Viooltjes hoeven niet in foute potgrond

Veengrond, het hoofdbestanddeel van potgrond, wordt steeds zeldzamer. Gelukkig zijn er genoeg alternatieven om onze biologische basilicumplantjes tot volle wasdom te laten komen.

null Beeld Kick Smeets
Beeld Kick Smeets

Met het openkrullen van de blaadjes aan de bomen ontluikt in veel huishoudens een intense liefde voor alles wat groen is en groeit. En dus transformeren vensterbanken tot miniatuurmoestuintjes, dakterrassen tot stukjes tropisch regenwoud en struikel je op balkons over de aardbeien en tomatenplantjes. Maar voor onze viooltjes, begonia's, biologische basilicumplantjes en zelf gekweekte radijsjes sneuvelen elders ongerepte natuurgebieden.

Dat zit 'm in de potgrond. Het belangrijkste bestanddeel ervan is veen: een grondstof die het resultaat is van het eeuwenlang ophopen van plant-resten (veenmossen) in zompig moerasland. Fijn voor jonge plantjes, want veen biedt veel structuur om wortel in te schieten. Het is bovendien een schone grondsoort met een relatief lage pH-waarde. Daardoor kan met het bijmengen van kalk elke gewenste zuurgraad verkregen worden. In het geval van compost, dat van nature een hoge pH-waarde heeft, is dat niet mogelijk.

Probleem is: in Nederland zijn de meeste veengebieden de afgelopen eeuwen al lang en breed afgegraven en opgestookt als turf. Wat er nog over is aan veengebieden geldt als beschermd natuurgebied. Daarom importeren we ons veen uit landen waar het nog welig tiert en de regels minder strikt zijn: Duitsland, Scandinavië, Ierland en de Baltische staten.

Eeuwig zonde

Eeuwig zonde, vinden veel milieuorganisaties. 'Veengebieden zijn unieke natuurgebieden die er duizenden jaren over hebben gedaan om zich te ontwikkelen', zegt Marcel Silvius. Als programmaleider klimaatvriendelijk landgebruik bij NGO Wetland International probeert hij te redden wat er te redden valt, als het om drassige gebieden gaat. Geen eenvoudige opgave: veen groeit slechts met een slordige millimeter per jaar. Wat we nu gebruiken, krijgen we dus niet zomaar meer terug.

Problematischer is misschien nog wel dat in veengebieden grote hoeveelheden koolstof liggen opgeslagen. Met het ontwateren en afgraven komt dat vrij in de vorm van CO2. Ter vergelijking: veengebieden beslaan zo'n 3 procent van het landoppervlak, maar ze bevatten dubbel zoveel koolstof als alle bossen wereldwijd. Silvius: 'Als je daar onzorgvuldig mee omgaat, zit je te knoeien met de belangrijkste opslagplaatsen van koolstof die we hebben.'

'Veen is wat dat betreft net als aardolie en andere fossiele brandstoffen', zegt Chris Blok plantvoedingexpert van de Universiteit Wageningen. 'Als je het uit de grond haalt, krijg je CO2-emissie.' Nederland importeert jaarlijks zo'n 4,2 miljoen kubieke meter veen. Dat is goed voor ruim 1 miljoen ton aan CO2-uitstoot; net zo vervuilend als 220 duizend auto's in een jaar tijd. Het grootste deel van de potgrond gaat overigens naar professionele tuinders, ongeveer een kwart komt bij consumenten terecht.

Goed nieuws

Tijd voor goed nieuws. Er wordt gewerkt aan een oplossing. Dat is al jaren zo, maar nu is het bijna zover. In samenwerking met milieuorganisaties heeft de Europese potgrondindustrie een keurmerk opgezet voor verantwoordelijk gewonnen veen: Responsibly Produced Peat. Daarvoor worden geen nieuwe, ongerepte stukken natuurgebied meer afgegraven, maar alleen de gebieden die al aangetast zijn. 'Op die plekken komt de opgeslagen koolstof toch al vrij', zegt Hein Boon, die als directeur van potgrondkwaliteitskeurmerk RHP heeft meegeholpen bij het opzetten van het duurzame label. 'Dan kun je het maar beter gebruiken.'

De uitgegraven gebieden worden na afloop bovendien zo veel mogelijk hersteld. Het eerste gecertificeerde veen wordt na de zomer op de markt gebracht, verwacht Boon.

Voor wie daar niet op wil wachten zijn er nu al duurzame alternatieven beschikbaar. Zo bestaat er ook veenloze potgrond. Het merk Ecostyle verkoopt bijvoorbeeld potgrond op basis van gecomposteerde kokosvezel. 'Een restproduct van de kokosindus-trie', aldus een woordvoerster. Milieutechnisch nadeel is dat de kokos helemaal uit Sri Lanka moet komen, maar dat gebeurt dan weer wel per boot in plaats van per vliegtuig, om het milieu te sparen. En hoewel de kokosaarde ongeveer twee keer zo duur is als gewone potgrond, zweren sommige tuiniers erbij omdat de kokosvezel vocht langer vasthoudt.

Nog beter is het om gebruik te maken van compost, dat wordt immers gemaakt van groente en tuinafval. Als potgrond is pure compost niet geschikt: te wisselend van samenstelling en kwaliteit en een overschot aan voedingsstoffen. Maar gemengd met gewone tuinaarde kan het prima. Biologische Kwekerij De Hessenhof verkoopt zulke bladaarde. Zelf maken kan natuurlijk ook. Meng vier delen tuinaarde met twee delen compost, drie delen kokosvezel of houtschorscompost. Afhankelijk van hoe zanderig de tuinaarde is, kun je nog extra zand of klei (bentoniet voegen). Op internet circuleren verschillende recepten voor de ideale samenstelling, een beetje tuinier draait zijn hand er niet voor om

null Beeld Han Hoogerbrugge
Beeld Han Hoogerbrugge
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden