Vitaliteit

In mijn hart altijd het aangename vooruitzicht van de dood, schrijft Klaus Mann in zijn dagboek, 9 april 1940, New York....

Nog in de ban van de herinneringen en brieven van Erika Mann, kocht ik de dagboeken van haar broer. Katia en de Tovenaar, Erika, Golo, Monika, Elisabeth, Michael, ze krijgen via Klaus weer andere kleuren dan via Eri ka: inderdaad the amazing family zoals ze genoemd werden. Op val lend genoeg krijgt zijn vader niet eens zo veel aandacht, Klaus behandelt hem mild, vergoelijkend, éénmaal vernietigend. Van 1933 tot aan zijn zelfmoord op 21 mei 1949 verschijnen er in de dagboeken van Klaus een onafzienbare stoet schrijvers, dichters, kunstenaars, acteurs en politici (er staan zo'n 1500 namen in het personenregister). In een huiveringwekkend tempo verslijt hij zijn leven, reist van hotel naar hotel, van land naar land, van Europa naar Amerika en terug en opnieuw. Hij publiceert boeken, artikelen, houdt lezingen, kritiseert, ruit op, immer in discussie op diners, ziet eindeloos veel films, leest mateloos, gaat naar toneel en concerten. Een heksenketel, een polonaise van meningen en plannen. Drugs in de ene hand, de pen in de andere, agerend tegen zijn perfide vaderland, scherpzinnig, onvermoeibaar. En vol treurnis. Hoezo leven we eigenlijk nog? Het wordt langzamerhand onfatsoenlijk

De dagboeken van Klaus Mann vormen samen een kunstwerk, opgebouwd uit ontmoetingen met andere kunstenaars. Een literair mozaïek van versplinterde verwachtingen, maar opgeschreven met een voorname eerlijkheid. Met instemming citeert hij zijn zwager Auden: every eye must weep alone.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden