Visitekaartjes uitdelen onder de bloesem op de begraafplaats

In Japan staan de kersenbloesems weer in bloei. Tijd voor het jaarlijkse sakura-feest. Met veel sake en pruimenlikeur...

Van onze correspondente Joan Veldkamp

Wekenlang was Japan in de ban van de vraag: ‘wanneer bloeit de kersenbloesem?’ Nieuwsbulletins volgden de voorspellingen van het meteorologisch instituut op de voet en brachten iedere avond een sakura(bloesem)-journaal. En fotografen hielden dag en nacht de wacht bij ‘hoogzwangere’ bomen om de eerste gesprongen knop te kunnen vastleggen.

In Japan staat de bloesem voor de vergankelijkheid van het leven, maar ook voor een nieuw begin. Bij het horen van de woorden sakura en hanami (bloesemkijken) komt bij de meeste Japanners een diep verlangen op. Want ieder jaar weer ontaardt hanami in een uitbundig volksfeest, waarop men samen picknickt en drinkt. Heel veel drinkt.

Het afgelopen weekeinde was het dan eindelijk zover in de hoofdstad Tokio.

Een populaire plek om sakura te vieren is de grote Aoyama-begraafplaats midden in de stad. De begraafplaats, die in 1872 werd geopend, is uitgegroeid tot een heuvelachtig park met een weelderige begroeiing, waar duizenden shinto- en boeddhistische gedenktekens op elkaar staan gepropt. Het pronkstuk is een lange laan met meer dan tweehonderd bloeiende kersenbomen. De takken hangen als een witte deken boven de straat.

Het is vrijdagmiddag en overal in de smalle zijpaden, omringd door graven, liggen blauwe zeilen op de grond met eten, treetjes bier en flessen sake. Kantoorklerken houden er de wacht. Ze zijn vooruitgestuurd door hun bedrijven om inkopen te doen en een plek te reserveren.

Tegen zessen wemelt het in het park opeens van de toeristen en de mannen en vrouwen in pak, die op zoek zijn naar hun stek. Een paar uur later klinkt overal muziek en gelach en ruikt het overal naar bier en yakitori (Japanse saté die op de barbecue wordt klaargemaakt).

De werknemers van verzekeraar Winterthur – twintig mannen in zwarte pakken en één vrouw – zijn onophoudelijk aan het proosten. Kanpai, kanpai! Ota Kazuo, de baas van het stel, staat op en begint hard te juichen. Waarop iedereen het uitjoelt.

‘Dit jaar hebben we onze targets gehaald’, legt Kazuo uit. ‘Wij vieren sakura vooral als een nieuw begin. Want in april start in Japan het nieuwe fiscale jaar en gaan ook de scholen weer open.’ Maar is het niet oneerbiedig om feest te vieren op een begraafplaats? Kazuo kijkt hoogst verbaasd. ‘Hoezo? Wat is er nou mooier dan sake drinken met je voorouders?’

Een paar lanen verderop is de sfeer nog uitbundiger. Multimediale bedrijven sponsoren eetstalletjes waar soep, yakitori en sushi worden uitgedeeld en daar komt vooral hip en jong Tokio op af. Vreemden slaan elkaar gebroederlijk op de schouders en delen visitekaartjes uit.

Een ouder echtpaar dat hier per ongeluk verzeild is geraakt en schuchter rondloopt, krijgt een ereplek onder de kersenboom. En het artiestenduo Takumi en Satsumi zingt tot hilariteit van de omstanders het nieuwe lied Overheerlijke vlees-jus. Uit volle borst zingt men het refrein mee.

‘Een begraafplaats blijft altijd een beetje griezelig’, zegt Takumi, als hij even later ontspant met een beker bier in zijn hand. ‘Maar dat maakt het feesten hier juist extra opwindend.’

In de verte schijnt een helder wit licht tussen de bomen en gedenkstenen. Een open plek midden op de begraafplaats lijkt te zijn omgetoverd tot een filmset. Felle lampen zijn recht naar boven gericht. Het contrast tussen de witte bloesem en de zwarte hemel is een betoverend gezicht.

Hier feest de volledige crew van Top Scene, een filmproductiebedrijf. Voorbijgangers worden warm onthaald door mannen met zwarte gebreide mutsen, sikjes en baggy trousers. Ze krijgen twee bekers in hun handen gedrukt: een voor sake en een voor een mierzoete pruimenlikeur. ‘Oichi?’ (lekker?), roept de baas van het bedrijf verwachtingsvol. ‘Oichi!’ klinkt het volmondig. Een verdwaalde man in pak maakt zich haastig uit de voeten. Deze losgeslagen bende is hem iets te veel van het goede.

De clown van het bedrijf is de stomdronken Maru, een jongen die gespecialiseerd is in vechtsport. Hij probeert een demonstratie te geven, maar struikelt steeds over zijn eigen benen. Zijn collega’s gillen het uit van plezier.

Intussen stapelt het afval zich op langs de hoofdweg van het park en waggelen de eerste mensen alweer naar huis. Hier en daar ligt wat braaksel, vermengd met bloesem.

Over twee dagen zal Tokio gehuld zijn in een sneeuw van vallende bloemblaadjes. Dan is het feest voorbij en dient iedereen weer in de pas te lopen. Voor een jaar althans.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden