Virginiatabak

Ik begin met een rechtzetting. Twee columns geleden schreef ik dat de Indonesische dichter Sitor Situmorang niet meer onder de levenden verkeerde. Dat bleek onjuist te zijn. Situmorang leeft, 90 jaar oud. Om mijn pijnlijke vergissing enigszins goed te maken volgt hier nog een kort gedicht van hem uit 1961:


In de tuin van het Paleis van


Kyoto, Japan, Raapte ik in het gras een zak- doek op. Dat was vorig jaar, daarna


raakte hij zoek Wat ga ik doen met zijn geur?


Geuren spelen een grote rol in ons leven. Bloemen geuren en we ruiken onraad. Riolen stinken. Iemand stinkt naar jenever en dat doet hij een uur in de wind. Stank is geen lieflijke geur.


Geuren kunnen herinneringen oproepen, maar herinneringen aan een situatie, een huis, een liefde, niet de bijbehorende geur. Wat dat betreft is de herinnering neutraal. Als ik nu de geur van Virginiatabak opsnuif, denk ik aan mijn vader en de laatste keer dat hij mij kuste op de gang van mijn grootmoeders huis. Het roept een keten van herinneringen op aan de oorlog, maar die blijven geurloos. Om een van die herinneringen weer neustactiel te maken, zou ik de geur van dennenbomen en stalmest in een boerderij op de Veluwe moeten inademen. Ik zie het bos en de boerderij voor me, maar nogmaals, ik ruik ze niet.


Elk mens en elk huis heeft zijn eigen geur. Als ik terugdenk aan de vele huizen waarin ik woonde, zie ik alle kamers voor me, maar de geur is vervlogen. Pas andersom, eerst ruiken, dan herinneren, begint het te leven. De geur van toneelschmink brengt mijn moeder in beeld en hoe ik naar haar keek in de kleedkamer van een Haagse schouwburg, terwijl ze zich verkleedde en grimeerde en een stokoude vrouw werd, die mijn moeder niet meer was. Pas bij het afschminken verscheen ze weer, stukje bij beetje. De zaken gedaan bracht ze lippenstift en rouge aan. Hoe rook ze toen? Mijn herinnering licht me er niet over in.


Ik benijd de wijndeskundigen. Wat die niet allemaal ruiken! Hun speurneus roept de herinnering aan zonnige landschappen in het Zuiden op. In zijn Omfietswijngids 2014 (uitgeverij Podium) schrijft Nicolaas Klei over een witte wijn: 'Hij geurt karakteristiek naar chenin, wat betekent dat-ie doet denken aan sappige peren, bloemen, een pas gewassen dure wollen trui, nootjes en een vleug honing.' Die peren herinneren me aan een versje van Simon Carmiggelt: 'De vader-abt zit peinzend in de trein./ Omringd door geur, die niemand kan bewijzen/ (...) De abt grijpt naar zijn lunch. Heel zacht en mild/ pakt hij het brood en vindt het fruit en schilt/ en glimlacht, vollen monds, tot ieder die 't wil weten: Hier zit een vader-abt héél stil zijn peer te eten.'


In Speak, Memory (uitgeverij Pyramid Books, 1968) herinnert Vladimir Nabokov zich de paddestoelen in het park dat zijn ouderlijk huis omringde. 'De beschaduwde plekjes koesterden die bijzondere reuk van eekhoorntjesbrood die de neusgaten van een Rus doet verwijden - een donker, vochtig, geruststellend mengsel van nattig gras, vruchtbare grond en rottende blaren. Hij moest dan lang in de natte grond porren en tasten om de paddestoelen voorzichtig uit de aarde te plagen.'


Geur, herinnering! Dan blijf ik spreken en zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden