Gastcolumn

Vliegtuigvoyeurisme

Gastcolumn van Natascha van Weezel

Ook nu weer weet ik tegen wil in dank allerlei dingen over de levens van de mensen die aan boord zaten van de vlucht die dinsdag even na tienen uit Barcelona vertrok.

Familieleden staan bij een monument dat is ingericht ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de vliegramp met vlucht 4U 9525. Foto getty

Afgelopen dinsdag kreeg ik rond het middaguur een pushbericht binnen: 'Germanwings vlucht 4U 9525 is neergestort in de Franse Alpen'. Getver, alweer een vliegtuigcrash, was mijn eerste gedachte. En meteen daarna: dit komt wel erg dichtbij. Alsof het een flashmob betrof pakten vrijwel alle bezoekers van het café, waar ik op dat moment koffie zat te drinken, simultaan met mij hun iPhones. Er werden hoofden geschud en ik hoorde mijn buren ook mompelen dat het nu toch erg dichtbij kwam. De spiegel die me hierdoor werd voorgehouden zorgde ervoor dat ik me afvroeg of dat eigenlijk wel zo was. Geografisch gezien klopte het natuurlijk, maar kenden wij mensen die in het toestel zaten? Voelden wij de emoties van de nabestaanden? Hoezo dichtbij?

Tijdens het afgelopen jaar stortten er zeven passagiersvliegtuigen neer. Ik herinner me nog precies waar ik was op het moment dat de MH370 van de radar verdween. Ik lag ziek op bed en volgde verschillende liveblogs op de voet. Elke twee minuten ververste ik de betreffende websites. Ook de dagen erna zocht ik voorturend naar nieuws over het verdwenen vliegtuig. Het had iets mysterieus en het voelde door de constante stroom aan nieuwsberichten alsof ik er alles mee te maken had, terwijl het in werkelijkheid een ver-van-mijn-bed-show was.

Na de MH17 werd het alleen maar erger. Nu betrof het landgenoten. Wekenlang stonden in elke krant reconstructies van de rampvlucht, werden er in talkshows interviews gehouden met nabestaanden en huilde heel Nederland tijdens de dag van nationale rouw. De reportage die het meeste indruk op me maakte was een fotoserie over de lege kamers van slachtoffers. Ze stonden erbij alsof de bewoners elk moment terug konden keren. Bij de aanblik van een gitaar die nooit meer aangeraakt zou worden moest ik huilen. Ik begreep niet waarom ik me dit zo aantrok. Ik kende geen mensen die betrokken waren bij de ramp, ik kende alleen mensen die iemand kenden die iemand kenden. En toch stonden de verhalen over Joep, Pim en Cor in mijn geheugen gegrift. Ik schaamde me voor mijn vliegtuig voyeurisme en voelde me alsof ik uitgebreid bleef staan kijken hoe een ambulancemedewerker een bebloede fietser op een brancard legde.

Vliegveldritueel

Het is niet vreemd dat een vliegramp zo'n grote indruk maakt. Er komen in één keer veel mensen om, op een manier waarvan je alleen kan bidden dat het jou of je dierbaren niet overkomt. Daarnaast kan iedereen zich inleven in het vliegveldritueel: nadat je gehaast je koffers hebt afgegeven en hebt staan vloeken bij de securitycheck, drink je een kopje koffie en koop je een veel te dure sandwich. Zodra je de muffe geur van de cabine ruikt krijg je een vakantiegevoel, ook als je voor je werk onderweg bent. Vlak voor het opstijgen voel je een vage tintelling in je buik: het zal toch allemaal weg goed gaan? Maar zodra je de wolken om je heen ziet haal je gerust adem en open je een krantje of de folder met belastingvrije artikelen.

Ook nu weer weet ik tegen wil in dank allerlei dingen over de levens van de mensen die aan boord zaten van de vlucht die dinsdag even na tienen uit Barcelona vertrok. De zestien leerlingen van het gymnasium in Haltern die net op uitwisseling waren geweest, de Nederlandse Iris, die twee zomers geleden nog danste in Chersonissos en de operazangers Oleg Bryjak en Maria Radner, die net hadden opgetreden in het Theater del Liceu. Ik wilde geen artikelen over hen lezen, maar deed het toch. Het is alsof je er zelf een beetje bij bent zonder de pijn te hoeven voelen.

Wereldwijde schok

Toen donderdag bekend werd dat de jonge co-piloot 'Flying Andy' Andreas Lubitz het toestel moedwillig liet crashen, zorgde dat logischerwijs voor een wereldwijde schok. Onmiddellijk barstten de speculaties los: het leek erop dat hij zijn leven op de rails had, maar hoe zat dat dan met de onderbreking van zijn studie? Betrof het een burn-out? Een depressie? En was hij echt anderhalf jaar lang opgenomen in een kliniek? Zelf begon ik meteen voor psycholoog te spelen: de foto die overal circuleerde liet een vriendelijke man zien, maar zat er niet iets psychotisch in die blik? Zou hij financiële problemen hebben, ruzie met zijn moeder of liefdesverdriet?

Voor ik er erg in had wist ik meer over Lubitz dan over menig collega. Zo hield hij van bowlen, muziek van David Guetta, hardlopen en woonde hij nog bij zijn ouders -een zakenman en een pianolerares- in Montabaur. Waarom wilde ik dit weten?

Als het echt zo is dat Lubitz psychisch niet in orde was moet dit zeer serieus worden genomen, maar aan de al te persoonlijke details heb je uiteindelijk niets. Want of hij nou meer van de Burger King of van McDonald's hield: de ramp maak je er helaas niet mee ongedaan.

Natascha van Weezel is filmmaker en schrijfster. Eerder dit jaar verscheen haar boek De derde generatie. Deze maand was zij gastcolumnist voor Volkskrant.nl. Dit is haar laatste bijdrage.

Andreas Lubitz. Foto ap
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.