Violist Horsthuis koestert wat anderen afdanken

MUZIEK..

Maurice Horsthuis: Taart! IJsbreker en Bimhuis, Amsterdam, 11 oktober.

Een teken dat de geïmproviseerde muziek in Nederland al weer een tijdje meegaat, is dat nogal wat vertegenwoordigers van de 'tweede generatie' dit jaar vijftig worden: Sean Bergin, Franky Douglas - en altviolist Maurice Horsthuis, die al in april jarig was, maar afgelopen zondag met twee retrospectieven een feestje organiseerde.

Horsthuis is altijd een buitenbeentje onder de improvisatoren geweest. Zijn composities zijn minder geworteld in het modernisme dan in de negentiende-eeuwse romantiek, meer verwant met Schubert dan met Stuff Smith. Van de blues is in zijn muziek vrijwel niets terug te vinden.

Hij schrijft vooral voor snaarinstrumenten, in alle denkbare combinaties: strijkers met harp bijvoorbeeld, waarvoor hij krachtige, gitaarachtige partijen componeert. Hij houdt van subtiel samenspel en rijke akkoorden, en grijpt soms terug op de statige danspassen van de barok. De stukken die hij voor toneelvoorstellingen schrijft, hebben de grandeur van goede filmmuziek, met dramatisch aanzwellende violen die herinneren aan Bernard Herrmanns werk voor Hitchcock.

Doordat hij in zijn toneelmuziek rekening moet houden met de (zang)capaciteiten van de acteurs, heeft hij geleerd uit het simpelste materiaal het maximum te halen. Voor de verrukkelijke melodie van Bleekgezicht, zijn wellicht meest gespeelde stuk, heb je aan vier witte pianotoetsen genoeg.

In de IJsbreker speelde Guus Janssen Bleekgezicht zondagmiddag op klavecimbel. Hij voorzag de simpele melodie van zoveel decoratief rumoer, dat het draaiorgelmuziek werd - een aardige verwijzing naar de folk roots.

Bij Horsthuis is er altijd meer. Soms waan je je in een keurige salon, om plotseling in een gang vol spinnenwebben te belanden. Het Mondriaan Kwartet speelde zondag een keuze uit Horsthuis' vroegste theatermuziek (het oudste stuk was uit 1978), waarin je al sporen van zijn volwassen werk met het Amsterdam String Trio kon horen: lyrische passages doorspekt met ruig geschraap, een plotseling opduikende en verdwijnende, onlogische galop, abrupte einden. Dankzij Horsthuis' negentiende-eeuwse oriëntatie is het effect gelukkig geheel on-postmodern.

Zijn verhalende compositie Pleinvrees was zondag in twee versies te horen, door pianist Jeroen van Veen en harpiste Cristina Bianchi. Het stuk is geïnspireerd door de tweedehands rommel die je zoal op het Waterlooplein kunt aantreffen. Het onderwerp typeert Horsthuis' eclec-ticisme: een lichte dosis me-lancholie, plus het besef dat je iets dat oud of waardeloos is niet meteen hoeft weg te gooien.

's Avonds trad in het Bimhuis een kleine editie van Horsthuis' orkest Amsterdam Drama aan - twintig spelers in dit geval, en merendeels strijkers. Ze speelden zijn prikkelende muziek voor Moby Dick en andere theaterproducties, waarbij altist Jan Willem van der Ham en trombonist Joost Buis in hun solo's flinke gaten door de glanzende texturen trokken. Amsterdam Drama is Horsthuis' grootste bezetting, maar ook hier heeft hij alle touwtjes stevig in handen.

Nog beter was de reünie van het Amsterdam String Trio, met cellist Ernst Reijseger, bassist Ernst Glerum en Horsthuis op altviool. Van 1984 tot 1990 was het AST een ideaal trio, waarin de componist gedijde op de ideeën van zijn collega-improvisatoren en vice versa. Het trio kon een ragfijne passage spelen, die ogenblikkelijk ombuigen in een verschrikkelijk vervormde parodie en dan meteen weer terugkeren naar het uitgangspunt, steeds weer opnieuw en zó behendig, dat je er geen genoeg van kreeg. Het trio ging met ruzie uit elkaar. Enkele bandleden spraken jarenlang niet met elkaar, en toch waren ze er nu weer, met de oude balans nog helemaal intact - een reden te meer voor feestvreugde.

De Amsterdamse improvisatie-scene is zo klein dat muzikanten elkaar soms gek maken. Succesvolle ensembles gaan uit elkaar, bandleden zweren 'nooit meer' samen te werken. Maar juist door die kleinschaligheid móeten muzikanten wel samenwerken - en vroeger of later blijkt het er toch weer van te komen. Zegt nooit 'nooit meer'.

Kevin Whitehead

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden