Visman, Ravel e.a.

Hoe virtuoos de nieuwe compositie van Bart Visman bij tijden ook was, hij kreeg in Ravel en Dutilleux te maken met twee onverslaanbare concurrenten.

Groot Omroepkoor, Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Stéphane Denève. Werk van Ravel, Visman, Dutilleux

Amsterdam, Concertgebouw, 15/2

Het theorietje duikt in elk cultuurdebat op: componisten van hedendaagse klassieke muziek mishandelen het onschuldige publiek steevast met klanken van zoutzuur en prikkeldraad. Dat die voorstelling van zaken een karikatuur is, bewijst alleen al Bart Visman (51). Met een bescheiden oeuvre behoort hij tot een solide stroom van moderne componisten die toegankelijkheid en klankschoonheid niet bij voorbaat schuwen.


Toch waarschuwde de ene bezoekster van de ZaterdagMatinee de andere: 'Nu komt dat moderne stuk.' Waarna de dames tijdens de wereldpremière van Vismans Rumore allesbehalve het tuut-piep-knor hoorden dat ze vreesden. In het Amsterdamse Concertgebouw klonk welluidende, hymneachtige koorzang. Ook Verdi- en Puccini-achtige flardjes opera waaiden voorbij.


Visman schreef zijn noten op teksten van de Renaissanceschilder Agnolo Bronzino en de Amsterdamse zanger-regisseur Marc Pantus. Klaagt de een in een lange brief over de akoestische terreur van zijn woonplaats Florence, de ander mijmert in een kort gedicht over de dood.


Het inspireerde tot een merkwaardig gespleten compositie. Het koor reciteerde de zinnen in weinig verrassende, saaie guirlandes. Het orkest klonk daarentegen virtuoos. Althans, bij vlagen, want bij het vernuft waarmee Visman de klanken verticaal over de notenbalk drapeerde, staken zijn horizontale ideeën 35 minuten lang schamel af. Alsof hij een topmodel in een oogverblindende creatie met een gespalkt been de catwalk op stuurde.


Toegegeven, Visman de kleurentovenaar kreeg te kampen met twee onverslaanbare concurrenten: Maurice Ravel en Henri Dutilleux, allebei magiërs in een metier dat de Fransen sinds de tijd van Rameau en Berlioz beheersen: sensuele kleurenpracht, gekoppeld aan ritmische finesse.


Met de lucide Franse dirigent Stéphane Denève veranderde het Radio Filharmonisch Orkest in een delicate sproeifontein. In Ravels Ma mère l'oye lag lome zinnelijkheid. Als een zwoele avondwind doken vioolveegjes op in Dutilleux' Métaboles. Zelfs met de afgelikte boterham van een Boléro wist Denève te ontroeren.


Beheerst gebarend en controlerend legde hij Ravels orkestrale lusthof bloot. Over het bekende strakke ritme trok hij hallucinerende kleuren. Gedempte trompet met fluit. Kirrende fagot. Saxofoons met een erotisch zwellinkje. Niet alleen deze blazers hapten naar adem.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden