Visueel essay over de wilde Maria Magdalena

Het gaat om haar haren. Die lange, bedwelmende haardos waarmee ze mannen in vervoering bracht. Maar ook die zachte, hulpvaardige haardos waarmee ze de voeten van de dode Christus waste....

Direct bij binnenkomst op de expositie over Maria Magdalena in het Museum voor Schone Kunsten in Gent wordt je toch verrast. Je ziet een levensgroot bronzen beeld van een wilde vrouw met een van lijden vertrokken gezicht, over haar hele lichaam behaard, een beeld van de hedendaagse kunstenares Kiki Smith. Er liggen Middeleeuwse religieuze boeken naast met een soortgelijk tafereel.

Wat doen ze hier? Maria Magdalena was toch de wereldse vrouw, voornamelijk afgebeeld als treurende deemoedige schoonheid onder aan het kruis?

Er is meer. Hoe bescheiden de expositie ook is - drie zaaltjes met 32 kunstwerken - de visie is allerminst benepen. Het museum grijpt de aankoop van het schilderij Maria Magdalena (1887) van de Belgische fin-de-siècle kunstenaar Alfred Stevens aan voor een zwierig betoog over de veranderingen van het iconografische thema Maria Magdalena in de kunstgeschiedenis van de late Middeleeuwen tot nu, en voegt er tussendoor losjes wat opmerkingen over het 'veranderende vrouwbeeld' in de geschiedenis aan toe.

Grote stappen, maar zeker niet hinderlijk. Het is immers geen theologische uitdieping van Maria Magdalena, maar een klein visueel essay over de keuze van kunstenaars hoe haar af te beelden.

Want wie ze is, verschilt per tijd. Maria Magdalena is één van de minst vastomlijnde vrouwelijke personages uit het evangelie. Een personage dat is samengesteld uit vier verschillende vrouwen. Zo is er de zus van Martha, die neerknielt aan Christus voeten als hij van het kruis is gehaald. Ze wast ze met haar haren. En er is de anonieme prostituee, die in huilen uitbarst bij het dode lichaam en Zijn voeten wast met haar tranen. Daarbij zijn er de apocriefe verhalen over haar leven na Christus' dood. Ze zou in Gallië het geloof hebben verspreid, en zich uiteindelijk hebben teruggetrokken in een grot, waar ze dertig jaar lang werd verzorgd door engelen.

Magdalena is zowel hoer als eerste vrouwelijke apostel, en ze werd zowel symbool van seksuele aantrekkingskracht als van ascese. Lang overheerst echter het beeld van de boetende zondares tegenover Christus, de gevallen vrouw die desondanks door Hem uitverkoren was. Lang ook is ze de treurende, maar koket geklede wereldse dame met een pot zalf, zoals in het werk van Jan Gossaert, als voorbeeld aan 16de- en 17de-eeuwse vrouwen op zoek naar zielenheil.

Maar altijd is er dat haar. De betekenis van haar haardos verschuift echter steeds meer van teken van heiligheid tot symbool van verleiding. En uiteraard maken schilders als Alfred Stevens, Felicien Rops en Jean-Jacques Henner haar in de late 19de eeuw - de hoogtijdagen van de dubbele moraal - tot excuus voor erotische schilderkunst. Niet als femme fatale, maar als deemoedig neergevleide zondares die de verlekkerde kijker haar naakte lichaam toont.

De sterkste troef van de tentoonstelling is echter niet zozeer dit min of meer bekende chronologische overzicht, maar de verrassende link die blijkt te bestaan tussen late middeleeuwen en postmoderne tijd.

Miniaturen van onder anderen Cornelia van Wulfschkerke (1500) tonen een zeldzaam beeld van Maria Magdalena als een wilde vrouw, volledig bedekt met lichaamshaar. Het gaat hier om Maria Magdalena's kluizenaarsleven na de dood van Christus. Haar beharing (verwaarlozing) staat symbool voor volmaakte onthechting en de mystieke vereniging met het goddelijke. Ze is een wezen van vóór de zondeval geworden, ontdaan van de schuld van het wereldse leven.

Ernaast staat het beeld van Kiki Smith uit 1994. Een behaarde vrouw, met een gebroken ketting aan haar been als een ontsnapte kermisbeer. Het is geënt op de Middeleeuwse mystieke wilde vrouw, maar ze ervaart geen goddelijke extase. Ze lijdt zichtbaar, maar in haar wildheid is ze altijd nog vrijer dan de poezelige 19de-eeuwse salon-Magdalena's.

Hedendaagse vrouwelijke kunstenaars grijpen dus terug op het vergeten wilde deel van Maria Magdalena, en geven er een nieuwe kritische invulling aan.

Zo heeft Fran Dics (2001) van Berlinde de Bruyckere een lichaam van zachte was, maar haar haren zijn ruwe strengen van paardenhaar die haar voorkant volledig bedekken. Haar nek is misvormd door de last van het haar. De vrouwelijke haardos is hier niet lieflijk of verleidelijk, maar woest en verwoestend. Het haar is zowel symbool van de duistere kant van haar seksualiteit, als een door de buitenwereld opgelegd marteltuig geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden