Vlaamse vrouwen over hun huwelijk

DE VLAAMSE historisch-pedagoge Carine Steverlynck heeft bestudeerd welke verschuivingen zich op het gebied van liefde, seksualiteit, voortplanting en huwelijk in Vlaanderen hebben voorgedaan sinds 1900 - en die blijken aanzienlijk....

Vooral dat moederschap was geen geringe opgave, en daar waren de voorlichters zich ook terdege van bewust: 'Elke moeder kan niet zijn zoals Maria, niet iedere moederroeping is zo groot en zo zwaar, maar in elk moet iets steken van Maria, iets van de echte, heilige moeder', zoals K. Cruysbergs het in 1946 formuleerde.

Trouwen uit liefde werd in de twintigste eeuw steeds meer de standaard, overigens meestal met iemand uit de buurt. In de jaren twintig was die buurt nog maar heel klein. Zo vertelt Marie-Hubert dat haar ouders een goedlopend café hadden, waar ze 'iedere week een ander lief kon hebben, ik had in feite keuze genoeg'. Maar toen een jongeman elke week twintig kilometer heen en weer fietste om haar te zien, is ze met hem getrouwd, al moest haar vader van die vreemde gast eerst niets hebben.

Fietsen, bromfietsen en later de auto vergrootten de mogelijkheden. Vooral de auto maakte seks voor het huwelijk mogelijk - Martha, geboren in 1949, maakte veel uitstapjes in de Renault 4 met haar aanstaande, gewoonlijk eindigend met wat ze omschreef als 'een romantisch naspel. Gelukkig dat de achterbank van dat wagentje niet kan spreken'. En al was het niet zoals het hoorde, veel bruiden waren zwanger op de dag van hun huwelijk.

Opmerkelijk genoeg nam het aantal gedwongen huwelijken in Vlaanderen in de loop van de eeuw steeds meer af, om pas in de jaren zeventig weer te stijgen. Onduidelijk is of dat aan een toenemende verpreutsing te wijten was, of juist aan een grotere kennis van anticonceptie.

Voorlichting over seksualiteit bleef heel lang een klemmend vraagstuk: maakte je kinderen niet te vroeg attent op een geheim waar ze nog niet aan toe waren? In vaak duistere termen werd zelfbevrediging ten strengste afgekeurd. Pas in de loop van de jaren zestig kon in Vlaanderen wat openlijker over seksualiteit worden gesproken - niet meer alleen in termen van wilsvorming en karaktersterkte. Ouders vonden het overigens vaak eenvoudiger om maar helemaal niets te zeggen. Hun kinderen mochten alleen met een vriendje of vriendinnetje op stap als er iemand meeging als chaperonne. Maria, geboren in 1911, wilde dolgraag met haar vriend zoenen. De enige plek waar ze haar oplettende zuster kwijt kon raken, was op een hoge toren - haar zuster had hoogtevrees en durfde niet mee. Daar kon ze 'buiten adem van een echte kus proeven'.

Veel jonggehuwden hadden geen idee van wat hun in het huwelijk te wachten stond, en veel voorlichters zagen het somber in. Mocht men eenmaal van de verboden vrucht van de seksualiteit genieten, dan, zo waarschuwde pater Baziel, in elk geval met maat, 'want daar is een voldaanheid die spoedig leiden kan tot verschrikkelijk ontnuchterende oververzadiging'.

De verhalen die Steverlynck over het huwelijk van haar informantes optekende, zijn nogal uiteenlopend. Marie-Christine (geboren in 1910) vertelde haar: 'Ik heb in heel mijn huwelijksleven nooit ervaren dat mijn man eens een dag geen goesting had.' Bij Marie-Madeleine (1939) was het omgekeerde het geval, die had best wel meer willen vrijen, maar haar man was impotent. Hij was nog van de generatie die daarvoor geen hulp zocht.

Medarda, geboren tijdens de Tweede Wereldoorlog, maakte mee hoe bevrijdend de mogelijkheden waren van de pil. Voor het eerst konden vrouwen hun vruchtbaarheid zelf regelen en hoefden ze niet langer bang te zijn voor ongewenste zwangerschappen. 'Ik weet zeker dat veel mannen en vrouwen van onze generatie heel wat moois in het huwelijksleven hebben gemist door steeds in het achterhoofd te hebben: als ik dit jaar eens niet zwanger word.'

Anticonceptiva waren heel lang een steen des aanstoots geweest voor de katholieke zedenprekers; Marcella, geboren na de Eerste Wereldoorlog, had zich van donderpreken en volksmissie door paters redemptoristen niet al te veel aangetrokken. 'Ik heb het na een tijdje opgegeven om bij onze dorpspastoor te rade te gaan. Had ik zijn advies opgevolgd, dan hadden wij misschien achttien kinderen gehad. Op den duur ga je beseffen dat je je eigen geweten moet volgen.' Maar niet iedereen ging zo vrijmoedig met de opgelegde moraal om.

De Bond der Kroostrijke Gezinnen uit 1920, opvolger van de de vooroorlogse Bond tegen de Voorbedachte Onvruchtbaarheid, voerde krachtig propaganda, maar liet het daar niet bij zitten. Allerlei voordelen wist de bond voor elkaar te krijgen: studiefondsen, kortingen op spoorwegtarieven, vermindering van inkomstenbelasting, kinderbijslag voor ambtenaren en loontrekkenden, en meer van dergelijke maatregelen uit de jaren twintig moesten het niet alleen aantrekkelijk maar ook mogelijk maken dat echtparen aan hun huwelijksplicht voldeden. Maar tegen de pil was ook de bond niet langer opgewassen. En met die mogelijkheid tot beheersing van de vruchtbaarheid is de betekenis van zwangerschap en het krijgen van kinderen radicaal gewijzigd.

'Zwanger zijn was in onze tijd niets abnormaals. Elke getrouwde vrouw was regelmatig zwanger. Het leven ging gewoon verder. Je werd niet ontzien, alleen misschien helemaal op het einde', vertelde een vrouw die haar kinderen tijdens het interbellum kreeg. Thuis bevallen was regel, maar steeds vaker gingen vrouwen ertoe over om in een ziekenhuis de geboorte af te wachten. Zeker toen na 1945 de verzekeringen de kosten daarvan gingen dekken, raakte het thuis bevallen in onbruik. Al even ouderwets werd borstvoeding - de fles werd favoriet. Opmerkelijk is ook dat baby's steeds korter worden gezoogd. Was dat in het begin van de negentiende eeuw nog gemiddeld achttien maanden, nu is die periode veel korter geworden, en krijgen kleine kinderen veel eerder bijvoeding - meestal uit een potje.

Carine Steverlynck laat zien dat Vlaanderen veel op Nederland lijkt - en dat het daar toch vaak net even anders is dan in Nederland. Mag de titel van het boek een beetje oubollig zijn, de inhoud is dat zeker niet. Met vaste hand wordt het materiaal in bedwang gehouden. En dat materiaal is heel mooi; zestig interviews met Vlaamse vrouwen heeft Steverlynck gemaakt, en met treffende citaten uit hun verhalen wordt steeds een dimensie toegevoegd aan de informatie die Steverlynck geeft op basis van haar uitvoerige literatuur- en bronnenstudie. De geleefde werkelijkheid staat zo in dit boek voorop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden