Vitale Rollins speelt met uitgelaten solo's zaal plat

Sonny Rollins. Muziektheater, Amsterdam...

FRANK VAN HERK

Het werd al meteen duidelijk: Sonny Rollins was gekomen om de boel plat te spelen. Het eerste nummer, East of the Sun, had een behaaglijk medium-tempo, maar de bijna 65-jarige tenorsax-legende verdubbelde dat tempo onmiddellijk in zijn lange, uitgelaten solo, die was volgepropt met ideeën. Het eerste Nederlandse optreden in vijf jaar van de wisselvallige Rollins vond plaats op een van zijn 'goede avonden'.

Alleen al de vitaliteit van de man is opmerkelijk. Bijna twee uur lang stoomde er de ene marathonsolo na de andere voorbij, terwijl zijn veel jongere begeleiders nauwelijks aan bod kwamen. Dat was geen groot gemis, want de bijdragen van pianist Kevin Hayes en trombonist Clifton Anderson gingen het ene oor in en het andere uit. Rollins' krachttoer riep vergelijkingen op met de zeven jaar jongere, maar veel uitgebluster en bejaarder klinkende Joe Henderson. Deze wordt de laatste tijd naar voren geschoven als een van de laatste reuzen uit het mythische tijdperk van de tenorsax, maar in het Muziektheater bewees Rollins dat hij Henderson en consorten nog steeds resoluut naar het tweede plan kan verwijzen.

Dat doet hij niet met bijzonder repertoire: de mix van standards, eigen swingers en calypso's is al decennia min of meer hetzelfde. Ook de arrangementen waren niet opmerkelijk: zoals bekend vraagt Rollins van zijn muzikanten alleen een strakke groove, die hem zo veel mogelijk speelruimte geeft.

Nee, de improvisaties deden het hem. Die zijn zo meeslepend omdat de tenorist niet alleen een snel en creatief brein heeft, maar ook voortdurend duidelijk maakt wat hij aan het doen is. Hij voert de luisteraar aan de hand mee, zijn fantasie binnen, door eerst het thema licht te variëren, en er dan steeds wijdere kringen omheen te trekken. Op gezette tijden haalt hij de oorspronkelijke melodie weer aan, als geheugensteun voor het publiek en springplank voor nieuwe variaties.

Een andere verhalend aspect is het twee keer spelen van een zojuist bedachte frase, als een blueszanger die de eerste regel herhaalt, om daarna de gedachte af te maken met een logisch besluit. Dat dan weer leidt tot nieuwe frasen, die een onverwachte draai krijgen, en zo verder, tot het je bijna duizelt.

De ritmische spelletjes zijn minstens even belangrijk als de melodische. Er wordt tegen de beat geduwd, na loeiende honks vallen verrassende stiltes waarna er met twee voeten tegelijk bovenop de beat gesprongen wordt. Staccato repeterende noten, een soort trommelsalvo uit de sax, worden afgewisseld met scheurende uithalen; die afwisseling wordt dan weer de basis voor de volgende verdieping van een groeiende opeenstapeling van vondsten.

Wat Rollins zelf bedenkt blijft boeiend, ook als de solo's twintig minuten duren. De gelijkmatige begeleiding heeft echter een nadeel. Tegen het eind van de extatische verkenningen verlang je naar een intensivering van het drama, doordat de andere musici zich laten meeslepen. Ze blijven echter doorsudderen, zodat de stemming soms te lang op één niveau blijft hangen.

Rollins kreeg dinsdag de Bird Award van het North Sea Festival uitgereikt; hij accepteerde hem namens jazzgroten die nooit zo'n prijs kregen. Het typeerde de man die op zo'n hoog niveau zo veel ouderwetse levensvreugde kan uitstralen.

Frank van Herk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden