Vlekken op de grond

Hij wordt zelfs bezongen in de 'Dreigroschenoper' van Bertolt Brecht, de oerwet voor elke theatervoorstelling: 'En men ziet die in het licht, die in het donker ziet men niet.' Maar tussen licht en donker zit een scala van mogelijkheden waarmee de onzichtbare hand van de belichter het oog van de...

Een echte lichtontwerpersopleiding is er nog steeds niet in Nederland. Daarvoor moet je naar Duitsland of Amerika. Afgelopen zomer ben ik naar Las Vegas geweest, naar een techniekbeurs voor showlicht. De grootste beurs van de wereld op dat gebied. Las Vegas zelf was al een enorme belevenis. Als je aankomt in het donker en je ziet die stad liggen met al die glinsterende lampjes: een eiland van licht. Al die hotels, alles is uitgelicht. Geweldig, wat een vak.

In 1990 is de opleiding theatertechniek begonnen. Na de havo had ik geen idee wat ik moest kiezen, dus heb ik een beroepskeuzetest gedaan. Van die dame kreeg ik een artikeltje mee over de techniek opleiding. Geen idee hoe ze daarbij kwam; het woord theater was in het hele gesprek niet gevallen, en het woord licht ook niet.

Dat artikeltje sprak me erg aan, maar de opleiding zat nog in een opstartfase en werd een jaar uitgesteld. Toen heb ik eerst een jaar stage gelopen bij het Jeugdtheater Hofplein in Den Haag.

De eerste keer dat ik daar een voorstelling moest bouwen: ik stond daar maar op het toneel en om me heen was iedereen bezig. Ik wist niet waar ik moest beginnen. Toen riep er iemand: ''Geef mij die Fresnel eens aan.'' Geen idee wat dat was. Gaandeweg leerde ik zo de eenvoudigste lampen kennen. Een PC. Een profiel. Een Fresnel.

Alle lampen hebben een representatief symbool in het lichtplan, overeenkomstig de lens van de lamp of de vorm. De lens maakt meestal de naam uit van de lamp. De Fresnel - genoemd naar de Franse fysicus Augustin Fresnel - heeft een geribbelde lens die het licht heel soft maakt. Een grote spreiding. Veel strooilicht.

De eerste twee jaar van de opleiding zijn heel breed opgezet. Computerlessen, brandvoorschriften, EHBO, bedrijfskunde voor theater, theoretische lessen aan de HTS. Hoe loopt nou een stroompje door een apparaat, afschuwelijk. Werktuigbouwkunde, nog erger. En we kregen spelles, gericht op de praktijk van het samenwerken in het theater.

Aan de projectlessen heb ik het meest gehad, die waren tenminste concreet. Dan kregen we de opdracht een voorstelling te maken waarin vier technische onderdelen terug moesten komen: decor, licht, projectie en geluid. Ik deed dat met een jongen van de kleinkunst-afdeling. Cues afspreken. Repeteren. Een ramp. Ik had me in mijn hoofd gezet dat er een leuk eenvoudig voorstellinkje uit moest komen, maar ja, die vier disciplines waren verplicht. Dus enorm moeilijk lopen doen en uiteindelijk stelde het niks voor en was het echt vreselijk. Ik zou dat niet meer terug hoeven zien.

Het voordeel van zo'n opleiding is dat je meteen met mensen uit de beroepspraktijk te maken krijgt. In het eerste jaar al kwamen theaterbelichters ons de basisprincipes van het lichtontwerpen uitleggen. Les 1: belichten met één lamp. Zoek een object en kies een richting van waaruit je dat object wilt belichten. Neem de top, of lage zij, of tegenlicht. Toen heb ik een winkelwagentje gepakt en er een lamp op gezet. Dat was mijn eerste ontwerp.

Later gingen we naar het Witte Theater om met vijf lampen een decorstuk uit te lichten. Dus iedereen nam een plant en ging die met groene filters uitlichten. Dat kan functioneel zijn, maar is ook wel erg voor de hand liggend. Alles kan, niks is verboden; hoe gruwelijker hoe beter soms.

Alles komt aan bod tijdens de opleiding. Hoe gaat de communicatie met de regisseur die in de zaal zit. Hoeveel procent geef je de lampen. De gebaren die je maakt om het licht mee af te stellen. Ja, daar is een gebarentaal voor. Maar in de praktijk blijkt iedereen toch weer wat anders te bedoelen. Soms wijs ik tegelijk met mijn linkerduim naar links en met mijn rechterduim naar rechts om aan te geven dat ik een bepaalde lichtbundel wat groter wil, en dan denkt de technicus dat ik heel tevreden ben en trek in koffie heb.

Ik heb nog een extra jaar aan de opleiding vastgeplakt, omdat ik voor mijn gevoel nog te weinig wist van het lichtontwerpen. Toen heb ik maquettebouw gedaan aan de theatervormgevingsafdeling van de Rietveld, daar leer je op basis van een verhaal een toneelbeeld maken. En op de regie-opleiding nog voorstellingsanalyse: disciplines binnen een voorstelling uit elkaar halen. Daar was ik nooit aan toe gekomen als ik meteen aan het werk was gegaan.

Tijdens mijn studie had ik zo nu en dan een baantje om wat bij te verdienen. Dat had ook wel wat. Was ik rekwisiteur bij de Gijsbrecht. Vijftig koffers, geweren en fakkels op orde houden voor de cast. Daar heb ik ook regisseuse Margrith Vrenegoor ontmoet, voor wie ik nu regelmatig het licht ontwerp bij Courage.

Uiteindelijk ben ik bij een maatschap van lichtontwerpers gaan werken. Ze hadden iemand nodig op kantoor. Computer bijhouden. Intussen ben ik volwaardig lid. Vorig jaar kwamen er twee ontwerpers van dat maatschap kijken bij een jeugdopera die ik had belicht in de Krakeling. Daar had ik acht ACL's, Aircraft Landing Lights, in serie geschakeld. Die lampen hebben een prachtig fel wit licht, als je ze goed gebruikt. Ik wilde allemaal kleine bundels door de ruimte heen. Maar die bundels vielen weg in de rest van het licht. Je zag eigenlijk alleen maar vlekken op de grond. Kreeg ik me toch een kritiek.

Het combineren van lampen, dat is een studie op zichzelf. Daar draait het eigenlijk allemaal om. Een gasontladingslamp die je combineert met een gewone halogeenlamp. Wat is precies het kleurverschil. Dat leer je alleen maar door ze te gebruiken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden