Vis in Zeezout

Iemand beweerde laatst waar wij bij stonden dat Rotterdam de stad is waar 'het gebeurt' op culinair gebied. Het Londen van Nederland, zeg maar....

Mac van Dinther

Geil als we zijn op nieuwigheden, trokken we bij de eerste de beste gelegenheid naar Rotterdam. Want voor nieuws moet je er snel bij zijn. Vóór je het weet, loop je alweer achter. We reserveerden een tafeltje in Zeezout, dat naadloos aansluit bij het bovenstaande rijtje. Twee jaar geleden opgezet door twee jonge koks, met hulp van sterrenkok Herman den Blijker van de Engel, dat wel.

Zeezout past bovendien in nog een ander trendje: de opkomst van visrestaurants. Jarenlang waren visrestaurants in Nederland schaars als koeien op zee, maar de laatste tijd schieten modieuze vistenten her en der uit de grond. Vis heeft iets met modern. Amsterdam kreeg Visaandeschelde, Zuid-Zeeland en Werkendam (waar we ooit belabberd aten, maar dat terzijde, want het was privé) en Rotterdam dus Zeezout.

Zeezout zit op een mooie plek: aan de Westerkade met uitzicht op de Maas en een gigantische parkeerplaats voor de deur. Altijd handig. Ook van binnen vinden we het een mooie tent. Grote ramen, fraaie houten vloer - geolied eikenhout, aldus de ober, moeten we onthouden voor ons nieuwe huis - stoelen met knalblauwe overtrekken en spierwitte tafelkleden. Weinig opsmuk, zonder kaal te zijn.

Eén muur wordt helemaal in beslag genomen door een lange bank, wat Zeezout iets brasserie-achtigs geeft. Uit de open keuken klinkt zachte soulmuziek. Als we zelf een restaurant zouden beginnen, zouden we het ongeveer zo doen.

Comfortabel genesteld op de bank bekijken we de kaart. Ook hier weinig tierelantijnen: garnalenbitterballen, kabeljauw met knolselderijpuree, een halve kreeft met mayo, zeetong met hutspot, dat soort werk. Om in de smaak te komen bestellen we met zijn tweeën een half dozijn Zeeuwse creuses. Niks is zo lekker als een visdiner met oesters beginnen. Als ze goed zijn. En dat zijn ze: lekkere dikke knoeperds die zacht liggen te glanzen op gemalen ijs.

Zonder het te weten snijden we echter in eigen vlees, want we hebben meteen de laatste creuses op. En dus wordt het voorgerecht van gebakken oesters in sojasaus, dat een van ons bestelt, noodgedwongen bereid met Franse fines de clair. Die zijn ook lekker, maar wel een stuk kleiner dan de Zeeuwse knapen. Als gevolg worden ze door het bakken door en door gaar, waarmee de typische oestersmaak verloren gaat. Jammer. Indien de kok en de ober een beetje hadden opgelet, hadden ze ons de Franse vooraf gegeven en de Zeeuwse in de pan gegooid. Naast de gebakken oesters hebben we ook een schoteltje kabeljauwwangen met paddestoelen laten komen. Daar is niks mis mee, maar ook niks bijzonder goeds.

Als hoofdgerecht hebben we dorade en rode mul, ook al komt de laatste uit de koelkast. De visboer moet dringend vaker langs gaan bij Zeezout. Het valt een beetje tegen. De dorade ligt op een dijklichaam van aardappelpuree met blokjes rode biet en is begoten met bruine jus, die volgens de serveerster kalfsjus is, maar waarin we ook weer wat soja menen te proeven.

Het kan ons op een of andere manier niet bekoren. Het is een snikhete dag, de zomer staat op de stoep, de airco loeit, en wij eten geen jonge capucijners, verse peultjes of sappige sla, maar bijna winterse aardappelpuree met rode biet.

De eter van de rode mul is iets tevredener. Twee met kop en staart gebakken vissen liggen op een aardappelkoekje met aubergine. Ook dit is weer begoten met een bruinige soja-achtige saus. Wanneer we opkijken, zien we overal borden vis met bruine saus rondgaan. Het zal de huisstijl van Zeezout zijn. Het is ons iets te veel grote halen, snel thuis. We hoeven geen kermis op het bord, maar een beetje meer lentefeest mag voor dik 240 gulden.

Bij het toetje - gegratineerde peer met vanilleijs en chocola met chocoladeijs, alletwee lekker - besluiten we dat Zeezout een aanwinst is voor Rotterdam. Maar om er speciaal heen te rijden vanuit Ootmarsum of Landgraaf zou te veel eer zijn.

Bij de koffie krijgen we een lesje in desserts van onze Belgische tafelburen. De één vraagt een klassieke dame blanche, de ander wil vanille-ijs met saus van rode vruchten. En hij staat erop dat het in een coupe wordt geleverd. Want ijs 'hóórt in een coupe'.

Die dame blanche lukt nog wel, zegt de ober, maar coupes hebben ze niet. En vruchtensaus ook niet. 'We hebben alleen verse vruchten.' Maar als je vruchten hebt, kun je toch ook vruchtensaus maken, werpt de Belg tegen. Dat is zonde, vindt de ober. De Belg schudt zijn hoofd over zoveel Nederlandse zuinigheid.

Na een tijdje krijgen ze ieder een schaaltje ijs. De een met een bakje chocoladesaus, de ander met vruchtensaus. 'Er zit geen slagroom op', zegt de man met de dame blanche. Het is Zeezout in de dop. De bedoeling is goed, maar het komt er niet helemaal uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden