Vlammen tot aan het dak door Nicoline Baartman

'Een nachtmerrie', zegt de een. 'Het feest was fantástisch', weet de ander. Wie erbij was op 3 september 1988 in Amsterdam kan nu zeggen dat hij de geboorte van de house in Nederland meemaakte....

HET WAS IN die dagen dat Oranje kampioen was. Europees voetbalkampioen. De zomer van 1988. In mei was vadertje Drees (101) overleden, evenals Chet Baker. De Muur stond nog overend. Hillel Slovak van Red Hot Chili Peppers bezweek in juni aan een overdosis. In juli traden Whitney Houston, Sting en vele anderen op in het Wembley-stadion voor Mandela's 70th Birthday Tribute. In augustus deed Prince Nederland aan op zijn LoveSexy-tour. En Urban Dance Squad zat nog zonder platencontract.

Toén werd het duidelijk: de geluiden die zich intussen opdrongen uit danskeldertjes en geheime sociëteiten, verkondigden een heuse, nieuwe stroming. In de voorhoede daarvan hield zich ook de Soho Connection op: een clubje Engelsen dat in Amsterdam in de periferie van het uitgaansleven feesten organiseerde.

Het eerste weekend van september waren er drie feesten: op vrijdag in de Mensa aan de Weesperstraat, op zaterdag in een pakhuis aan de Levantkade in het havengebied, en op zondag in de Mazzo. Dj's Graham B, Paul Jay en Johnson van de Soho Connection draaiden naast Danny Rampling van de Londense Shoom Club. Veel Engelsen waren er. Ze hadden een trip geboekt voor 'Trance in AmstErdam' ('2nd-5th sept').

Hanneke Bannink (31, manager legal & business-affairs bij een platenmaatschappij, soms actief als dj Babydoll): 'Het heeft mijn leven beïnvloed, absoluut. Het was voor het eerst dat ik in de frontlinies van een nieuwe stroming zat. Daarom ook was het zo leuk. Het voelt alsof het een beetje van mij is, alsof het mijn ding is.'

Maz Weston (36, van de Soho Connection, ze organiseert nu voor Paradiso de VIP-Club): 'Ik heb er nog wel eens nachtmerries over. Nu lijkt het leuk, maar voor ons was het verschrikkelijk. Als ik akelig droom, is het over iets in dat pakhuis. Dan word ik zwetend wakker.'

Bannink: 'Ik deed rechten, een new wave-meisje op zoek naar iets leuks. In de RoXY waar Eddy de Clercq draaide, had ik al wel eens house gehoord. Of house, het heette toen nog acid. Maar ik kon er niet mee uit de voeten, volslagen abstract was die muziek. Ik danste liever op Prince.

'Ik weet nog dat ik in augustus een artikel in de HP las: ''De terreur van the summer of love''. Mijn nieuwsgierigheid was direct gewekt.'

Weston: 'Met Paul en Graham was ik in 1987 naar Amsterdam gekomen. In Engeland organiseerden we feesten, met rare grooves, funky muziek. Hier had je nog geen club-scene, dat was een groot verschil. De RoXY was net open, je had de Mazzo, Richter, maar er was geen echte scene. Toen we voor het eerst flyers gingen uitdelen, werd er schrikachtig gereageerd: nee, wil ik niet. Alsof we iets wilden verkopen. Dat was voor ons heel raar.

'In april 1988 hadden wij onze vuurdoop gehad, in Londen. Acid heette de nieuwe muziek.'

Bannink: 'Twee ruimtes had je in de Mensa. Boven stonden wat tafeltjes en stoeltjes en beneden had je echt zo'n acidkeldertje. Stikdonker was het. Daar ging het van t-ff, t-ff, t-ff, t-ff, constant die beat. Een beetje strompelend kwam ik binnen, verblind door de stroboscoop. Er stond een handjevol mensen te dansen. Ik vond het weird. Ik stond erbij en ik keek ernaar. Alsof ik in de dierentuin was.'

Weston: 'Het zat bomvol met Engelsen. Er waren er wel driehonderd, terwijl wij er hooguit vijftig hadden verwacht. Je haalde ze er zo uit met hun smiley-T-shirts en korte broeken. Ze vonden het hier heel leuk, de scene in Londen begon net een beetje commercieel te worden.'

Bannink: 'Merkwaardig vond ik het. De volgende ochtend zat ik er nog heel erg over na te denken. Ik dacht: ik ga vanavond weer. Toen heb ik een vriendinnetje gebeld: ga mee, effe wat nieuws doen.'

Arno Adelaars (42, schreef onder meer XTC. Alles over ecstasy, In de Knipscheer, 1996): 'Ik weet het nog precies, want 1 september ben ik jarig, dat was donderdag. Vrijdag was er een Afrikaans concert in de Melkweg. Bij de uitgang kreeg ik een driehoekig papier waar TRANCE op stond, voor een feest in het havengebied. Een flyer - ook dat was nieuw. Met twee goeie vrienden reed ik erheen. We zaten eerst helemaal verkeerd. Kwamen we op een afwerkplek van hoeren terecht. Maar in de verte zagen we vuur, daar zijn we op afgegaan.'

Gert-Jan Voortman (30, begeleidt 'Unity', een project van de Jellinek-kliniek in Amsterdam voor informatieverstrekking over drugs op houseparty's): 'Over acid was ik vrij sceptisch. Ik had een programma bij Radio 100. En Radio 100 organiseerde het feest mee, zodoende wist ik er van. Maar ik moest eerst tot half elf werken. Ik had een bijbaantje als beveiligingsbeambte. Ik heb me omgekleed en ben erheen gefietst.'

Bannink: 'Onderweg werden we ingehaald door de brandweer. Ik zei nog: zul je net zien, gaan wij een keer naar een acidparty, gaat het niet door omdat er brand is.'

Voortman: 'Het zag er heel apart uit, overal waren kleine kampvuurtjes. Maar er was ook een of andere vuurspuwact.'

Adelaars: 'Je had toen zo'n pyrotechnisch kunstenaarsduo dat waanzinnige dingen deed. Een stellage, waaruit om de paar minuten een vlam van een paar meter kwam. Van sommige mensen is hun fiets verbrand.'

Weston: 'Naast de deur stond een container met oud vuil en hout, die was in brand gevlogen. In een mum van tijd kwamen de vlammen tot aan het dak. Grote paniek. Gelukkig was er telefoon, dus we hebben de brandweer gebeld.'

Bannink: 'Wat bleek, er was fikkie gestookt omdat de portiers niemand meer wilden binnenlaten. Op last van de brandweer is de deur opengezet. Daardoor konden we binnenlopen, zonder entree te betalen.'

Weston: 'We hadden totaal geen ervaring met het organiseren van grote feesten. Dat pakhuis was door de mensen van Radio 100 geregeld. Het kostte niks en Radio 100 had geld nodig, dus we zeiden: laten we met het feest wat geld bij elkaar brengen. Door die brand waren heel veel mensen gratis binnen. Tegen een jongen van de kassa hebben we toen gezegd: hou het geld maar zolang bij je. We waren allang blij dat de brand was geblust.'

Adelaars: 'Er was verschrikkelijk harde muziek, veel rook en heel felle lichten. Ik dacht meteen: dit is nieuw, hier gebeurt iets, voor het eerst sinds de punktijd.'

Weston: 'Er was wel een geluidsiemand ingehuurd en een paar lichtjes. En we hadden heel grote dekzeilen opgehangen om de hal op te splitsen, want we hadden drie verschillende geluidssystemen naast elkaar. Maar verder was er niks, geen decor. Het was heel basic.'

Adelaars: 'Het was fantastisch, echt fantastisch.'

Voortman: 'Die Engelsen, zoals die uit hun dak gingen, die hebben de boel op gang gebracht. Ik weet nog dat er zo'n jongen op me afkwam: ''Wil je wat hebben?'' Ik dacht: waar heeft die het over? Ik had geen idee.'

Adelaars: 'Ik was bloedjenuchter, ik had misschien één joint gerookt. Van xtc had ik al wel gehoord, want ik deed drugsonderzoek voor de universiteit van Amsterdam. Maar die avond heb ik geen pilletje gezien.'

Bannink: 'We hebben een biertje genomen en zijn maar wat mee gaan doen. Toen merkten we: als je je eraan overgeeft, wordt het al een stuk leuker. Ik begon ook te snappen wat de dj's deden, dat ze nummers aan elkaar mixten. In de RoXY dacht ik altijd dat ze extreem lange nummers draaiden.'

Adelaars: 'In de meest rechtse zaal stond dj Danny Rampling - op de lift van een truck die achterstevoren door een zijdeur naar binnen stak, dat was zijn dj-stek. Elk kwartier werd die hele ruimte volgespoten met rook. Tegelijkertijd: een stroboscoop non-stop, tegen alle regels in non-stop, de hele nacht door, non-stop. En dan al die kleureffecten, het was soms net alsof de zon onderging.

Voortman: 'De energie die er hing, ongekend was dat. En de sfeer was zo vrolijk. Iedereen was aan het dansen, zelfs ik. Je werd erin opgenomen, of je wilde of niet.'

Adelaars: 'Stel je voor: de boel wordt ondergeplompt met rook. Eerst sta je nog met achthonderd mensen te dansen, dan ben je nog met dertig mensen, met twee mensen, en op het laatst zie je alleen nog maar vaag je eigen handen.'

Bannink: 'Ik voelde me een beetje oenig, wat wisten wij er nou van. Die Engelse dj's deden ontwikkelingswerk, die hebben als missiepaters het acidgeloof verspreid. Het was eigenlijk een soort ontgroeningsweekend.'

Adelaars: 'Ze hadden een vreemde manier van dansen, die Engelsen. Ik schreef in die tijd alles op. Alsof het politici waren die aan het redeneren waren, zo heb ik het beschreven: gevangen in het flitslicht van de stroboscoop. Met de vingertjes omhoog, gebarend.'

Weston: 'Om één uur was het bier op. Paul, Graham en ik waren die ochtend met veertienhonderd gulden naar de Makro gegaan. Met de calculator in de hand hebben we staan uitrekenen hoeveel drank we konden kopen. Niet genoeg dus.'

Adelaars: 'Ik schat dat er tweeduizend mensen waren. En er was geen druppel meer te krijgen. Er was niet eens een kraan in die loods. Dus iedereen had dorst, dórst. En je krijgt al zo'n droge keel van al die rook.'

Weston: 'We zijn in het busje gestapt en naar de Mazzo gereden: misschien dat ze daar wat hadden.'

Adelaars: 'Op een gegeven moment komt er iemand aanlopen met een blikkie in z'n hand. Een bierblikje met water. Hij drinkt en geeft het blikje door. De volgende neemt ook wat en geeft het weer door. Ik krijg ook een slokje en zo verder. Dat blikje is twee keer rond geweest! Iedereen had een heel klein slokje genomen, rekening houdend met de ander. Dat was heel opvallend.'

Weston: 'Met zes flesjes Duvel, wat bier, cola en vieze sapjes kwamen we terug. Het was bijna bijbels, The Feeding of the Five-Thousand. Voor vijf gulden werden die flesjes verkocht. We waren nog steeds geld aan het inzamelen voor Radio 100.'

Voortman: 'Erg laat is het niet geworden. Die eerste feesten gingen ook nog niet zo lang door. En ik moest zondag weer werken. En 's avonds naar de Mazzo.'

Adelaars: 'Ik heb er twee dagen last van gehad. Van keelpijn en vreemde hallucinaties. Toen ik de sleutel in mijn deur stak en over het water van de gracht keek, was het net alsof er een Spielbergachtig verschijnsel opsteeg.'

Weston: 'Om zeven uur stonden wij af te breken met zijn vieren of vijven. Ik was bijna in tranen, helemaal kapot. En de jongen van de kassa was spoorloos. Een nachtmerrie.'

Bannink: 'In de Mazzo ben ik niet meer geweest, ik ben er langsgefietst; de rook kwam onder de deur door.'

Voortman: 'Het was er stervensdruk. Ik weet nog dat die plaat van Fingers Inc. werd gedraaid met I Have a Dream van Martin Luther King. 'Join hands', hoorde je en alle handen gingen de lucht in. Iedereen pakte elkaar vast. Het was overweldigend. Die saamhorigheid. . .'

Weston: 'Maandag kregen we het geld van de kassajongen. Een klam bundeltje papiergeld. Hij had 's nachts ruzie gekregen met zijn vriendin en was in het water geduwd. Tweeduizend gulden was het. Wij hebben elk nog 800 gulden bij moeten leggen. Radio 100 kreeg niks.

'Een week lang zijn we binnengebleven, met een kopje thee op de bank. Toen kwamen de eerste reacties, uit Rotterdam, uit Nijmegen. Of we daar ook een feest wilden organiseren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden