Reportage Vissers

Vissers en natuurbeschermers staan lijnrecht tegenover elkaar in de slag om de ondermaatse schol

De BRA 7 van schipper Kraak is net de haven van Den Helder binnengevaren en de vis wordt uit het ruim gehaald. Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Het is een stralende ochtend als de BRA-7 met zijn jadegroene boeg het grijze water van de haven van Den Helder opvaart. Nadat het schip is vastgelegd aan de kade wordt de opbrengst van een week vissen aan wal getakeld: 4.000 kilo schol, 1.200 kilo tong, een zootje rode poon, tarbot en griet. Zo vers dat de slijmlaag er nog op zit.

Als laatste komt de bijvangst aan land: een paar kratten ondermaatse vis. Schipper Dirk Kraak houdt een visje uit een krat omhoog: een scholletje, niet groter dan een kindervuist. Dit scholletje is de inzet van een strijd tussen vissers aan de ene, en natuurbeschermers en beleidsmakers aan de andere kant.

Die draait om de aanlandplicht, een maatregel ingevoerd door de Europese Commissie, die vissers verplicht ook ondermaatse vis aan land te brengen. De aanlandplicht is gefaseerd ingevoerd vanaf 2015 en zou met ingang van 2019 ook voor schol gaan gelden.

Dat is een enorm probleem voor vissers op zeetong, zoals Dirk Kraak. Want op twee kilo zeetong die hij vangt, komt een kilo bijvangst mee, vooral ondermaatse schol. Nu wordt die nog overboord gezet, maar als ook schol onder de aanlandplicht valt, mag dat niet meer. Dat levert de vissers veel extra werk op, zegt Kraak. ‘Het is een straf.’

De discussie over de aanlandplicht begon in 2010 toen op internet beelden opdoken van een Engels vissersschip dat tonnen kabeljauw op zee loosde. De visser had meer gevangen dan zijn quotum toestond en zette de kleine vissen overboord.

Dirk Kraak met zijn vangst. Beeld Harry Cock / de Volskkrant

In reactie daarop begon de Engelse chef-kok Hugh Fearnley-Whittingstall een campagne tegen deze vorm van voedselverspilling. Met zijn petitie verzamelde hij 650 duizend handtekeningen. Onder druk van de publieke opinie en natuurorganisaties besloot de Europese Commissie tot de invoering van regels die dit soort praktijken tegen moeten gaan.

Bij bijvangst denken veel mensen aan minder gangbare vissoorten zoals schar, steenbolk en grauwe poon, zegt Christien Absil van de Good Fish Foundation. Zij is mede-opsteller van de Viswijzer en maakt zich sterk voor de consumptie van ondergewaardeerde vissen. Maar daar wordt in de aanlandplicht niets voor geregeld; die mag nog steeds worden teruggegooid.

Sterker, zegt Absil: onder de aanlandplicht is het quotum voor schar juist afgeschaft, zodat die voortaan ook mag worden teruggegooid. ‘90 procent van de gevangen schar gaat overboord.’ De aanlandplicht geldt alleen voor commercieel interessante soorten waarvoor een vangstquotum geldt, zoals schol, tong, kabeljauw en haring.

Ondermaatse vis van die soorten moest voorheen verplicht worden teruggegooid in zee. Onder de aanlandplicht moet die juist aan wal worden gebracht. En dat is pas echt verspilling, zegt visser Kraak. Want de te kleine vis wordt aan land vernietigd, hij mag niet worden gebruikt voor consumptie.

Van de ondermaatse vis die wordt teruggegooid op zee gaat het grootste deel dood. Slechts 15 (schol) tot 29 procent (tong) overleeft. ‘Maar dat is altijd nog meer dan niks’, benadrukt Kraak. De rest dient als voedsel voor andere zeedieren en vogels.

Vis aan land brengen om die te vernietigen, dat klinkt niet als een goed recept tegen voedselverspilling, beaamt Pieke Molenaar, onderzoeker van Wageningen Marine Research in IJmuiden. De aanlandplicht is er dan ook vooral voor bedoeld om vissers te dwingen selectiever te vissen zodat ze minder bijvangst hebben.

Voor vissers op haring en makreel, die al onder de aanlandplicht vallen, is dat niet zo’n probleem. Haring en makreel zwemmen in scholen, waardoor er minder bijvangst is. Kabeljauw heeft ook relatief weinig bijvangst.

Het probleem zit hem vooral bij platvis als tong en schol die niet in groepen zwemmen, maar verspreid op de zeebodem leven. Om tong te vangen gebruiken vissers netten met een maaswijdte van 8 centimeter. Die is geschikt voor de kleinste maat tong (24 centimeter).

Schipper Kraak is net de haven van Den Helder binnengevaren en de vis wordt uit het ruim gehaald. Beeld Harry Cock

Voor tong heb je kleine mazen nodig, zegt Molenaar. ‘Tong is de koning van het ontsnappen. Die wurmt zich overal doorheen.’ Schol daarentegen heeft een minimummaat van 27 centimeter en blijft juist gemakkelijk in het net hangen. Met als gevolg dat bij de vangst op tong veel ondermaatse schol meekomt. ‘Schol is de bottleneck.’

Er wordt druk geëxperimenteerd met selectievere vangstmethoden om tong en schol in de netten te scheiden. Maar die zijn nog niet klaar voor gebruik. Het is vooral een Nederlands probleem. Want 80 procent van het quotum voor tong op de Noordzee is in handen van Nederlandse vissers.

Kraak vindt het oneerlijk. ‘Van alle vissers worden wij het hardst gepakt. Natuurlijk willen wij liever geen kleine vis bijvangen. Daarvoor moeten we slimmere netten hebben. Maar dat heeft tijd nodig.’ Het opschorten van de aanlandplicht geeft de vissers weer lucht. Daar zijn ze blij mee, zegt Kraak. ‘Maar het moet er nog wel doorkomen.’

Volgens Absil hebben de vissers de problemen aan zichzelf te wijten. ‘Dit zit er al sinds 2012 aan te komen. Ze hebben het veel te lang voor zich uitgeschoven.’ Het eigenlijke probleem, zegt Absil, is sliptong: kleine tongen waarvoor vissers een goede prijs krijgen op de markt. ‘Ik zou liever hebben dat we alleen grote zeetongen eten. Dan zou de bijvangst ook minder zijn. We zouden een anti-sliptongcampagne moeten beginnen.’

Beeld Harry Cock / de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden