Visie Van Aartsen op Europa heeft diepgang van surfplank

Minister Van Aartsen wil de burger niet vervelen met grootse vergezichten op Europa. Een beter bewijs dat de burger niet serieus wordt genomen, is nauwelijks denkbaar, concludeert Frans Timmermans....

VORIGE week betoogde minister Van Aartsen in een toespraak voor het Nederlands Genootschap voor Internationale Zaken dat de burgers niet zitten te wachten op mooie vergezichten over de Europese integratie en van Europa alleen oplossingen verwachten voor grensoverschrijdende problemen. Een stelling die zo makkelijk te weerleggen is dat het bijna genant wordt. Want is de discussie die is losgebarsten na de Humboldtrede van Joshka Fischer niet het beste bewijs voor behoefte aan een Europadebat?

Een discussie die schril afsteekt bij de twee kolommetjes in de krant, gevolgd door oorverdovende stilte, die de 'doe maar gewoon' speech van Van Aartsen opleverde. Mag je niet van een minister van Buitenlandse Zaken verwachten dat hij weet dat Europa niet in staat zal zijn de problemen van de burgers op te lossen als Europa geen efficinter en democratischer bestuur krijgt? En dat om draagvlak voor zo'n bestuur te krijgen de politiek haar verantwoordelijkheid moet nemen en de burgers moet confronteren met de zeer verregaande gevolgen voor het openbaar bestuur van de keuze voor een groter en slagvaardiger Europa. Blijkbaar niet. De minister houdt een rede met de diepgang van een surfplank en is er nog tevreden over ook.

Laten we aannemen dat Van Aartsen wel goed heeft nagedacht over zijn visie op Europa. Dan weet hij ook dat de politiek duidelijk stelling zal moeten nemen over de toekomst van de Europese integratie. Geen stelling nemen kan, hetzij omdat men wel plannen heeft, maar deze niet aan de burgers wil voorleggen, hetzij omdat men verwacht dat zonder plannen Europa vanzelf in de goede richting zal gaan, als gevolg van een soort politieke marktwerking.

De eerste variant hoort bij de geschiedenis van de Europese integratie. De politici die aan de wieg stonden van de Europese samenwerking pasten ervoor hun visie openlijk met de bevolking te delen, bang als zij waren voor herlevend nationalisme in Duitsland en Frankrijk.

Het ideaal van Europese eenwording was goed te verkopen, als men maar niet hardop hoefde uit te leggen dat steeds meer soevereiniteit verloren zou gaan en dat beslissingen die de burgers rechtstreeks raken in hun dagelijkse leven straks niet meer in de nationale hoofdsteden zouden worden genomen.

Had men in 1960 de Duitsers voorgehouden dat in 2002 de D-mark zou verdwijnen, zouden we vandaag geen Economische en Monetaire Unie hebben gehad. Het gebleken succes van het 'stiekeme' Europa, van integratie die steeds verder kan gaan omdat het einddoel onbepaald blijft, weerhoudt sommige rechtgeaarde federalisten van het formuleren van een toekomstperspectief. Ten onrechte, al was het alleen maar omdat moderne burgers zich niet meer laten leiden door politici van het soort 'vertrouw op mij, dan komt het wel goed met uw toekomst'.

Mensen willen weten waar zij met politici aan toe zijn en willen politici kunnen afrekenen op hun visies en beloften. Alleen al daarom hebben politici de taak een visie op de Europese toekomst te ontwikkelen.

Van Aartsen behoort vast niet tot de 'stiekeme' integrationisten. Hij is meer van de marktwerking. Net als zijn geestverwant Eurocommissaris Bolkestein, die overigens wel diepgang in zijn toespraken weet aan te brengen. Hij beseft dat, als de Europese Unie in staat wil zijn om te doen wat de burgers vragen, het Europese bestuur moet worden hervormd. Bolkestein pleit daarom voor de versterking van de rol van de Europese Commissie en herstel van de communautaire methode, hetgeen neerkomt op het weer gaan naleven van de supranationale spelregels, ten koste van het nu allesoverheersende handjeklap tussen de lidstaten in de Raad van Ministers.

Tegelijkertijd is Bolkestein verklaard tegenstander van verdergaande integratie, van meer federalisme. Dat nu, is niet consequent, want het politieke recept dat hij hanteert leidt juist tot meer integratie. En meer integratie in een groter Europa zal leiden tot fundamentele aanpassingen in het openbaar bestuur op alle niveaus, niet alleen in Brussel, maar ook in Den Haag, in de provincies en in de gemeenten.

In feite zegt Bolkestein dat hij wil zwemmen zonder nat te worden, hetgeen niet kan, tenzij men wil spartelen op het droge. En dat is wat liberalen tegenwoordig doen als zij over Europa spreken. Want aan de ene kant willen zij een anti-Europees profiel, omdat dat lekker ligt bij het electoraat, maar aan de andere kant moet het bedrijfsleven bediend worden, dat massaal profiteert van de Europese markt. Aangezien dat bedrijfsleven zijn zaakjes in Europa beter voor elkaar heeft dan wie ook, en vooral zonder overheid het beste aan zijn trekken komt, reduceren de liberalen de Europese Unie tot een markt en de 'Europese' overheid tot een instrument voor het oplossen van problemen die een goede werking van die markt verstoren.

Maar politici die de overheid reduceren tot het houten handje waarmee de burger zijn rug krabt, moeten niet verbaasd zijn dat diezelfde burger dat handje achteloos opzij gooit, zodra de jeuk even over is.

Alleen met een slagvaardige overheid kan Europa de enorme uitdagingen aan waar wij voor staan. Het Europese project is begonnen om een einde te maken aan de oorlogen op ons continent. Dat project heeft grote successen gekend, maar is nog lang niet voltooid, want Europa kent nog steeds conflicten en nieuwe bedreigingen liggen op de loer.

In dat project is de markt geen doel, maar slechts één van de vele instrumenten om ons doel te bereiken. Lotsverbondenheid, het wezenskenmerk van de Europese samenwerking, dwingt ons tot het aankleden van een Europese overheid met toenemende verantwoordelijkheden. Maar dat proces loopt onherroepelijk vast als het niet gedragen wordt door de burgers waarvoor het is bedoeld.

Een groeiend aantal Europeanen voelt zich aangesproken door extreem chauvinisme en wantrouwen jegens alles wat vreemd is. Dat is vooral een uiting van onzekerheid over de eigen toekomst in een wereld die sneller verandert dan ooit tevoren. Een nihilistische opvatting over de vorm en plaats van het toekomstig openbaar bestuur zal die tendens alleen maar versterken.

Daarom zijn Europese vergezichten vandaag geen overbodige luxe, maar noodzakelijke voorwaarden voor herstel van het publieke domein en herwaardering van de Europese lotsverbondenheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden