Vlaanderens ethische bekommernis

IN HET wankele huwelijk tussen Nederland en Vlaanderen heeft Vlaanderen altijd de rol van de vrouw gespeeld. De Vlaamse cultuur zou aardser, emotioneler en uitbundiger zijn, meer in contact staan met het stoffelijke en lichamelijke....

In de jaren vijftig veegde Jan Walravens, als woordvoerder van een nieuwe generatie schrijvers die een einde wilden maken aan de vooroordelen over de Vlaamse literatuur, deze stereotypen van tafel. Volgens hem deden de Vlamingen niet langer onder voor de Nederlanders als het ging om intellectualisme en metafysische twijfel.

Tegelijk wees Walravens op een kenmerk dat hij karakteristiek vond voor de Vlaamse literatuur: de 'ethische bekommernis'. De Vlaamse experimentelen, betoogde hij, ging het niet alleen om woordkunst, maar ook om existentiële en maatschappelijke vraagstukken. 'Ook de avant-garde is een humanisme', stelde hij in Jan Biorix, een bundel herinneringen, politieke bespiegelingen, ontmoetingen en kritieken.

Dit 'notitieboek' uit 1965 is, met een bewonderende inleiding van Jeroen Brouwers, opnieuw uitgegeven. Het maakt deel uit van een serietje van vier Vlaamse klassieken, die bij uitgeverij Atlas het licht zag. Elk deel heeft een voorwoord, van Leen Huet, Benno Barnard of Paul de Wispelaere, maar nergens wordt uitgelegd waarom juist deze vier boeken zijn gekozen. Wanneer je ze echter achter elkaar leest, blijken ze telkens een belangrijke ontwikkeling in de Vlaamse literatuur te representeren.

Wie begint bij het begin, Een revolverschot (1905) van Virginie Loveling, begrijpt meteen waar de vooroordelen over het 'aardse' karakter van de Vlaamse literatuur vandaan komen. In prachtige romans als deze lijkt de Vlaamse klei nog zwaarder dan de Nederlandse. Nergens zijn de notabelen stijver, de priesters corrupter, de mannen driftiger en de vrouwen krankzinniger dan in de Vlaamse literatuur van de vorige eeuw. Natuurlijk kent ook de Nederlandse literatuur genoeg streekromans waarin het boerenbloed kruipt waar het niet gaan kan, maar zo rauw als bij de zuiderburen werd ons naturalisme niet. De negentiende-eeuwse Vlaamse literatuur staat bol van de gruwelijke gevolgen die ras, moment en milieu zouden hebben.

Loveling was een van de subtielere, realistische auteurs. Haar romans zijn ware studies van de machteloze, door instincten gedreven mens. Daarbij liet zij zich niets aan de eisen der welvoeglijkheid gelegen liggen, zodat een Nederlandse redacteur haar schreef, over een van haar boeken waarin een maîtresse ter sprake komt: 'Onze jonge dames weten óf niet wat dat is, óf willen het niet weten, en wanneer, zoals het geval zal zijn, uw roman in de huiselijke kring wordt voorgelezen, zal dat woord een opzien baren, waarover vader of moeder niet al te best te spreken zijn.'

Ook Een revolverschot zal zulke ouders niet hebben kunnen bekoren. Vanaf de eerste pagina hangt er een sensueel geladen dreiging over het verhaal. Niet alleen de mannen, maar ook de vrouwen zijn ten prooi aan driften die onbeheersbaar worden in de benauwende sociale verhoudingen waarin ze opgesloten zitten.

Het decor is, zoals meestal bij Loveling, een dorp in Oost-Vlaanderen, en de helden van het verhaal zijn twee redelijk gefortuneerde, huwbare notarisdochters: de blonde struise Georgine en de tien jaar oudere Marie. Hun achternaam, Santander, wijst op Spaanse voorouders, een exotische afkomst die wel vaker voorkwam in Oost-Vlaanderen. Maar het Spaanse bloed openbaart zich alleen in Marie, wat haar tot een 'lelijke' vrouw maakt: klein en donker.

Niet alleen dit overgeërfde, vurige bloed, maar ook haar gebrekkige opvoeding en sociale beperkingen worden Marie fataal: zij is 'uiterlijk beschaafd (. . .) maar in geen hoger stadium van geestesontwikkeling of zielenstreven dan de dorpsbewoonsters of de boerinnetjes uit haar levenskring'.

Marie's opgekropte frustratie over een uitblijvend huwelijk en de jaloezie op haar potige, jonge zus lopen uit de hand als beiden dezelfde man willen. De onhandigheid en het egoïsme van deze jonge weduwnaar leiden ertoe dat de hartstocht onbeheersbaar wordt, en er doden vallen.

Behalve een psychologisch drama is Een revolverschot ook een dwarsdoorsnede van het dorpsleven: de bijgelovigheid, de roddels, de vooroordelen en de wekelijkse gang naar kerk, markt en herberg. Lokale gebruiken en het bijbehorende dialect komen uitgebreid aan de orde. Er wordt waterzooi gegeten en er worden 'hetekoeken gebakken ter ere van de vlaswieding'. Zorgvuldig tekent Loveling deze wereld.

De Vlaamse ziel treedt al evenzeer aan het licht in Kinderjaren van Norbert Edgar Fonteyne. In de inleiding noemt Benno Barnard het een onhollands boek, en hij verhult niet dat Fonteyne soms ondoordringbaar Nederlands schrijft. Behalve Kinderjaren, een verslag van zijn jeugd tijdens de Eerste Wereldoorlog, schreef Fonteyne alleen onleesbare romans. En wie het doorzettingsvermogen heeft om zich door de zware zinnen van Fonteyne te worstelen, stuit ook nog op een flinke hoeveelheid nationalisme, vermengd met de nodige Blut- und Bodenromantiek.

Onder andere door Fonteyne's anti-semitische uitspraken wordt Kinderjaren volgens Benno Barnard een 'onthutsend historisch document'. Opgegroeid in een sfeer van voortdurende angst, aan de rand van het front in de Eerste Wereldoorlog, typeert Fonteyne zichzelf en zijn generatie als slachtoffers van de Grote Oorlog: 'Geen jeugd is ontgoochelder de wereld in getreden dan wij, met onze vervallen dromen.' In plaats van de hevig verlangende zuiverheid en schoonheid was er de gigantische slachtpartij waar Fonteyne getuige van was: 'Wij stonden pril ontvankelijk te midden van de gek geworden wereld.'

Die vroege confrontatie met geweld maakt dat zijn 'geslachtofferde generatie' cynisch en verbitterd raakte, en extreem nationalistisch. De jongeren gingen op zoek naar een 'tegenpool' voor de gehate omgeving: 'De eerste maal wellicht dat men in dit land half volwassen knapen spontaan zag toetreden tot extremistische stelsels.' Fonteyne beziet zijn tijd scherp en weet dat hij zich bevindt in een overgangsperiode. Hij prijst zich gelukkig, omdat hij nog net contact had met een oude wereld: 'Wij zitten schrijlings over de reusachtigste breuk uit een duizendjarige traditie.' Onze kinderen daarentegen, verzucht hij, zullen niets anders hebben dan een 'arme en vervlakte wereld'. Fonteyne stierf in 1938.

Als een instemmend antwoord op Fonteyne's voorspelling volgt in deze reeks De vadsige koningen van Hugo Raes uit 1961. Hoewel de generatie van Raes evengoed in de oorlog opgroeide, was de reactie van deze auteurs heel anders dan die van de nationalisten voor hen. Terecht is het boek vergeleken met De avonden van Reve; het maakte bij verschijnen dezelfde indruk. Bovendien is Raes' hoofdpersoon Herman net zo vertwijfeld als Reve's Frits en net zo naoorlogs doordrongen van de zinloosheid van het bestaan.

Een zomernacht lang volgen we Hermans gedachtesprongen: een 'woekering van het bewustzijn' noemt inleider Paul de Wispelaere het. Herman is, net als iedereen die hem omringt, opgesloten in een absurd en eenzaam universum waaruit geen ontsnappen mogelijk is. 'Wat is geweten van een mens', vraagt hij zich af, om steeds weer te moeten concluderen dat niemand een ander werkelijk kan kennen. 'De mens is het meest eenzame beest. Gegeven zijnde de geest, de hersens, volgen daaruit de onvermijdelijke verveling en de hopeloosheid.' Bij voorkeur verliest Herman zich in morbide fantasieën over moordpartijen, ziekten en ongelukken.

Plotse opwellingen van energie of levenslust uiten zich in cafébezoek waarvoor eigenlijk geen geld is, of in met auto's scheuren langs de kust. Uiteraard biedt ook dat geen bevrediging, al bevrijdt het tijdelijk van het verstikkende gezin. Aan de andere kant is het juist de liefde voor vrouw en kinderen die soms een glimp van hoop en warmte kan geven. Wat bitter stemt is dat ook de kinderen zullen leven in een hypocriete, onrechtvaardige en oorlogszuchtige wereld. De helden van deze generatie zijn niet alleen vadsige koningen, maar ook 'neurotische keizers', heersend over een droefgeestig rijk.

Raes' prachtroman is precies wat Walravens voor ogen had met de moderne Vlaamse literatuur. Aardse lichamelijkheid heeft plaatsgemaakt voor intellectuele vertwijfeling, met als typisch Vlaamse toevoeging een flinke dosis 'ethische bekommernis'.

Yra van Dijk

Jan Walravens: Jan Biorix.

ISBN 90 254 2267 5.

Virginie Loveling: Het revolverschot.

ISBN 90 254 2327 2.

Norbert Edgard Fonteyne: Kinderjaren.

ISBN 90 254 2277 2.

Hugo Raes: De vadsige koningen.

ISBN 90 254 2357 4.

Atlas; * 29,90 per deel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden