Viva España

We kijken met een totaal verkeerde blik naar Spanje, vindt journalist Caspar Janssen. Het land moet natuurlijk zo snel mogelijk uit de diepe crisis komen, maar laat het vooral niet op Nederland gaan lijken.

Ik geef het maar direct toe: dit is een subjectief verhaal. Een beetje een emotioneel verhaal zelfs. Vanwege een te grote persoonlijke betrokkenheid. Op basis van bijna twintig jaar intensief contact met mijn Spaanse schoonfamilie en vele aanverwanten. De conclusie van dit particuliere verhaal zal zijn: Europa kan in veel opzichten een voorbeeld nemen aan Spanje. Conclusie twee zal luiden: het is onrechtvaardig en slecht dat de Spanjaarden moeten bloeden voor wat er niet deugt aan Europa en voor de onnavolgbare logica van de internationale financiële wereld. Conclusie drie: Spanjaarden moeten vooral geen Duitsers of Nederlanders worden.


Deze ode aan Spanje kan maar het beste beginnen in Andalusië. Daar was ik in september. In het kustplaatsje waar we verbleven vonden we een oppas voor ons 2-jarige dochtertje: een oudere vrouw en haar gezin. Zo konden we af en toe romantisch uit eten. Heerlijk eten, tegen bespottelijk lage prijzen, u kent dat wel. Na twee weken kostte het ons grote moeite om iets te betalen aan de oppas. Met tranen in de ogen nam ze afscheid van ons dochtertje. Sowieso is Andalusië een paradijs voor kinderen; iedereen wilde ons dochtertje aanraken, optillen, knuffelen. Zelfs rennende obers in restaurants en bijna overspannen hotelmedewerkers (ja, er wordt hard gewerkt in het Spaanse toerismewezen) konden het niet laten om even in te houden om ons dochtertje over haar bol te aaien.


Twee keer gingen we met onbeduidende kwesties naar een medisch centrum. Zoals altijd in Spanje: uitstekende zorg, efficiënt, zorgzaam. In Sevilla, in Vejer, in Cádiz, in Jerez de la Frontera, in Marbella, overal aardige mensen. In hotels en restaurants, garages, winkels, vliegvelden: professioneel, altijd op zoek naar oplossingen. Nee, niet onderdanig, integendeel, gewoon trots op de professionele uitoefening van hun vak, dat is gebaseerd op dienstbaarheid.


Het is duidelijk: dit soort kwaliteiten, liefdevol werken, aardig zijn, zorgzaam zijn, passen niet in economische modellen. En als ze al passen, dan tellen ze mee in negatieve zin. Want liefdevol werken, aardig zijn, zorgzaam zijn, dat kost tijd, dat is arbeidsintensief en doet dus afbreuk aan efficiency, aan verdienvermogen, aan arbeidsproductiviteit. In Marbella kwamen we per toeval terecht in een Baskisch lunchtentje. De uitbater glom van trots omdat we lieten blijken het eten geweldig te vinden. Veel heeft hij aan ons niet verdiend en die man wist ook wel dat hij ons nooit zou terugzien, maar hij was simpelweg blij dat hij iets had gemaakt dat gewaardeerd werd, dat de creativiteit en kwaliteit werd herkend. Hij vond het ook totaal vanzelfsprekend dat hij tot twee keer toe met stoffer en blik in de weer moest om de scherven van het glas appelsap op te vegen dat ons dochtertje had laten vallen. En dat we dan tot twee keer toe recht hadden op een nieuwe appelsap.


Op dat soort momenten denk ik vaak aan de vele Spanjaarden die wij inmiddels in Amsterdam over de vloer hebben gehad. En aan de vele tienduizenden Spanjaarden die sowieso ieder jaar naar Amsterdam komen en worden afgescheept met weke slibtongetjes, zachte patat, fletse slablaadjes, geserveerd door onverschillig en ondeskundig personeel. En dat ze daarvoor dan een gepeperde rekening betalen. Weinig verkopen voor veel geld, dat is vast goed voor het bedrijfsresultaat. En andersom: veel kwaliteit verkopen voor weinig geld is dom. Wie knollen voor citroenen kan verkopen, wint. En laten we daar als Nederlanders nu goed in zijn.


Het voorgaande beeld is natuurlijk gechargeerd, maar vreemd is het dat goed presterende, hardwerkende en verantwoordelijke Spanjaarden onderbetaald worden in verhouding met slecht presterende, niet zo hard werkende, onverschillige Noord-Europeanen. En dat ze daarbovenop nu de rekening gaan betalen van de crisis in Europa, want de Spaanse banken krijgen wel Europese miljarden maar alleen als de overheid keihard bezuinigt. En dan worden de Spanjaarden ook nog eens beschuldigd van potverteren, luiheid, incompetentie, enzovoorts.


Braafste jongetje

Om niet helemaal op gekke Henkie te lijken die zijn ervaringen baseert op de toeristische en de horecasector - erkende sterke punten van Spanje -, dan toch ook maar even wat harde feiten. Op de radio hoorde ik Ineke Dezentjé Hamming, voorzitter van ondernemersorganisatie FME-CWM, beweren dat Griekenland, Portugal en Spanje niets produceren. Toch gek dat Spanje volgens de Wereldbank nog altijd de twaalfde economie van de wereld is. Dat lukt toch echt niet met alleen de productie van sinaasappels.


Eigenlijk is het ongelooflijk wat er in Spanje, sinds de jaren tachtig, na bijna veertig jaar dictatuur (tot 1975), bijna vanuit het niets uit de grond is gestampt. Een omvangrijke auto-industrie, chemie, scheepsbouw, machinebouw, textiel- en lederwarenindustrie bijvoorbeeld. Op het gebied van geavanceerde technologie, informatica, vliegtuigbouw, zonne-energie, biotechnologie en infrastructurele werken behoren Spaanse bedrijven tot de wereldtop. Tel de landbouw- en visserijsector en het toerisme erbij op en er ontstaat een tamelijk evenwichtig plaatje. In geen land van Europa was de economische groei sinds de jaren tachtig zo spectaculair als in Spanje. In 2007, het jaar voor het uitbreken van de crisis, had Spanje nog een begrotingsoverschot en stond het bekend als een van de braafste jongetjes van de Europese klas.


Maar kijk naar het handelstekort, daaruit blijkt toch dat Spanje, net als andere zuidelijke landen, te weinig exporteert en dus te weinig produceert waaraan andere landen behoefte hebben? Inderdaad, Spanje heeft - nog - een handelstekort, maar wie goed kijkt naar de cijfers ziet dat ook dit veel genuanceerder ligt. In de eerste helft van dit jaar daalde het al flink - de export zal Spanje er bovenop moeten brengen - en als de import van energie niet zou worden meegerekend, had Spanje zelfs een overschot. Dat is dus een probleem van Spanje, de afhankelijkheid van buitenlandse energie.


Simpele zielen

Er wordt veel onzin beweerd over de Zuid-Europese landen. Ook door mensen die beter zouden moeten weten. Onlangs liet Rop Zoutberg, jarenlang correspondent voor Het Parool en de NOS in Madrid, zich bij Pauw & Witteman ertoe verleiden het beeld te bevestigen dat Spanje voornamelijk bestaat uit simpele zielen die alleen aan de korte termijn denken. 'Ze hebben nu pas ontdekt dat je in een land met zoveel zon heel veel zonne-energie kunt opwekken', schetste hij een hilarisch beeld. 'En dat je op die kale bergtoppen en langs de kust windmolens kunt plaatsen.'


Wat een onzin. Spanje heeft sinds het begin van deze eeuw massaal geïnvesteerd in zonne- en windenergie. Vanaf 2004 heeft Spanje zonnecentrales op grote schaal gesubsidieerd, in de tijd dat de installaties nog verre van rendabel waren. Eerder te vroeg dan te laat dus. Spanje was samen met Duitsland de voorloper in Europa. Het heeft miljarden gekost. Sinds een paar jaar worden de subsidies, tragisch genoeg, weer afgebouwd. Op het gebied van windenergie loopt Spanje nog verder voorop in Europa, weer samen met Duitsland. Op dagen met veel wind wordt meer dan 40 procent van de Spaanse elektriciteit door wind opgewekt. Ook de steun voor windenergie is, onder meer vanwege bezuinigingen, tamelijk abrupt afgebouwd, maar je moet lef hebben om als inwoner van het winderige Nederland, dat hopeloos achterloopt op het gebied van windenergie, Spanjaarden op dit punt te bespotten.


Een jaar geleden maakte ik me nog niet zo druk om de karikaturen die van Zuid-Europeanen werden geschetst. Maar de sombere verhalen komen nu wel heel nadrukkelijk bij ons de huiskamer binnen. Schoonzussen en zwagers, vrienden en kennissen verliezen hun baan, dat zijn mensen met kinderen die met baan al nauwelijks konden rondkomen. Dat is tragisch en onterecht. Want eigenlijk alle Spanjaarden die ik ken, werken, mits ze een baan hebben, harder en voor veel minder geld dan eigenlijk alle Nederlanders die ik ken, mijzelf incluis. In mijn ogen is de gemiddelde Spanjaard in wezen calvinistischer dan de gemiddelde Nederlander. Zelfs nu hoor je maar weinig Spanjaarden die Europa de schuld geven van de situatie in hun land. Alleen al daarom is de vergelijking met Grieken idioot.


Is er dan niks mis? Natuurlijk wel. Ook ik hoor al twintig jaar van familie en vrienden de spottende en kritische verhalen over de stuiptrekkingen van het oude Spanje versus het nieuwe, Europese Spanje, over het hardnekkige cliëntelisme, over wanbeleid van de oude politieke klasse, over de grootheidswaan van de autonome regionale besturen, over bureaucratie en over het gebrek aan doorstroming op de arbeidsmarkt, waardoor de talenten van de goed opgeleide en vitale jongeren ongebruikt blijven. Dat lees je ook gewoon in Spaanse kranten. Niet geheel toevallig komen de laatste tijd ook nogal wat corruptieschandalen aan het licht, waarop de Spanjaarden zelf overigens furieus reageren. En, bijvoorbeeld, het idyllische Jerez de la Frontera waar wij in september rondslenterden in de hitte, zit zwaar in de schulden, vanwege jarenlang wanbestuur van de plaatselijke politici. In essentie is het probleem van Spanje: te veel politiek, te weinig professionaliteit in de instituties. Neem de universiteiten, waar links en rechts een strijd voeren om de macht, die ten koste gaat van de kwaliteit.


Maar toch: wat ik in de afgelopen twintig jaar vooral zag, was hoe het land zich desondanks of juist vanwege deze spottende en kritische gedachten van de nieuwe generaties in hoog tempo moderniseerde. Hoe het land niet wezenlijk corrupt werd, hoe de drang om deel van Europa te zijn het won van al die oude reflexen die je mag verwachten van een land dat bijna veertig jaar, tot 1975, dictatuur kende. Als de Europese gedachte ergens heeft geleid tot verbetering, emancipatie en modernisering dan is het wel in Spanje. Tot 2008 was er dan ook nauwelijks een econoom of andere deskundige te vinden die niet met bewondering sprak over Spanje.


En toen kwam de crisis. De oorzaak was tamelijk overzichtelijk: het instorten van de vastgoedmarkt en de bouwsector. Een drama met meerdere schuldigen. Opeenvolgende Spaanse regeringen die de wildgroei niet aanpakten en de projectontwikkelaars geen strobreed in de weg legden. Dan de Spaanse banken die bijna ongelimiteerd hypotheken verstrekten. En de vooral Duitse banken die bijna ongelimiteerd en tegen lage rentes geld leenden aan de Spaanse banken. Het gevolg: meer dan twee miljoen onverkoopbare huizen, huisuitzettingen. En: waar Duitsland werd beloond door de internationale financiële markten, werd Spanje zwaar gestraft. Het gevolg: Duitsland leent geld tegen rente onder inflatieniveau, Spanje moet geld lenen tegen zelfmoordtarieven. Het uiteindelijke gevolg: draconische bezuinigingen, nog meer werkloosheid en de afbraak van het goede gezondheidszorgsysteem, van investeringen in duurzame energievoorziening, van onderwijs, van innovatie. Jaren van ontwikkeling tenietgedaan. En vooral de Spaanse burger moet bloeden.


Goed, de Spaanse overheid had natuurlijk eerder moeten ingrijpen. Je kunt dat zien als typisch kortetermijndenken, zoals aan de praattafels als die van Pauw & Witteman lacherig gebeurt. Je kunt het ook zien als een grote en typische fout die in iedere jonge, onstuimig groeiende economie wordt gemaakt. Hoe dan ook: het lachen vergaat Nederland snel. Zoals al meermalen is vastgesteld op de economiepagina's van deze krant: Spanje houdt Nederland een spiegel voor. Terwijl in Spanje de ineenstorting al compleet is, zit Nederland vermoedelijk pas op de helft van de neerwaartse spiraal op de huizen- en bouwmarkt. In november bleek dat de Nederlandse economie in het derde kwartaal van dit jaar harder was gekrompen dan de Spaanse.


Hoe nu verder met Spanje? Het land vecht, in de beste tradities, tegen windmolens, zo lijkt het soms. Op het moment dat Silvio Berlusconi zijn terugkeer in de Italiaanse politiek aankondigt, stijgt de rente op Spaanse staatsleningen. Wat doe je daartegen?


Maar Spanje wordt ook, met de andere zuidelijke landen, afgerekend op het feit dat ze onvoldoende zouden bijdragen aan de Europese economie, dat ze onvoldoende produceren. Volgens de economische modellen dan. En het is waar: als ik in Spanje ben, denk ik geregeld dat het eigenlijk ongelooflijk is dat het land het nog zo goed doet. Als je door Midden- en Zuid-Spanje rijdt, begrijp je wel dat deze gebieden nooit de economische motor van Europa zullen worden. Vanwege de droogte, vanwege de hitte, vanwege de bodemgesteldheid en omdat de goed opgeleide jongeren naar de stad getrokken zijn. Ook Oost-Groningen of het Duitse Saksen-Anhalt zullen niet de kurk worden waarop de Europese economie drijft. Andersom is ook de arrogantie van bijvoorbeeld de Catalanen in Spanje misplaatst. Door de ligging, door het klimaat zou het vreemd zijn als het daar economisch slecht zou gaan. Nieuwe technologie kan daar misschien wat aan veranderen - Malaga heeft al vergevorderde plannen voor een 'Europese Silicon Valley' - maar het is een illusie dat de economische ontwikkeling overal in Europa gelijk zou kunnen zijn.


Hoge levensverwachting

Maar los daarvan: er bestaan ook nog andere waarden. De levensverwachting in Spanje - en ook die van Italië - is bijna de hoogste ter wereld. Wat wil je als land eigenlijk nog meer bereiken? Zelf vind ik het heel wat waard als ik eindeloos door het magnifieke Extremadura kan rijden over een bijna lege weg, in de rode gloed van het avondlicht. En dat ik dan uitkom in het schitterende, historische Cáceres, waar ik gewoon met euro's kan betalen. De onherbergzaamheid, de leegheid, de woestheid van Spanje is voor mij van onschatbare waarde. De natuur van Spanje is in Europa onovertroffen en uniek, ik moet er niet aan denken dat die uit de weg wordt geruimd voor officiële economische ontwikkeling. Sterker: ik zou graag betalen voor het product natuur in Spanje. En het is natuurlijk prachtig dat het land met Europees geld voor miljoenen Europese toeristen is ontsloten door middel van een goed wegennet.


Het zou mooi zijn als Spanje snel uit de crisis komt, maar ik hoop toch vooral dat Spanje dat niet doet door op Nederland te gaan lijken. De kwaliteit van Nederland is dat het middelmatig bier over de hele wereld weet te verkopen als kwaliteitsbier. Of dat we plofkippen met Europese subsidie weten te verkopen als 'meest veelzijdige stukje vlees'. Dat is best knap, maar de kwaliteit van Spanje is misschien wel dat het de inwoners juist aan die brutaliteit, aan die, zo noemen wij het, handelsgeest ontbreekt.


Spanje heeft andere kwaliteiten. (Zuid-)Spanje kan met het zonnige klimaat het Florida van Europa worden. Zorgzaamheid, dienstbaarheid, sociaal gevoel, verantwoordelijkheidsgevoel, kennis van en liefde voor eten zijn daar geen economische handicap, maar een voordeel. De gezondheidszorg moet je dan dus juist niet afbreken, want die is essentieel voor de grijze Noord-Europese golf die de leegstaande appartementen in Spanje moet gaan kopen. Je moet investeren in duurzame energie en in technologie. En je moet de natuur beschermen. Dan wordt Spanje, het land waar de koffiekopjes altijd en overal rinkelen, wat het in potentie al is: het paradijs van Europa. En tegen het paradijs kan, zo weet iedereen, geen economische waarde op. Caspar Janssen (1962) is schrijver en journalist, onder meer voor de Volkskrant.


NOODFONDS


39,5

miljard


Om de noodlijdende Spaanse banken te redden, heeft het Europese noodfonds ESM eerder deze maand miljarden vrijgegeven. Naar vier genationaliseerde banken gaat 37 miljard. Nog 2,5 miljard wordt gebruikt om een 'bad bank' op te richten die slechte leningen van banken opkoopt. De steun is de eerste operatie van het permanente noodfonds.


Foto's Hollandse Hoogte, Tino Soriano / National Geographic, Mel Stuart, Ervin Sarkisov, John Warburton-Lee/Corbis, Philippe Roy, Lucas Vallecillos/HH, Hugh Sitton/Corbis


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden