Vlaamse land raakt volgebouwd, dat kan niet langer

Een vrijstaande villa met een grote tuin, ruimte voor kippen, een konijnenhok, een paardenstal, dat wil elk Vlaams gezin. Het agrarisch landschap verdwijnt sneller dan waar ook in Europa. 'Er dreigt een ecologische ramp.'

HEULE - 'Ongelofelijk dat dit in het jaar 2012 nog altijd wordt neergezet', zegt Matti Vandemaele (30). De jonge politicus staat in een nieuwbouwwijk in zijn West-Vlaamse dorp Heule en wijst om zich heen. Voor hem staat een klassieke villa in grijze baksteen, ernaast enkele hypermoderne kubushuizen en daarachter een rij rustieke pastoriewoningen.

Welkom in de 'verkaveling', die typisch Vlaamse woonwijk, vol vrijstaande woningen in botsende bouwstijlen. Met zijn individuele tuinen en garages, meestal voor twee auto's, is de nieuwbouwwijk ( 'verkaveling' in het Vlaams) de favoriete woonplek onder Vlamingen. Al liggen de woonparken anno 2012 behoorlijk onder vuur.

De Vlaamse woonwijken vreten immers ruimte in een landelijke omgeving. Er moeten nieuwe wegen, riolering en elektriciteitsleidingen voor worden aangelegd. Door het verharden van de ondergrond neemt het overstromingsgevaar toe. Met een verwachte bevolkingsgroei met 1 miljoen tegen 2050 dreigt Vlaanderen helemaal te worden volgebouwd.

Minister slaat alarm

De Vlaamse minister van Ruimtelijke Ordening Philippe Muyters sloeg in oktober alarm: 'Vlaanderen heeft te weinig open ruimte om iedereen een vrijstaande villa te laten bouwen met een grote tuin, plaats voor wat kippen, een konijnenhok, een paardenstal en als het even kan ook een weids uitzicht over uitgestrekte velden.'

Tegen 2014 wil Muyters de afgelegen woongebieden duurder maken, maar dat voornemen stuit in Vlaanderen op grote weerstand. Een oppositielid vergeleek Muyters' plannen zelfs met de urbanisatieprojecten van de Roemeense dictator Ceausescu. Het einde van de Vlaamse woonwijk is dus nog lang niet in zicht.

'In Heule zijn er de laatste vier jaar vijftien verkavelingen bijgekomen', zegt Vandemaele, sinds jaar en dag actief voor de ecologische partij Groen. Heule, een deelgemeente van de provinciestad Kortrijk, is daarmee in korte tijd opgeklommen van 10.500 inwoners naar 11.800 inwoners.

Vandemaele geeft een rondleiding door Heule, zo dichtbebouwd dat de grens tussen dorp en stad niet langer zichtbaar is. Op drie locaties zijn bouwmedewerkers lappen landbouwgrond aan het opdelen in straten en percelen. Alsof men hier nog nooit van de economische crisis heeft gehoord.

'Hier was vroeger een maïsveld', zegt Vandemaele. 'En daar lag een kasseiweg langs een rij bomen. Ik heb er als kind duizenden keren over gefietst. Misschien klink ik als een oude vent, maar het is jammer dat die publieke ruimte verdwijnt. Nu stellen de regels dat 8 procent van een woonwijk groen moet zijn. Veel te weinig voor een wijk met honderden kinderen.'

Niet dat hij de individuele wijkbewoners veroordeelt. Sterker nog, hij woont zelf in zo'n wijk. 'Wij wilden wel een huis in de stad, maar met ons budget kun je daar alleen een arbeidershuisje met een piepkleine tuin kopen. Dus zijn we rond Kortrijk gaan wonen, net als zowat al onze vrienden. Je wilt je kinderen toch geen tuin ontzeggen.'

Het gevolg van die individuele woondroom is een maatschappelijke nachtmerrie. Terwijl in Nederland 14 procent van de oppervlakte uit bebouwing bestaat, is dat in Vlaanderen 26 procent. Elke dag worden er nog eens ter grootte van vijftien voetbalvelden bebouwd of verhard.

'Als we zo doorgaan, krijgen we een ecologische ramp', zegt Michael Ryckewaert, architect en stedebouwkundige aan de Universiteit van Leuven. 'Mensen gaan steeds verder van de stad wonen, om toch maar een huis met eigen tuin en garage te hebben. Zelfs de Kempen zijn helemaal aan het verstedelijken. Het uur of anderhalf uur pendelen nemen ze op de koop toe.'

De oplossing is volgens Ryckewaert duidelijk, maar wel complex. Ze is te vinden in een aantal slimme vernieuwingen op vlak van ruimtelijke ordening - zoals renovatie- en verdichtingsprojecten - en een groenere mobiliteit, zoals rekeningrijden en beter openbaar vervoer.

Renoveren kan ook

'Op zich zou je de toekomstige bevolking van Vlaanderen volledig binnen de bestaande bebouwing kunnen onderbrengen', zegt Ryckewaert. Bijvoorbeeld door verouderde stadswijken of industriële panden te renoveren, en daar gezinswoningen te creëren. En door eerst braakliggende percelen in oude woonwijken te bebouwen, vooraleer nieuwe wijken worden aangelegd.

Ook zijn er campagnes nodig om de honkvaste Vlamingen aan te zetten te verhuizen. In de oudere woonwijken wonen vooral senioren, die verloren rondlopen in hun veel te grote huizen met hun grote tuinen, ooit bedoeld voor de kinderen. Ryckewaert: 'Je zou die grote tuinen ook kunnen afsplitsen om er studio's voor senioren te bouwen.'

Voorlopig blijven die vernieuwingen vooral theorie. In het West-Vlaamse Heule probeert Matti Vandemaele op lokaal niveau het tij te keren. Hij roept op eerst het nabijgelegen stadscentrum van Kortrijk aantrekkelijker te maken voor gezinnen en daarna pas zo nodig nieuwe woonwijken aan te leggen.

'Er zijn in Kortrijk enkele veelbelovende projecten aan de gang', zegt hij. 'Maar het gaat heel langzaam, en in Heule blijft men ondertussen maar bouwen. Het gemeentebestuur zou moeten zeggen: om de leefbaarheid van het stadscentrum te vergroten, zetten we de bouw van verkavelingen voorlopig stil.'

Waarom woont de Vlaming zo groot?

Het zijn cijfers om jaloers van te worden: een huis in België is gemiddeld 175 vierkante meter groot, terwijl een Nederlandse woning gemiddeld 135 vierkante meter telt. Bovendien woont 40 procent van de Vlamingen in een vrijstaande woning, tegenover 18 procent van de Nederlanders.

Volgens internationale normen woont de helft van de Vlamingen zelfs té groot. Dat komt door de vele senioren die hun grote gezinswoning niet verlaten.

Waarom woont de Vlaming zo groot? Simpel, omdat het kan. Grote delen van Vlaanderen zijn aangeduid als woongebied, waardoor de Vlaming het voor het uitkiezen heeft.

'De bouwgrond wordt wel schaarser, maar op zich is er nog voldoende woongebied om ieder gezin tot 2050 een vrijstaande woning op een perceel van 7 are te geven', aldus Michael Ryckewaert van de Katholieke Universiteit Leuven.

De ruimhartige bestemming van woongebieden begon in de jaren zestig. Het vooruitgangsgeloof was onbegrensd en men zag het allemaal groots. Bovendien stimuleerden de katholieke regeringen de burgers om hun eigen stekje te kopen op het onbedorven platteland. In de stad zou hun geest maar bezoedeld worden door de ideeën van de socialisten.

In de jaren vijftig en zestig kregen de Belgen premies om hun eigen woning te bouwen. Die woning was dan wel aan oppervlaktenormen gebonden, maar de zolder en garage vielen daar niet onder. Dus bouwde de sluwe Vlaming een extra grote zolder of garage, die later in slaapkamers kon worden opgesplitst.

'Die fameuze baksteen in onze maag is er niet automatisch gekomen', zegt Ryckewaert. 'Hij is er door de overheid ingeduwd.'

Nu hebben het vooruitgangsgeloof en de katholieke angst voor de stad plaatsgemaakt voor zorgen over de publieke ruimte, maar de overheid kan de vroegere indeling in woongebieden niet zomaar terugdraaien.

Daarvoor zou de regering de grondeigenaren financieel moeten vergoeden. Dat zou in de miljarden euro's lopen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden