijger in een reddingboot te ontsnappen. Pi bereikt de Mexicaanse kust en wordt op basis van zijn verhaal door de autoriteiten voor krankzinnig gehouden. Pas wanneer hij van de hyena een psychotische kok maakt, van de zebra een scheepsjongen, enzovoort, wordt hij geloofd. 'Jullie willen een verhaal dat niet verbijstert', verzucht hij, 'dat je niet hoger of verder of anders naar de dingen doet kijken.'

In The Story of Lucy Gault (Viking, euro 22,50) keert William Trevor terug naar het Ierland van 1921. In het kader van de strijd tussen de IRA en Britse troepen worden diverse huizen van protestantse landeigenaren in brand gestoken. Als dat dreigt te gebeuren met het huis van Everard Gault, veteraan uit WO I, schiet deze een van zijn belagers neer. Schuldbewust besluiten hij en zijn vrouw het landgoed te verlaten en over te dragen aan hun personeel. Maar de achtjarige Lucy wil niet weg en loopt weg van huis. Het is het begin van een ijzingwekkend en dramatisch, maar subtiel en ingetogen geschreven verhaal, dat in de loop van de zeventig jaar die het boek bestrijkt mythische proporties verkrijgt.

Sarah Waters' roman Fingersmith (Virago, euro 22,50) doet momenteel enig stof opwaaien omdat er een aantal nogal 'expliciete' scènes in voorkomen, waarin ook nog eens de damesliefde wordt bedreven. Sue Trinder groeit als wees op in een negentiende-eeuwse Londense 'familie' van zakkenrollers en verschoppelingen in de marge van de samenleving, die doet denken aan het gezelschap van Fagin uit Oliver Twist. Sue weet zich op te werken, maar niet à la Oliver. Het verhaal dat Waters vertelt is gecompliceerd, haar vertelwijze ambitieus.

Tim Winton deed er zeven jaar over om een opvolger te schrijver voor The Riders. In Dirt Music (Picador, euro 17,95) beschrijft hij een driehoeksverhouding tussen Georgie Jutland en twee mannen die elkaar al sinds hun schooltijd haten. Ze hebben hun wederzijdse afkeer geërfd van hun vaders, die in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog een conflict kregen. Door het verhaal heen weeft Winton heel krachtig de geuren en kleuren van het Australische landschap, de kust en de zee.

De laatste twee genomineerde boeken werden beide deze zomer in Cicero besproken. Rohinton Mistry's Family Matters (Faber & Faber, euro 17,25) is een veelkleurige klaagzang op het ooit tolerante Bombay. Het beschrijft de spanningen tussen de wensen van het individu en de sociale druk van buitenaf. In Unless (Fourth Estate, euro 30,50) staat Carol Shields, in het verhaal van een redelijk succesrijke schrijfster en haar zoekende dochter, stil bij de vraag wat een groot kunstenaarschap is.

Hoewel de jury zich ten onrechte beroept op het 'vernieuwende' karakter van de selectie, kan niet worden ontkend dat dit een van de sterkere shortlists van de laatste jaren is. Wel ontbreken echte toppers, zoals Peter Carey en vooral Ian McEwan. Als we ervan uitgaan dat toegankelijkheid voor een breed publiek bij deze jury een belangrijk criterium is, dan zullen na een eerste schifting waarschijnlijk Martel (te onconventioneel), Winton (te veel australiana) Shields (te filosofisch) afvallen. Ook de complexiteit van de Bombayse samenleving anno 1970 is waarschijnlijk een brug te ver, zodat de strijd zich zal afspelen tussen Sarah Waters en favoriet William Trevor. Trevors fijnzinnige pen zou een bekroning verdienen. Maar omdat de jury zich van zijn 'vernieuwendste' kant zal willen laten zien, gaat de Booker Prize 2002 aanstaande dinsdag naar Sarah Waters.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden