Vlakbijste dichter blijft onder ons

'Kom vanavond met verhalen/hoe de oorlog is verdwenen/ en herhaal ze honderd malen:/alle malen zal ik wenen'- dichter Leo Vroman is op 98-jarige leeftijd in Fort Worth, Texas, overleden.

'Wij zijn aandoenlijk sterfelijke dingen', schreef Leo Vroman in de bundel Nee, nog niet dood (2008). Met grote nieuwsgierigheid heeft Vroman, die zaterdag op 98-jarige leeftijd overleed, naar de dood uitgezien, die hij beschouwde als een ontroerend zorgvuldig proces van recycling. Hoewel de moleculen waaruit de mens bestaat na zijn overlijden nieuwe verbindingen zullen zoeken, is de dichter ervan overtuigd dat ook het oorspronkelijk verband op de een of andere manier niet verloren gaat. Als ik eenmaal helemaal ben gestorven, zegt hij, 'dan laat ik jullie allemaal / graag nog even iets merken, / al was het heel zacht en even maar / een lacherige lucht spiraal'.


Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Hij studeerde biologie in Utrecht, waar hij bevriend raakte met Kees Stip, Albert Alberts en Anton Koolhaas. In 1938 verloofde hij zich met Tineke Sanders (1921). Toen de oorlog uitbrak wist Vroman, die van Joodse afkomst was, te ontkomen naar Engeland. Hij voltooide zijn studie in Batavia. Na de Japanse inval werd hij geïnterneerd, om de rest van de oorlogsjaren in verschillende kampen door te brengen. Op weg naar Nederland belandt Vroman in 1945 in de Verenigde Staten, waar hij besluit te blijven. Wanneer Tineke zich in september 1947 bij hem voegt, hebben zij elkaar ruim zeven jaar niet gezien. Ze zullen voortaan onafscheidelijk blijven. Over die oorlogsperiode verschijnt komende week de monografie Hoe mooi alles van Mirjam van Hengel, die de afgelopen jaren veel op bezoek is geweest bij het echtpaar Vroman in hun verzorgingsflat in Fort Worth, Texas.


Vroman ontwikkelde zich tot gedreven hematoloog, die internationale faam verwierf op het terrein van bloedstollingsprocessen (het zogeheten Vroman-effect). Daarnaast manifesteerde hij zich als dichter, tekenaar, toneelschrijver en prozaïst. Na zijn debuut in 1946 publiceerde hij een gestage stroom gedichten, die tot het eind toe werden gekenmerkt door een speelse springerigheid.


Vroman heeft nooit afscheid willen nemen van het rijm: het dwong hem naar woorden te zoeken die het gedicht voortstuwden in onvermoede richtingen. Het gevolg is een poëzie die zowel traditioneel als experimenteel, zowel vertrouwd en gezellig oogt, als vreemd en surrealistisch. Vromans gedichten wekken zelden de indruk af en volmaakt te zijn. We hebben het gevoel over de schouder van de dichter mee te kijken.


Dat is precies wat Vroman graag wilde, want poëzie was voor hem een middel om intimiteit te bewerkstelligen. In wat waarschijnlijk zijn beroemdste gedicht is geworden, Voor wie dit leest, zegt hij: 'Ik zou wel onder deze bladzij willen zijn / en door de letters heen van dit gedicht / kijken in Uw lezende gezicht'. De lezer moet het gedicht beschouwen als een lang verwachte brief: 'vrees niet de gedachte / dat U door deze woorden werd gekust: / ik heb je zo lief'. Kees Fens noemde Vroman ooit 'de vlakbijste dichter'. De Vroman-regels die het vaakst geciteerd zijn, komen uit zijn gedicht Vrede: 'kom vanavond met verhalen/hoe de oorlog is verdwenen/ en herhaal ze honderd malen:/ alle malen zal ik wenen'.


Hoewel Vroman zich in Amerika volledig thuisvoelde - 'liever heimwee dan Holland' schreef hij, en zijn dochters werden Engelstalig opgevoed - schreef hij zijn gedichten overwegend in zijn moedertaal. Door de fysieke afstand tot de Nederlandse literatuur, maar ook door zijn onafhankelijke karakter, bleef Vroman als dichter altijd een eenling. Zijn volstrekt eigen stijl werd niet beïnvloed door welke literaire mode dan ook. Het verleent zijn poëzie iets tijdloos. Keerzijde daarvan is dat het werk zich ook niet noemenswaardig heeft ontwikkeld. De Vroman van 1960 is dezelfde als die van 2005.


Vanaf de jaren negentig begon Vroman 'psalmen' te schrijven, vrolijke en filosofisch intrigerende lofzangen op een goddelijke instantie die hij 'Systeem' noemde. Het Systeem omvat het fascinerende geheel van alles wat er is, gestructureerd door weliswaar beschrijfbare, maar in hun schoonheid en wonderlijke werking uiteindelijk ondoorgrondelijke natuurwetten: 'Systeem! Lijf dat op niets gelijkt, / Aard van ons hier en nu, / ik voel mij diep door U bereikt / en als daardoor mijn tijd verstrijkt / ben ik nog meer van U.' Zelfs met dit hoogst abstracte mysterie kon de dichter zich een affectieve relatie voorstellen: 'ik heb een troostgedreven hand / om U zacht mee te wrijven', zegt hij, om even later vast te stellen dat de aanraakbaarheid van het Systeem een illusie is: 'geen huid glanst en geen ogen schijnen, / niet in mijn droom, niet in mijn brein en / niet in dit gedicht'.


Vroman is, doordat zijn werk - althans op het eerste gezicht - heel toegankelijk is, maar zeker ook door de humane warmte die eruit spreekt, van meet af aan een veelgelezen dichter geweest. In 1950 ontving hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs, in 1964 de P.C. Hooftprijs en in 1996 de VSB Poëzieprijs.


In 1989 werd hem in tegenwoordigheid van koningin Beatrix in Groningen een eredoctoraat in de letteren toegekend. Nu Vroman in het Systeem is opgegaan, zullen vele lezers het gevoel hebben iemand te hebben verloren die ze goed kenden. Maar hij is nog onder ons, want zijn poëzie fluistert voort:


Als ik niet terugkom, zal je dan,


versjes, de adem niet vergeten


waaronder je bent gemaakt,


zoals het deksel van een pan


de geuren vasthoudt van het eten


dat het niet eens had aangeraakt?


Beneveld Gedicht uit zijn bundel Die vleugels (2013, Querido):

Ik zie haast in mijn laatste jaren


de grens van onze zonsondergang


zonder te bedelen hoe lang


de wolken ons nog zullen sparen.


De avondnevel 's middags vroeg die wouden als een wazig lint


met waar wij samen zichtbaar waren / zo blindelings verbindt is mij al haast genoeg om daar te zijn geweest,


om in een onomkeerbare mist weg te groeien als de geest van een bloemkool of een beest dat zelf is uitgewist.


(2 december 2011)


CV

1915

Geboren in Gouda op 10 april


1932-1940

Studie biologie in Utrecht


1940-1947

Verblijf in Engeland, Nederlands-Indië en een aantal jappen- kampen


1946

Debuut Gedichten 1947 Verhuist naar de Verenigde Staten, trouwt met Tineke Sanders; ze krijgen twee dochters


1957

Uit slaapwandelen 1960 Tineke/De adem van Mars/ Snippers van Leo Vroman


1962

Fabels van Leo Vroman 1964 P.C. Hooftprijs voor gehele oeuvre


1976

Just one more world 1982 Liefde, sterk vergroot 1985 Gedichten 1946-1984 1989 Eredoctoraat in letteren aan universiteit Groningen


1996

VSB Poëzieprijs voor Psalmen en andere gedichten


2001

Aan elkaar (met Tineke Vroman)


2006

Misschien tot morgen (dagboek 2003-2006)


2008

Nee, nog niet dood


2009

Soms is alles eeuwig


2013

Die vleugels


Citaten uit het interview van Arjan Peters met Leo Vroman, in de Volkskrant van 27 april 2001:

'Als iemand buikpijn zou hebben en gauw naar een van mijn bundels zou grijpen, desnoods alleen maar vanwege de druk van het lekkere gewicht,en niet eens van de druk van het lekkere gedicht, dan was ik alweer tevreden.'


'Misschien is dit een reden om te blijven schrijven: ik heb geen andere wettige of sociaal aanvaardbare manier om mijn hoop en liefde uit te drukken.'


'O God ik ben zo gek op iedereen, heb ik geschreven. Maar het is natuurlijk óók waar dat alles - mens, dier, plant of steentje - dat Tineke zou aanvallen, meteen door mij gewurgd, verscheurd of verpoederd zal moeten worden. Waarbij ik dan wel - in mijn fantasie, eerlijk gezegd - geniet van mijn eigen hersens, bijnieren en plotselinge spierballen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden