Vlaams nationalisme vol ranzige geurtjes

Het gezicht van de Vlaamse beweging is vrijwel altijd bepaald door rechts-radicalen. Met de Volksunie in crisis dreigt het gevaar dat extreem-rechts definitief toeslaat....

Van onze correspondent Rob Gollin

Het Vlaams nationalisme slaagt er maar niet in zich te ontdoen van ranzige geurtjes. Zelfs Johan Sauwens, Vlaams minister voor de nationalistische, maar keurig democratische en zichzelf als links liberaal afficherende partij de Volksunie, bevond zich afgelopen zaterdag te Antwerpen te midden van voormalige oostfrontstrijders en neo-nazi's. Het Vlaams Legioen - het lied van de Vlaamse SS'ers weerklonk - en leden van de Vlaamse Militanten Orde paradeerden met vaandels met runetekens.

Zijn aanwezigheid kostte Sauwens ondanks herhaalde spijtbetuigingen de kop, maar de Franstalige partijen sneerden in koor dat Vlaanderen de lessen uit het verleden over het gevaar van extreem-rechts kennelijk nog steeds niet goed begrepen heeft.

Het incident is pijnlijk voor België, vanaf juli voorzitter van de Europese Unie. Het land was onder aanvoering van de Franstalige minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel de motor achter het politieke isolement van Oostenrijk, toen de extreem-rechtse Jörg Haider daar ging deelnemen aan de regering.

Het gezicht van de Vlaamse beweging is in vrijwel haar hele geschiedenis bepaald door rechts-radicalen. Dat imago is niet helemaal terecht, blijkt uit de woorden van historicus Louis Vos, hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven en kenner van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Ook de huidige aanhang verdient volgens hem dat stempel niet. Er zijn wel degelijk democratisch gezinde vertegenwoordigers.

Prof. Vos: 'Je moet je afvragen wie de beweging nu vormt.' Hij onderscheidt uiteenlopende stromingen. De eerste heeft min of meer vrede met de huidige federatie, waarin Vlaanderen een deelstaat met een eigen regering vormt. Een tweede stroming wil meer autonomie, maar ze is niet anti-Belgisch of anti-democratisch.

Meer naar rechts staan degenen die streven naar een volledig onafhankelijk Vlaanderen. Nog verder is het rechts-radicale Vlaams nationalisme te vinden. Politiek manifesteert zich daar het Vlaams Blok. Dat beschouwt het verdwijnen van België als een eerste stap naar een nieuwe orde die het 'eigen volk eerst' tot credo verheft.

Dat oud-strijders aan het oostfront, verenigd in de vereniging het Sint Maartensfonds dat zaterdag het gouden jubileum vierde, hun heil zochten bij het Vlaams nationalisme, was verklaarbaar. Daar vonden ze legitimatie voor hun collaboratie.

Vos: 'Naar buiten toe is vooral opgehouden dat de strijd tegen het communisme en idealisme voor Vlaanderen de belangrijkste drijfveren waren om met de Duitsers te vechten. Maar binnenskamers speelden wel degelijk ook rechts-radicale sentimenten; de strijd van het Westen tegen de Hunnen, raszuiverheid, het gedachtegoed van Hitler.

'En het moet gezegd: de Vlaamse collaborateurs hebben hier altijd op enige sympathie kunnen rekenen, medelijden met de underdog. Tekenend is dat het begrip repressie in Nederland de onderdrukking door de Duitse bezetter betekent, terwijl er hier in België mee wordt bedoeld hoe collaborateurs of vermeende verraders na de oorlog zijn behandeld, wat, toegegeven, niet altijd even zorgvuldig is gegaan.'

Die houding verklaart volgens Vos ook dat Sauwens zaterdag niet onmiddellijk rechtsomkeert maakte. Bovendien moet hij hebben beseft dat er nogal wat electoraat in de zaal zat: na de oorlog vonden veel collaborateurs onderdak bij de Volksunie, toen de meest uitgesproken pleitbezorger van het Vlaams nationalisme.

De Leuvense historicus wijst erop dat sinds de jaren zeventig de rechtvaardiging van het oorlogsverleden in rechts-radicaal Vlaanderen steeds meer op de achtergrond is geraakt. De gezichtsbepalende figuren in het Vlaams Blok roepen in koor dat de oorlog voer voor historici is. Zij laten zich inspireren door de Nouvelle Droite-ideologie van Alain de Benoist, met ongelijkheid van mensen als kern van de boodschap.

Maar het waren de gebeurtenissen tijdens en tussen de twee wereldoorlogen die de Vlaamse beweging zo rechts hebben gekleurd. Tot 1914 was het een door katholieken gedomineerde stroming, gevoed vanuit studenten, scholieren en seminaristen die in bonden tot in de kleinste dorpjes zich ontfermden over behoud van het Nederlands. De verwerping van de Belgische staat was toen niet aan de orde.

Maar met de komst van de Duitsers veranderde dat. De bezetter mobiliseerde in 1914-'18 de zogeheten activisten door een deel van hun Vlaamse eisen in te willigen, en intussen groeide in de modder van de West-Vlaamse loopgraven het verzet tegen de Franstalige dominantie binnen het leger. Dat mondde uit in de Frontbeweging, waaruit later de Frontpartij voortkwam. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog zochten bezetter en Vlaams-nationalisten toenadering tot elkaar. Een nieuwe orde lag onder handbereik.

In het interbellum was immers het besef geworteld dat anti-Belgicisme in het parlement nooit een kans maakte. Alleen een nieuw regime zou uitweg bieden. Mede gevoed door een traditioneel katholieke stroming, die van opvatting was dat de kerkelijke overheid zich te veel met het Belgisch establishment engageerde, kreeg het Vlaams nationalisme een uitgesproken rechts karakter. Vos noemt in een bijdrage aan de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging het anti-Belgicisme de gangmaker van rechts-radicaal Vlaanderen.

Of dat nog steeds het geval is, is de vraag. Vos stelt vast dat de beweging in hoofdzaak wordt gevormd door de 'machinerie' van de officiële Vlaamse instellingen. Het Vlaams Blok legt meer accent op het electoraal goed scorende anti-vreemdelingenbeleid.

Maar nu de Volksunie in een ware identiteitscrisis verkeert, dreigt het gevaar dat extreem-rechts de kans zal aangrijpen het thema te monopoliseren. Vos: 'Het is dan aan de overige democratische partijen - de liberalen, de christen-democraten, de socialisten en de groenen - om dat te voorkomen. Vergeet niet, de wrevel over de neerbuigendheid van de Franstaligen jegens de Vlamingen is er nog altijd.'

De ranzige geurtjes zullen niet zo maar verdwijnen. Op de vraag of er weer niet eens gesproken moet worden over amnestie voor de collaborateurs, was minister Michel van Buitenlandse Zaken deze week helder. Een dialoog over het thema, best. Maar vergeven? 'Nooit.' Nieuwe incidenten zijn niet uitgesloten. 'We hebben nog meer politici op de ledenlijst staan', waarschuwde de voorzitter van het Sint Maartensfonds.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden