Vissers Mauritanië halen lijken uit de netten

De grafdelvers van Nouadhibou in Mauritanië hebben de afgelopen maanden meer dan honderd anonieme Afrikanen begraven. Migranten die in wrakkige bootjes de zee zijn opgegaan, maar het 'Europese paradijs' niet hebben gehaald....

Van onze verslaggever Iñaki Oñorbe Genovesi

Het hoofd wil ontploffen. Het kan de stank in de mond en de neusgaten niet langer aan. Ook de gruwelijke beelden voor de ogen zijn nauwelijks meer te bevatten. Maar Brahim en Ahmed buigen zich elke keer weer over de aangespoelde lijken van Afrikanen - of wat daar nog van over is.

De Atlantische Oceaan neemt makkelijker dan hij teruggeeft. Van dat besef worden Brahim en Ahmed dagelijks doordrongen, wanneer ze de ontzielde zwarte lichamen in hun ambulance moeten laden.

Dagenlang hebben de verdronken Afrikaanse migranten in de turkooizen wateren gelegen voordat ze op de stranden van het Mauritaanse Nouadhibou worden gedreven, dezelfde brede stranden waar de Afrikanen eerder angstig en hoopvol vandaan waren vertrokken, opeengepakt in hun bootjes. Op weg naar de Canarische Eilanden. Op weg naar een betere toekomst.

Maar een op de drie bootjes haalt nooit het Europese paradijs. Als gevolg van metershoge golven, ondeugdelijke buitenboordmotoren of ander tragisch noodlot. En de Atlantische Oceaan eist wel op, maar vergeeft zelden.

Volgens de Mauritaanse Rode Halve Maan (een zusterorganisatie van het Rode Kruis) zijn dit jaar duizend Afrikanen uit landen ten zuiden van de Sahara omgekomen tijdens hun poging Gran Canaria, Tenerife of de andere Canarische Eilanden te bereiken. Een rapport van de Spaanse geheime dienst CNI spreekt over 1200 tot 1700 slachtoffers op de ruim achthonderd kilometer lange zeeroute vanuit Nouadhibou.

Het blijft echter gissen naar het werkelijke aantal doden aan de nieuwe uitgang van Afrika. De cijfers zijn voor een deel gebaseerd op de gruwelijke verhalen van de Afrikanen die de gevaarlijke reis wel overleven, de Senegalezen, Gambianen, Malinezen en andere migranten die wel over de dramatische ontberingen onderweg kunnen vertellen. Over de gekapseisde bootjes. Over de gillende drenkelingen. Over de langzame en pijnlijke dood van de honger en dorst.

De verhalen mengen echter vaak harde feiten met indrukwekkende fictie. Het aantal medereizigers wordt overdreven, het aantal doden dubbel of zelfs driedubbel geteld. Nu eens als gevolg van de opgelopen schok, dan weer om sympathie te kweken bij de Spaanse en Mauritaanse autoriteiten die de overlevenden moeten opvangen.

De Atlantische Oceaan liegt echter nooit. Vissers halen behalve vis ook lijken uit hun netten. Een, twee, soms wel tien Afrikanen. Kustpatrouilles en trawlers treffen regelmatig op volle zee bootjes met tientallen lichamen aan.

Waar de honderden andere doden zijn gebleven? 'Die liggen waarschijnlijk op de oceaanbodem, of spoelen alsnog aan op de stranden van Nouadhibou', legt Ahmed uit. De lichamen zijn helemaal bleek geworden, opgeblazen en misvormd, de ogen door de vissen weggevreten. Elke menselijke waardigheid is voorgoed verdwenen. De overblijfselen die er te erg aan toe zijn, begraven Brahim en Ahmed op het strand. 'En niet op de plaatselijke vuilnisbelt', foetert Brahim om een hardnekkig gerucht te ontzenuwen. 'Wij zijn geen harteloze beesten', vult Ahmed boos aan.

De lijken die nog wel in redelijke staat zijn, stapelen ze op in hun ambulance, een witte Toyota Hiace met Spaanse nummerborden. Daarmee rijden Brahim en Ahmed naar de islamitische begraafplaats aan de rand van de stad, waar Nouadhibou abrupt eindigt en het grote zanderige niets begint.

De begraafplaats heet Madrid. Het lijkt een wrede grap dat de Afrikaanse migranten hun laatste rustplaats vinden op een plek met dezelfde naam als de hoofdstad van Spanje, het land waarnaar de Afrikanen bij leven zo vurig verlangden.

Maar de drie grafdelvers hebben geen tijd zich daarover te verwonderen. De begraafplaats is vernoemd naar de verzameling huisjes en tenten langs de stoffige weg hiernaar toe. Alsmede het Spaans ontwikkelingsproject voor alleenstaande vrouwen en kinderen die er een beter bestaan proberen te creëren.

Ook vandaag branden in een hoek van de begraafplaats, iets groter dan anderhalf voetbalveld, stapeltjes kleding van overledenen, precies zoals de islamitische traditie dat voorschrijft. En ook vandaag moeten Ali, Omar en Mohamed verse graven voor Afrikaanse migranten in de grond hakken.

Het valt niet mee in deze enorme hitte, met deze harde grond van zand en stenen. Met ijzeren staven hakken en hakken ze opnieuw. Keihard. Als de dood. Als het leven van de Afrikanen die er in zullen komen te liggen.

Langzaam ontstaat een kuil, die pas na een uur groot genoeg zal blijken voor een dode. Toch hoor je Omar niet klagen. 'Dankzij de Afrikaanse migranten hebben we elke dag werk. Al is het natuurlijk triest dat zoveel jonge mannen zo aan hun einde moeten komen.'

Mohamed knikt. De voorbije maanden hebben ze minstens 110 Afrikanen begraven. Hij wijst op tientallen stapels stenen - allemaal anonieme graven. 'En dat is misschien nog het ergste: niemand die weet dat ze dood zijn.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden