Vive le Québec... libre

Worden het de verkiezingen van de waarheid? Op 30 november stemt de Franstalige Canadese provincie Québec voor een nieuw parlement en een nieuwe regering....

RONALD DE LANGE

BUITEN Canada's grootste provincie Québec wordt er hoofdschuddend, soms wat meewarig over gesproken. Maar de kans dat Québec zich gaat afscheiden van de rest van Canada is niet denkbeeldig. Een referendum daarover staat centraal in de campagnes die worden gevoerd in de aanloop naar verkiezingen voor een nieuw parlement en daarmee voor een nieuwe regering voor Québec.

Onafhankelijkheid is wat een flink deel van de vooral Franstalige bevolking wil. Los van Canada, omdat ze zich achtergesteld voelt, keer op keer vernederd door besluiten van de Engelstalige meerderheid. Ondanks tal van besluiten en acties van de centrale regering, die vooral bedoeld waren om de Québecers binnen de federatie te houden, is dat gevoel als mindere behandeld te worden, gebleven.

De twee belangrijkste partijen - de separatistische Parti Québécois van zittend premier Lucien Bouchard en de federalistische Parti Libéral du Québec van oppositieleider Jean Charest - hebben het al of niet houden van een referendum over afscheiding tot inzet gemaakt van deze verkiezingen, op 30 november. Opiniepeilingen geven aan dat een overwinning van voorstander Bouchard er dik in zit.

'De afscheiding van Québec zou afschuwelijk zijn voor Canada', zegt journalist Kathe Lieber, getrouwd met een zoon van een Nederlandse familie die dertig jaar geleden naar Canada emigreerde. 'Canada zal waarschijnlijk wel doorhobbelen, maar vraag niet hoe.' Zij vreest dat er net zolang referenda gehouden zullen worden tot het gewenste antwoord wint. 'Dat noemen ze hier de democratie van Québec', meent Lieber, die in Montréal woont. 'Je zou er bijna om gaan verhuizen.'

Ook communicatiedeskundige Bob Bott in Calgary (Alberta) denkt dat Québecs afscheiding voor Canada een ramp zal zijn: 'Het zal economisch en sociaal heel wat beroering geven. Zonder Québec zou de rest van het land wel eens in de smeltkroes van de Verenigde Staten kunnen glijden. Er zijn in het westen van Canada toch al veel noord-zuidverbindingen. Québec zal lang lijden, maar er uiteindelijk economisch wel bovenop komen.' Daarbij trekt hij vergelijkingen met landen als Slowakije, Cuba en Maleisië, waar nationalisme volgens hem de economie heeft overtroefd.

Schrijfster Shirley Hewett in Victoria (Brits Columbia) heeft een ander standpunt: Canada valt niet uiteen als Québec onafhankelijk zou worden. Volgens haar vragen velen in het westen van Canada zich wel af of ze niet beter af zouden zijn als er politieke verbindingen waren met Alaska in het noorden en Washington-state in het zuiden: 'Er zijn zoveel meer regionale gemeenschappelijke zaken dan met de andere Canadese provincies. Dat Québec in tal van zaken meer krijgt, is gewoon absurd.'

Robert Sauvageau, eigenaar van een fotostudio in Trois-Rivières (Québec), gaat beslist Parti Québécois stemmen. 'We hebben een leider nodig die voor Québec vecht', zei hij onlangs. 'Lucien Bouchard zal het zwaard van Damocles boven het hoofd hangen van federaal premier Jean Chrétien. Liberaal leider Jean Charest zal dat zwaard weghalen.' Trois-Rivières was bij voorgaande verkiezingen maatgevend voor de uitslag. Het lijkt erop dat de Parti Québécois er de meerderheid zal halen.

W IE Québec binnenkomt, proeft meteen dat de sfeer er Europeser is dan in de andere Canadese provincies. De straten in de steden zijn er smaller, het aantal kantoortorens is er kleiner en de gebouwen zijn minder hoog, zelfs rijden er meer Europese auto's rond. Vooral de invloed van Frankrijk is onmiskenbaar. De binnensteden van de hoofdstad Québec en van de grootste stad Montréal zien er zelfs een beetje Frans uit, met tal van bistro's, boulangeries, pâtisseries, boucheries en pharmacies. Ruim zes miljoen van de 7,5 miljoen inwoners van deze provincie is Franstalig, tegenover zo'n 21 miljoen Engelstaligen in Canada.

Québec was het eerste gebied in Noord-Amerika dat door de Fransen is gekoloniseerd. Ontdekkingsreizigers gingen rond 1530 op zoek naar een noordelijke doorgang naar Azië nadat Columbus, onderweg naar Indië, eind 15de eeuw in het Caribisch gebied was terechtgekomen. Ook hoopten zij dat ze edelmetalen zouden vinden, net als de Spanjaarden in Mexico en Zuid-Amerikaanse landen. In het dal van de Saint-Lawrence-rivier troffen ze inheemse volkeren aan, indianenstammen waarmee bonthandel op gang kwam. Maar na vijftien jaar zoeken, hadden de Fransen nog geen goud en zilver ontdekt en evenmin een noordelijke waterweg naar Azië. Daarop verloor Frankrijk, mede door verwikkelingen en oorlogen in Europa, de interesse voor het gebied.

Pas aan het begin van de 17de eeuw trokken Franse avonturiers opnieuw naar Noord-Amerika. In Europa was veel vraag naar bont ontstaan. Bevers waren er in het overzeese gebied volop, en met de indianen ontstond een levendige bonthandel. Bij wat nu Québec-city is, werd een handelspost gebouwd, op een plaats waar de oevers van de vaak kilometers brede Saint-Lawrence dicht bij elkaar komen.

In de tweede helft van de 17de eeuw besloten de Franse heersers er een sterke en bloeiende kolonie van te maken. Ze stuurden legereenheden naar het buitengewest, vooral ook om loyale, in bont handelende indianen te beschermen tegen aanvallen van vijandige stammen. Paters jezuïeten werden verscheept om de inheemse volkeren tot het rooms-katholieke geloof te bekeren.

Vanuit hun koloniën in wat nu de Verenigde Staten zijn, trokken de Engelsen steeds verder naar het noorden. Zij stonden in 1670 bonthandel toe met indianenstammen aldaar. Voor de Fransen was dat een reden forten te bouwen om hun belangen te beschermen. Maar rumoer en oorlogen in Europa noodzaakten de Fransen opnieuw hun aandacht te verplaatsen, waardoor de Engelsen steeds verder konden oprukken.

Een oorlog tussen de Franse kolonisten en de Engelsen was niet meer te vermijden. Vanaf 1689 vonden tal van schermutselingen, gevechten, veroveringen en heroveringen plaats. In 1763 capituleerden de Fransen en werden de Engelsen heerser over heel Noord-Amerika. Het hele Engelse gebied in het oosten van Canada werd Québec genoemd.

De Franse inwoners van dat grote Québec hebben hun afkomst nooit verloochend. Voor de nieuwe Engelse heersers was dat onverwacht; ze hadden gedacht dat het gebied snel zou verengelsen. Om onrust te voorkomen werd in 1774 een wet van kracht die allerlei privileges gaf aan de Frans-Canadezen, zoals vrijheid van godsdienst, het gebruik van Franse wetsregels in burgerlijke zaken en controle over grote stukken land.

Tijdens en vooral direct na de Amerikaanse Revolutie van 1775 tot 1783 vluchtten veel Engelsen naar Québec. Om problemen te voorkomen, werd het grote Québec gesplitst in het Franstalige Lower-Canada (het huidige Québec) en het Engelstalige Upper-Canada (het tegenwoordige Ontario). Ondanks die maatregel kon bij de Franstaligen een gevoel van onderdrukking niet worden weggenomen. In het parlement klonk hun stem steeds luider. Een poging van de Britse regering een opstand voor te zijn door Upper- en Lower-Canada weer tot één provincie samen te voegen, liep uit op een mislukking. In 1849 werd het gebied weer gesplitst.

Vier Britse kolonies in Noord-Amerika gingen in 1867, met goedkeuring van het Britse parlement, samen in een federale unie: New Brunswick en Nova Scotia in het oosten, en Québec en Ontario. Dat was het begin van het tegenwoordige Canada. Door de federatie als staatsvorm te kiezen, voorkwam het Franstalige Québec dat een sterk gecentraliseerde natie werd gesticht. Bovendien werden democratisch gekozen provinciale regeringen en parlementen ingesteld, wat de zelfstandigheid van iedere provincie benadrukte. De unieleden kregen eigen taken op het gebied van zaken als onderwijs en welzijn. De federatie werd officieel tweetalig.

Maar de verwachting dat de samenwerking tussen de Franstaligen en de rest van Canada zou groeien, kwam niet uit. De eersten voelden zich keer op keer tekortgedaan en waren het vaak niet eens met besluiten die door de Canadese regering werden genomen, bijvoorbeeld over deelname aan de Eerste Wereldoorlog en over steun aan de Britten in de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. De Franstaligen trokken zich steeds meer terug uit nationale kwesties en richtten zich op bescherming van de eigen provinciale rechten. Zij wilden liefst baas in eigen huis zijn. De roep om onafhankelijkheid werd steeds vaker gehoord.

O UD-PRESIDENT Charles de Gaulle van Frankrijk wordt gezien als degene die het verlangen naar onafhankelijkheid van Québec heeft aangewakkerd. De opeenvolgende regeringen van Québec reisden steeds vaker naar Frankrijk voor het sluiten van financiële, culturele en wetenschappelijke verdragen, tot verdriet en ontevredenheid van de federale Canadese regering.

In juli 1967, tijdens de Wereldtentoonstelling, kwam De Gaulle eindelijk naar Canada. Op de 24ste van die maand sprak hij de bevolking van Québecs grootste stad Montréal toe vanaf het balkon van het stadhuis, met de woorden: 'Vive Montréal, vive le Québec.' Zoals in een verslag in Canada's nationale dagblad The Globe and Mail uit die jaren staat te lezen, volgde daarop na enige aarzeling: 'Vive le Québec... libre.'

Uit notulen van vergaderingen van de ministerraad blijkt dat het federale Canadese kabinet deze uitspraak zeer hoog opnam. Toenmalig premier Lester Pearson twijfelde zelfs of hij de Franse president nog wel wilde ontmoeten. De Gaulle's toespraak werd als een provocatie beschouwd. Het had niet veel gescheeld of de diplomatieke betrekkingen met Frankrijk zouden zijn verbroken.

De regering gaf een verklaring uit waarin stond dat sommige opmerkingen van De Gaulle leidden tot het aanmoedigen van een kleine minderheid van de Canadese bevolking die als doel had Canada te vernietigen. Zijn woorden waren daarom onaanvaardbaar voor het Canadese volk en zijn regering. Alle provincies en Canadezen zijn vrij en hoeven niet te worden bevrijd, aldus de regering. Resultaat was dat de Franse president zijn bezoek aan Canada voortijdig beëindigde.

Maar de vonk was overgesprongen. Het aantal voorstanders in Québec van afscheiding van Canada groeide sterk. Militante groeperingen als het Bevrijdingsfront Québec (FLQ) organiseerden demonstraties, gooiden brandbommen en ontvoerden zelfs politieke leiders. In 1970 werd Québecs minister van Arbeid door de FLQ gekidnapt en later vermoord. De federale regering kondigde daarop in Québec de staat van beleg af, wat alleen maar olie op het vuur was. Velen voelden zich door de centrale Canadese regering achtergesteld en vernederd. Ondanks pogingen van nationale regeringsleiders om de Franstalige bevolking te kalmeren - onder meer door het Frans tot de enige officiële taal van Québec te verklaren - werd de roep om een onafhankelijk Québec opnieuw luider.

Bij verkiezingen voor provinciale en federale parlementen kregen de separatisten een steeds grotere aanhang. In 1976 won de separatistische Parti Québécois de provinciale verkiezingen met de belofte een referendum te houden over onafhankelijkheid. Dat vond plaats in 1980. Maar 60 procent van de kiesgerechtigde inwoners van Québec stemde tegen onafhankelijkheid.

De verslechterde economische en sociale omstandigheden deden in 1985 de oppositie (Parti Libéral) winnen. Die bleef tot 1994 aan de macht. Toen won de Parti Québécois weer, vooral door opnieuw een referendum over onafhankelijkheid in het vooruitzicht te stellen. Dat werd in 1995 gehouden. Deze keer verloren de voorstanders van afscheiding met een miniem verschil: 50,58 procent tegen en 49,42 procent voor.

Tussentijds probeerden de andere Canadese provincies en de centrale regering Québec binnen de federatie te houden door speciale verdragen en een nieuwe grondwet op te stellen. Daarin werd de bijzondere positie van Québec erkend en werd meer zeggenschap aan de provincies toegezegd. In 1987 kwam het Verdrag van Meech Lake tot stand, dat echter in 1990 werd verworpen door de provinciale parlementen van Newfoundland-Labrador en Manitoba. Vervolgens werd het Akkoord van Charlottetown opgesteld, dat in 1992 in een nationaal referendum door de Canadese bevolking weer werd weggestemd.

Bij de vorige parlementsverkiezingen in Québec, in september 1994, behaalden de twee belangrijkste partijen ieder ongeveer evenveel van de bijna vier miljoen uitgebrachte stemmen: de Parti Québécois 44,75 procent en de Parti Libéral 44,40 procent. Dat is een klein verschil, maar het vertaalt zich niet in de zetelverdeling in het parlement. In Québec bestaat het districtenstelsel, waardoor in ieder district de kandidaat met de meeste stemmen gekozen wordt in de Assemblée Nationale. Daardoor kreeg de partij van Bouchard 77 (door vertrek van drie leden nu nog 74) van de 125 zetels tellende assemblee, de liberalen 45, de Action Démocratique du Québec 1 en er zijn twee onafhankelijke leden (voor drie kiesdistricten zijn vacatures).

Een parlement wordt eens in de vijf jaar gekozen of zoveel eerder als de provinciale regering wil. De lijsttrekker van de grootste partij wordt in principe de minister-president maar blijft lid van de assemblee. Ook de andere ministers komen uit diezelfde partij en blijven eveneens parlementslid.

H ET grootste bezwaar van Québec tegen de besluitvorming in het nationale parlement is steeds geweest dat besluiten worden genomen waarover de eigen bevolking geen mening kan laten horen. In het nationale parlement vertegenwoordigt Québec vanzelfsprekend een minderheid en moet het zich neerleggen bij datgene wat de meerderheid wil. De Québecers voelen zich vaak onderwerp van de goede wil van andere provincies, zo zei premier Lucien Bouchard onlangs. Waar mogelijk zie je dan ook dat Québec afspraken die voor heel Canada gelden, niet nakomt.

Zo neemt Québec niet deel aan besprekingen over een nieuw sociaal systeem voor Canada. Toen er vorige maand een nieuw bloed-

inzamelsysteem moest komen, richtte Québec een eigen instituut op, terwijl de andere provincies gezamenlijk één Canadese instelling steunden. Overigens klinken ook uit andere provincies geluiden dat ze te weinig invloed hebben. Brits Columbia in het westen bijvoorbeeld vraagt zich soms af of de huidige federale natie nog wel tegemoetkomt aan zijn wensen en noden.

De eventuele onafhankelijkheid van Québec betekent niet dat de provincie niets meer met Canada te maken wil hebben, aldus Bouchard. Er zal een economisch en politiek partnerschap worden gecreëerd. Het huidige vrije verkeer van mensen, kapitaal, diensten en goederen zal gehandhaafd blijven. Waar gezamenlijke belangen bestaan, zullen gezamenlijke afspraken worden gemaakt. De Canadese dollar zal wettig betaalmiddel blijven.

Een referendum over onafhankelijkheid zal duidelijke vragen moeten hebben en een duidelijke uitslag te zien moeten geven, zo bepaalde eerder dit jaar het Canadese hooggerechtshof naar aanleiding van vragen van de federale regering over de rechtmatigheid van afscheiding. Bovendien zal Québec, als blijkt dat een duidelijke meerderheid van de bevolking kiest voor onafhankelijkheid, met de centrale regering en de andere provincies moeten onderhandelen over voorwaarden, procedures en afspraken. Québec kan zich niet eenzijdig afscheiden.

'Onafhankelijkheid betekent het einde van Canada zoals we dat nu kennen, het einde van een droom, het einde van een land waarop vele andere landen jaloers zijn', zei federatie-premier Jean Chrétien, die zelf Franstalig is en afkomstig uit Québec, eens in een toespraak. Canada is, zo hebben de Verenigde Naties al zes jaar achtereen bepaald, het beste land van de wereld. Wat de Québecers daarmee willen, zal eind deze maand wellicht duidelijker worden.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden