Vlaams of Waals? Brussels!

De Zinneke Parade is symbool voor Brussel: meertalig en veelkleurig. Dat Brusselaars nog strikt moeten kiezen tussen Frans en Nederlands onderwijs begint te wringen.

BRUSSEL - In het Nederlands zingen? De kinderen van het Brusselse buurthuis La Goutte d'Huile - de Oliedruppel - kijken ongemakkelijk. Daarnet zijn ze al van hun Franstalige vriendjes gescheiden en samengebracht met wildvreemde kinderen van een Nederlandstalige school. Nu moeten ze ook nog eens in een andere taal zingen. Daar doe je de gemiddelde 12-jarige dus geen plezier mee.

Over twee maanden zullen ze samen staan dansen, zingen en springen voor meer dan 80 duizend toeschouwers. Dan zullen ze vergeten zijn dat ze niet allemaal dezelfde taal spreken. Zo gaat het altijd bij de Zinneke Parade, een tweejaarlijkse optocht waaraan duizenden Brusselaars deelnemen. Een optocht die symbool staat voor het Brussel van nu: meertalig, veelkleurig en open voor iedereen.

Vandaag zijn de kinderen nog onwennig. Ze zijn voor de tweede keer samen, om liedjes en dansjes te maken, een groepsnaam te verzinnen en kostuums te maken. Tijdens de workshops houden ze afstand: de Nederlandstaligen zitten links, de Franstaligen rechts. De Nederlandstaligen met namen als Oumi, Wicresse en Rania, de Franstaligen met Oumnia, Maher en Zweb.

Pardon? Oumi een Nederlandstalige, en Oumnia een Franstalige? Hoe kan dat nou?

Dat kan door de bijzondere positie van Brussel, scharnierpunt in het uiteenrafelende België. In 1989 werd de hoofdstad een gewest, net als Vlaanderen en Wallonië, met een eigen regering en eigen bevoegdheden. Sommige sectoren - cultuur, onderwijs en welzijn - bleven in Vlaamse en Franstalige handen. Een staaltje compromiskunde voor gevorderden, zoals alleen Belgen dat kunnen.

Zo kan het dat de Brusselaars, van wie meer dan de helft geen Belgische voorouders heeft, moeten kiezen tussen een Nederlandstalig en een Franstalig circuit. De ouders van Oumi kozen voor het Nederlandstalige onderwijs in Brussel, de ouders van Oumnia voor het Franstalig onderwijs, ook al zijn ze allebei van Afrikaanse afkomst.

'In Brussel moet je in een aantal sectoren kleur bekennen', zegt Myriam Stoffen, directeur van de Zinneke Parade. 'Bijvoorbeeld als je voor je kinderen een school kiest, maar voor mensen die niet van Belgische origine zijn of meertalig zijn, heeft die keuze vaak geen enkele grond in hun referentiekader. De indeling in Nederlandstalige en Franstalige scholen staat helemaal haaks op de realiteit.'

De Zinneke Parade wil de verschillende groepen in Brussel bijeenbrengen. Een soort carnavalsstoet is het, maar dan zonder praalwagens en hoempamuziek. Een knotsgekke optocht, met auto's gebouwd van kartonnen dozen, met muzikanten die zeeschelp spelen en met kostuums van gerecyclede vinylplaten. Een Willy Wonka-fabriek op straatniveau.

Meer nog dan de optocht is de Zinneke Parade een sociaal experiment. Het hele creatieproces - van het bedenken van een thema tot het schrijven van de liedjesteksten of het naaien van de kostuums - is in handen van Brusselse organisaties: scholen, jeugdhuizen, culturele centra en buurthuizen, tot zelfs opvangcentra voor psychiatrische patiënten en verpleeghuizen.

'Het gros van die organisaties valt onder een Franstalige of een Nederlandstalige overheid', legt Stoffen uit. 'Dat zijn perfect gescheiden circuits. Soms zit een Nederlandstalig cultureel centrum op vijftien passen van een Franstalig centre culturel, maar doen die twee instellingen helemaal niets met elkaar. Vanuit de politiek wordt dat absoluut niet gevraagd of gestimuleerd, soms integendeel.'

Neem het buurthuis van Oumnia en de basisschool van Oumi: die zijn voor de Zinneke Parade gekoppeld aan een sportschool, een groep hiphopdansers en nog een ander schooltje. Al die organisaties zitten op nauwelijks twee straten van mekaar, maar hebben nog nooit eerder samengewerkt. De Nederlandstalige en Franstalige kinderen leven in gescheiden werelden.

Die opdeling contrasteert sterk met de realiteit in Brussel, dat steeds minder een optelsom is van Vlamingen en Franstaligen en steeds meer de hele wereld in het klein. De afgelopen decennia is de bevolking van Brussel radicaal veranderd. Autochtone Vlamingen en Franstaligen zijn in groten getale weggetrokken, in hun plaats kwamen tienduizenden eurocraten en niet-westerse allochtonen.

Die extreme diversiteit wordt vaak als de grote charme van Brussel gezien. De Brusselaars zijn trots op hun mengelmoes van talen, hun rijkdom aan culturen, hun kosmopolitisme en hun openheid. 'Die diversiteit, dat houdt je scherp', zegt Stoffen. 'Dat houdt je geconfronteerd met wat de wereld is. Ik denk dat dat heel gezond is.'

De verschillen in afkomst en vooral in welvaart veroorzaken ook spanningen en problemen. 'Met zo'n superdiverse bevolking is het niet makkelijk om één gemeenschap te worden', zegt Philippe Van Parijs, hoogleraar filosofie en Brusselexpert. 'Het wordt nog moeilijker als je die mensen laat kiezen tussen twee gemeenschappen waar ze helemaal niets mee te maken hebben.'

Steeds meer Brusselaars vragen zich af of de indeling in Nederlandstalige en Franstalige circuits nog wel zin heeft en of Brussel niet beter zijn eigen zaakjes kan regelen, in een volwaardig gewest. Met meertalige scholen, waar ook ruimte is voor Engels of Arabisch. En met jeugdwerkers die niet om taal geven, maar zich concentreren op sociale problemen. Met oog voor de werkelijke diversiteit.

Uit bevolkingsonderzoek blijkt dat de Brusselaars zich steeds minder Belgisch, Vlaams of Franstalig voelen, maar zich in de eerste plaats identificeren met Brussel zelf. Ze zijn er trots op een 'Zinneke' te zijn, het Brusselse woord voor 'straathond': mensen met een mix aan invloeden en achtergronden, mensen die niet terugschrikken voor een andere huidskleur of taal.

Ook politici staan steeds meer open voor het idee van een volwaardig Brussels gewest, evenwaardig aan Vlaanderen en Wallonië. Toch blijft het een controversieel idee, met even sterke voorstanders als tegenstanders. Een autonoom Brussel, onafhankelijk van zijn Vlaamse en Franstalige schoonmoeders, dat zet de Belgische machtsverhoudingen op zijn kop.

'Toch moet er iets gebeuren', zegt Myriam Stoffen. 'In de cultuursector proberen we al jaren over de taalgrenzen heen te werken, maar nu lopen we tegen onze grenzen aan. Door het complexe en onaangepaste beleidskader is het buitengewoon vermoeiend om samenwerkingsverbanden aan te gaan. Je moet dat als organisatie volledig zelf dragen en dat is veel te zwaar.'

Dat merkt ze zelf aan den lijve. De Zinneke Parade mag dan hét symbool zijn van een Brussel zonder onderverdelingen, officieel bestaat de organisatie uit twee verenigingen: een Vlaamse vereniging zonder winstoogmerk (vzw) en een Franstalige association sans but lucratif (asbl). Dat is in Brussel de enige manier om door beide gemeenschappen - Vlaams en Franstalig - structureel te worden erkend.

Stoffen heeft het er niet alleen principieel lastig mee, ook administratief veroorzaakt die tweedeling moeilijkheden. 'De boekhouding is elk jaar een vreselijke puzzel. Telkens als je bij wijze van spreken een schaar koopt, moet je beslissen aan welke vereniging je die toekent. Het is een schizofrene situatie.'

Voor Stoffen moet het Brusselse gewest absoluut versterkt worden, dat is evident. Tegelijk wil ze de band met Vlaanderen en Wallonië niet doorknippen. 'Ik denk dat we moeten experimenteren met nieuwe bestuursvormen', zegt ze. 'De traditionele manieren om een samenleving te organiseren, zijn aan het wegvallen. Overal ter wereld zoeken mensen naar nieuwe verbindende projecten.'

Waal of Franstalige?

In Brussel worden de termen Nederlandstalige en Vlaming vaak door elkaar gebruikt. De weinige Brusselaars met Nederlands als (enige) moedertaal hebben immers vaak een sterke band met Vlaanderen. Op Nederlandstalige scholen zitten ook veel leerlingen van niet-westerse afkomst, die het Nederlands niet als moedertaal hebben. Zij worden doorgaans geen Vlaming of Nederlandstalige genoemd, omdat hun leefwereld veel diverser is.

De termen Waal en Franstalige kun je in Brussel niet door elkaar gebruiken. Een Waal woont in Wallonië of is er op zijn minst geboren. Een autochtone Brusselaar wiens eerste taal Frans is, dat is geen Waal maar een Franstalige. De numeriek veel sterkere Franstalige Brusselaars voelen zich niet zo verbonden met Wallonië als de Nederlandstalige Brusselaars met Vlaanderen.

Volwaardig Brussels gewest omstreden

Een Brussels gewest, gelijkwaardig aan Vlaanderen en Wallonië: dat scenario zien steeds meer politieke partijen in België zitten. De Vlaams-nationalistische partij N-VA hoort daar duidelijk niet bij: die wil het tegenovergestelde. De partij maakte zijn plannen voor Brussel onlangs bekend: de hoofdstad mag zijn huidige bevoegdheden houden, maar de personenbelasting en de sociale zekerheid worden Vlaamse en Franstalige bevoegdheden. Elke Brusselaar moet kiezen of hij tot de Vlaamse of de Franstalige gemeenschap behoort.

Veel Brusselse opiniemakers reageerden furieus. Ze vonden de 'etnische opdeling' van de Brusselaars principieel onaanvaardbaar, en in strijd met de Brusselse multiculturele identiteit. Ook praktisch zagen ze bezwaren. Wat moeten taalgemengde gezinnen kiezen? En zou er geen race to the bottom ontstaan, waarbij armen voor het sociale zekerheidssysteem met de meeste voordelen kiezen en rijken voor het systeem waar ze het minst moeten betalen?

Ook de andere Vlaamse partijen zijn overigens koele minnaars van een volwaardig Brussels gewest. De Vlamingen vrezen dat het Nederlands helemaal uit Brussel zal verdwijnen als Vlaanderen er minder te zeggen heeft. Bovendien zou het machtsevenwicht in België verschuiven. In een federale staat met twee entiteiten zijn Franstaligen en Vlamingen aan elkaar gewaagd. In een federalisme met drie zouden de Franstaligen - dominant in Brussel én in Wallonië - de overhand kunnen krijgen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden